Categorie archief: Kunst

Mondialen schilderen in de Leidse Hout

Vandaag was het prachtig weer om in de open lucht te schilderen. Dat idee kregen enkele leden van de Leidsche Mondialen, een Leids kunstenaarscollectief, ook. En zo trokken vier van de leden het Leidse Hout in om daar de gevoelige penseel te beroeren.

Schilderen in de open lucht heeft voordelen, maar ook nadelen. Het leuke is dat veel mensen even een kijkje komen nemen en een praatje komen maken. Nadeel daarvan is dat je niet opschiet, dat je penseel vooral in de ruststand staat.

Mooi is de prachtige natuur, de blauwe lucht met de statige witte wolken, de glanzend groene bladeren en het transparante licht. Nadeel is dat de familie Zwaan, vader, moeder en zeven koters, ook af en toe een blik willen werpen op het kunstzinnige werk.

Een nadeel is ook dat als je begint het landschap er anders uitziet dan een uur later. Het zonlicht is anders gaan vallen, de schaduwen verschuiven, de kleuren lichten iets anders op. Voordeel is dat iedere schilder tegenwoordig een mobiel met camera heeft om de beginstand vast te leggen. Want met een paar uurtjes werk in de open lucht ben je er natuurlijk nog niet. Dan moet het werk thuis afgemaakt worden en gelukkig heb je dan de foto bij de hand om verder te kunnen gaan.

De kunstenaars van orde waren Hanny Verlint, Ineke de Vries, Celine Michel en Reinout van Dijk. Na afloop was het de bedoeling om even lekker op het terras van het Theehuis uit te puffen, maar helaas. Vele anderen waren op hetzelfde idee gekomen, geen plekje meer vrij.

Please Don’t Touch (part 2)

Een paar weken geleden liet ik al een deel zien van de openluchttentoonstelling Please Don’t Touch van het jonge Leidse kunstenaarscollectief ROEM. Vandaag is het tijd om de rest van deze expositie te laten zien.

Op Leidens oudste en meest centrale punt de Burcht lieten twee kunstenaars zien, wat hun beleving was van de coronacrisis. Werk van Vita Kiewiet de Jonge en Annemieke Dannenberg was onder de grote bomen, centraal op de Burcht te zien.

Van Vita was een eenvoudige poster zichtbaar met daarop een tak met ingekleurde bladeren. Haar werk heette Intangible Matter, dat zoveel betekent als ‘ongrijpbare zaken’. Op de poster was een QR-code te zien, waarmee je via je telefoon terecht kwam op een website met de gehele afbeelding en muziek. Een digitaal en audiovisueel verhalenboek dat iedereen moet inspireren voor een klein beetje magie in het leven. Kijk en luister hier en oordeel zelf.

Annemieke Dannenberg had een stoel met een tafeltje geplaatst met voor de duidelijkheid een bordje erbij dat zitten mag. Op het tafeltje stond een telefoonnummer, 0712032076, dat gebeld kon worden. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik dat niet heb gedaan. Ook stond er een grote glazen pot op met daarin gevouwen papiertjes. Het nummer was, als ik me goed herinner, een middel om de eenzaamheid te bestrijden.

Op de Botermarkt toonde Joosje Bosch een heel bijzonder werk met de titel Desinfect. Het was een van zeep gemaakte hand met een plastic handschoen. De handschoen was natuurlijk redelijk snel verdwenen, maar als je de zepen hand aanraakte, dan kon je daarna je handen wassen met die zeep. En was dat nou net niet het credo van deze tijd, ‘zo veel mogelijk je handen wassen’.

Op een brug over het Rapenburg hing glaswerk van VELOWA oftewel Debora Klop. Zij had een rek gemaakt waarin een aantal kleine vierkante bewerkte glaasjes hingen. De glaasjes hingen in de ruimte en door er doorheen te kijken werd de ruimte omkaderd. Debora onderzoekt ruimte en dimensie en ze probeerde dat hiermee uit te beelden. Immers, de coronacrisis zorgde er voor dat de mens zich meer bewust werd van de ruimte.

