Politiek is toch maar een spel

“Ach, Herman, politiek is toch maar een spel”. Aan deze zinsnede moest ik denken toen ik maandagavond naar het 1Vandaag debat zat te kijken. Zes heren, de één wat deftiger dan de ander, stonden aan een klein tafeltje en soms recht tegenover elkaar. Waarbij de heren dingen tegen elkaar gingen roepen, of soms zelfs door elkaar heen tetterden. Debatteren heet dat in de volksmond, hoewel ik betwijfel of de volksmond überhaupt wel weet wat debatteren is.

Enfin, die heren waren politici. Dat is een heel aparte beroepsgroep. Ik schat in dat er zo’n dikke 8.000 mensen tot deze beroepsgroep behoren. Een groot deel daarvan doet dit in zijn vrije tijd. Er zijn maar een beperkt aantal echte beroepspolitici.

Politici spelen een spel, vooral met elkaar. Over ons, onder het mom dat ze ons besturen. Je zou denken dat het besturen een simpele zaak is, net als het besturen van een bedrijf. Dat is niet zo, want het is een spel. En het besturen van een bedrijf is geen spel. Want dan krijg je met boze aandeelhouders te maken, of met je eigen portemonnee. Maar politici niet, die spelen een groot spel met elkaar. Dat is het zogenaamde Politieke Spel. Een onderdeel daarvan is het ‘zwartepieten’. Als je dit aspect niet goed beheerst, kun je het spel nooit winnen. Een ander kenmerk van het spel is dat het uiterlijk in een vergaderruimte, in het openbaar, wordt gespeeld. Denken wij, argeloze toeschouwers. Maar niets is minder waar, het spel wordt achter het gordijn gespeeld. Soms wordt daarbij zelfs onder de gordel gestoten. Maar de spelers, de politici, blijven wel ‘vrienden’ van elkaar. Dat blijkt meestal als het spel gespeeld is. Dan wordt er net als in de voetbalkantine samen een biertje gedronken. Of een wijntje, voor de ietwat chiquere politici.

Maar voor de burgers is het geen spel. Want wij voelen de gevolgen van dit spel. “Ach, Herman, politiek is toch maar een spel”, dat zei een wethouder tegen mij. Toen hij het vertikte om een standpunt in te nemen. En zonder dat standpunt kon ik niet verder met mijn werk (als ambtenaar). Vandaar dat ik boos op hem werd. En ik niet snapte dat het maar een spel was. Nu snap ik dat en bekijk ik politici met andere ogen.

Maar ondanks alles speel ik het spel mee. En ga ik gewoon stemmen, voor het spel. Want de politiek is toch maar gewoon een spel. En dat is leuk. Ik hoop dat u het ook een leuk spel vind. En gewoon gaat stemmen.