Vanuit Leiden naar de nieuwe wereld

Momenteel valt in het Museum de Lakenhal de tentoonstelling “Pilgrims naar Amerika – en de grenzen van vrijheid” te zien. Deze tentoonstelling valt binnen het kader van ‘Pilgrimjaar – Leiden400’. Want in 1620 vertrokken de Pilgrims vanuit Leiden naar Delfshaven om daar in te schepen voor een reis naar de nieuwe wereld. De reis ging via het Engelse Plymouth en uiteindelijk kwamen de mannen en vrouwen aan op Cape Cod, maar deze sombere omgeving werd al snel ingeruild voor Plymouth Bay in Massachusetts.

Wie waren de Pilgrims

De kerkhervormers, die van invloed waren op de Pilgrims (“Licht is op de kandelaar gestelt”)

In de 16e eeuw wilde de Engelse koning Hendrik VIII scheiden van zijn vrouw, maar hij kreeg daar van de paus geen toestemming voor. Daarop besloot de koning de RK kerk te verlaten en een eigen kerk op te richten, de Anglicaanse kerk. Maar die nieuwe kerk leek nog in veel onderdelen op de RK kerk, reden waarom er een aantal mensen waren die vonden dat de vele rituelen moesten verdwijnen. Deze groep waren de Puriteinen. Daarnaast was er een groep die zich van de kerk wilden afscheiden, de Separatisten. Maar ja, koning Hendrik stelde de Anglicaanse kerk verplicht en dat leidde tot vervolging van andersdenkenden.

Veel van de Separatisten wilden uit Engeland vluchten. Onder hen William Brewster, William Bradford, John Robinson en John Smyth. Zij kwamen uiteindelijk op verschillende manieren in het begin van de 17e eeuw in Amsterdam terecht.

Na onderlinge onenigheid verhuisde een deel van de Separatisten naar Leiden, een tolerante stad (indertijd qua grootte de tweede stad na Amsterdam). Hun voorganger was John Robinson. De hechte gemeenschap, afkomstig van het platteland, had het zwaar in het stadse Leiden. Ze mochten geen eigen kerk hebben en moesten voor bv. een hoop dus terecht in de Pieterskerk of de Hooglandse kerk.

Genoeg is genoeg, op naar Amerika

Na zo’n 12 jaar ploeteren in Leiden, met veel armoe, besloot men in overleg met in Engeland achtergebleven gelijkgestemden over te steken naar Amerika. Daartoe werd een schip, de Speedwell, aangekocht. In augustus 1620 verliet de groep Leiden en zeilde naar Delfshaven om daar in te schepen op de Speedwell. Met deze boot voer men naar Southampton, waar inmiddels de Mayflower uit Londen was aangekomen met de Engelse vluchtelingen. Vanuit Southampton vertrokken de twee schepen richting Amerika, maar al snel bleek de Speedwell te lekken en moesten de schepen terug naar Plymouth. Daar werd het slechte schip verkocht en vertrok de Mayflower alleen naar Amerika, richting Virginia.

“Het vertrek van de Pilgrims uit Delfshaven, 1620” van Adam Willaerts

Het beloofde land

Kennelijk was het kompas niet helemaal in orde, want in plaats van in het beloofde Virginia kwam de Mayflower aan bij Cape Cod in Massachusetts, een heel stuk noordelijker. Dat bleek een moeilijk doordringbaar stuk land en daarom reisden ze iets verder. Uiteindelijk gingen ze aan land in Plymouth Bay en stichtten daar het plaatsje Plymouth.

Het leven was zwaar. De helft van de overstekers en bemanning waren inmiddels overleden en de andere helft probeerde manhaftig het nieuwe leven te beginnen. Helaas ging dat wel ten koste van de oorspronkelijke bewoners van het land, een Indiaanse stam, Wampanoag genaamd. Een groot deel van de indianen waren aan een epidemie overleden, waarschijnlijk door eerder contact met Europeanen.

Overblijfselen uit Leiden zijn het burgerlijk huwelijk, de organisatie van het bestuur in kleine zelfsturende wijken en vermoedelijk ook Thanksgiving (hoewel de meningen hierover nog verschillen en wat onduidelijk zijn).

De tentoonstelling is nog tot en met 13 september te zien.