Rare dagen: Een nieuw begin en de dood

Moeder met kleinzoon

De afgelopen dagen waren rare dagen. Het begon op maandag met het telefoontje dat mijn moeder opnieuw een longontsteking had opgelopen. Die had ze een paar weken eerder ook al gehad, mar daar was ze aardig van hersteld. Maar ze had er lichamelijk wel een klap van gekregen. Eega Trix bezocht haar die dag en dat ging nog goed, weliswaar had ze opnieuw een “jasje” uitgedaan, maar er viel nog goed te praten.

Dinsdagochtend vroeg belde Portaal om me te feliciteren met mijn nieuwe woning in Leiden. Met ingang van vandaag zijn de HW en eega de trotse huurder van een huis in de Rijnstraat. Natuurlijk waren we daar heel blij mee en tegelijk wisten we dat dit veel tijd gaat kosten. Immers, je moet in korte tijd een huis inrichten, je andere huis uitruimen en dat alles met de feestdagen er tussendoor. Maar we waren wel blij, want met een loting weet je het maar nooit en verwacht hadden we het niet.

Een uur later, na uitvoerig kletsen op de afdeling vanwege het nieuwe huis, belde het verpleeghuis. “Je moeder gaat snel achteruit, we gaan de dosis morfine verhogen, kom je nog vandaag?” Eind van de middag snel naar het verpleeghuis om te kijken hoe het er voorstond. En dat was niet goed, dat kon een kind zien. Moeder was niet meer aanspreekbaar en ik kreeg het gevoel dat het misschien wel snel voorbij zou zijn. Eén of twee dagen of misschien nog iets langer. Maar het was in ieder geval duidelijk dat ze zo de Kerst en Oudejaarsdag (dan zou ze 89 jaar worden) niet meer zou halen.

Moeder met eega

Maar het beeld was wel rustig, dankzij de morfine. Na een paar uur ging ik naar huis want ik had wel inmiddels een knagende honger gekregen. Rinkelde de telefoon opnieuw, opnieuw het verpleeghuis. “Het gaat nu erg snel achteruit, het zou goed zijn als u weer komt”. Snel in de auto, met eega, zoon en ex, richting het verpleeghuis. Tijdens het parkeren ging de telefoon opnieuw, “uw moeder is net overleden”. Kwamen we toch nog een paar minuten te laat.

Zo zit het leven dus in elkaar. Binnen een tijdsbestek van 10 uur een juich-mededeling en een verdriet-mededeling. Dat is best wel gek, een soort hinkelen op twee gedachten. Misschien hebben jullie ook wel eens zoiets meegemaakt.

En in plaats van druk te zijn met de voorbereidingen voor een verhuizing, ben je dan ineens druk bezig met de voorbereidingen van een begrafenis.

Maar uiteindelijk heb ik wel vrede met de dood van mijn moeder. Ze was 88 jaar, een hele mooie leeftijd, ze genoot nog van alle activiteiten binnen het verpleeghuis, de dood kwam snel en geruisloos (nu ik dit typ lijkt het wel een thrillertitel), zonder lijden. Maar ja, ik zie haar natuurlijk nooit meer terug. We kunnen niet meer even met de rolstoel door het park, vogels kijken, de zon voelen, de groene bomen zien. Dat kan niet meer en dat zal ook wel even wennen zijn.

Sluit ik maar af met een paar Twentse gezegden van haar. “Laot mer kuul’n, ’t lop wa los” en “Doo mer heanig an”.