Naar het werk van Bas van Klaveren was het even zoeken. Samen met enkele voorbijkomende studenten, die ook op pad waren om ROEM te ontdekken, zochten wij de ruimte op de Oude Vest bij de Leidse Schouwburg af. Maar nergens zagen we een kunstwerk. Teleurgesteld dropen we af, maar toch knaagde er iets. Ik kon niet geloven dat er niets was en wat bleek….. in twee afficheruimtes naast de toegangsdeuren hing het werk van Bart. Eigenlijk waren het twee werken, Shared Dining & Tafel voor Twee. Bart is meubelmaker en had twee ontwerpen gemaakt voor meubels in een restaurant in coronatijden. Met zijn ontwerpen is het mogelijk om gewoon te dineren, rekening houdend met de afstand.

Tot slot was er het vogelhuisje met de naam Nestelen van Maarten Slof, hangend aan een gevel op de Lange Mare. Hij maakte een vogelhuisje in de vorm van het coronavirus. Naast de hoop dat er vogels zouden gaan nestelen, beeldt dit huisje ook de samenhang van virus en natuur uit. Immers, het virus is natuur. Helaas mocht het vogelnestje van de gemeente niet in een boom worden gehangen.

En daarmee komen we aan het eind van de openluchttentoonstelling Please Don’t Touch van ROEM. Jonge kunstenaars, die in een relatief korte tijd met een beperkt budget hun beeld van de coronatijd moesten weergeven. Een hele opgave om hieraan te kunnen voldoen, maar het is gelukt. Het een wat treffender dan het ander, maar dat is een persoonlijke voorkeur.

Goed dat er zo’n kunstenaarscollectief in Leiden is. Hopelijk blijven ze nog lang en zien we nog veel van hun werk.

Please Don’t Touch (part 1)

Dat was de titel van de openlucht expositie van het Leidse kunstenaarscollectief ROEM, die afgelopen week tot een einde kwam. De opdracht voor deze expositie was afkomstig van Museum De Lakenhal, die de jonge makers op deze manier een hart onder de riem wilde steken in deze barre tijden voor de cultuursector.

16 werken van 12 jonge kunstenaars met een heel verschillende achtergrond, verspreid door de binnenstad van Leiden. De tijd van voorbereiding en uitvoering was vrij kort en de opdracht was om de impact van de coronacrisis in kaart te brengen.

Laten we de jonge makers eens onder de loep nemen en kijken hoe zij uitdrukking hebben gegeven aan deze opdracht. Amber Meekel (24 jaar) nam het concept ruimte als uitgangspunt. Door het coronavirus heeft het begrip ruimte een andere betekenis gekregen (1,5 meter samenleving). Daar waar je voorheen onbeperkt ruimte had, werd je nu ineens bewust van een beperking in deze ruimte. Dat zorgt voor verwarring en in het begin zeker ook voor onzekerheid. Hoe ga je om met minder ruimte binnen dezelfde ruimte? Zij maakte een aantal platte vormen met opdruk, die in de ruimte stonden en waar je omheen kon lopen en ze vanuit alle hoeken kon bekijken. De platte vormen nemen juist weinig ruimte in door hun vorm, maar zijn wel aanwezig. Vreemd genoeg was er een vijand van Amber, die het op zich had genomen om haar werken met graffiti te bespuiten. Waarom? Dat weet alleen de dader. Amber reageerde daarop door een nieuw werk op de Hooglandse Kerkgracht te plaatsen, waarop mensen met viltstift hun commentaar kwijt konden. Participerende kunst dus. Het werk bij Molen de Valk heb ik niet gezien, want vanwege werkzaamheden was de molenwerf afgesloten.

In het Plantsoen stond een werk van Karl Karlas dat bestond uit een aantal foto’s van mensen met allemaal een masker op of rond gezicht/hoofd.

Voor de betekenis hiervan hoef je niet echt kunstgeschiedenis te hebben gestudeerd, want de discussie over mondkapjes was volop bezig. En naast de vele plexiglas schermen is het mondkapje wel een soort symbool geworden van de coronacrisis, zeker nu we dat allemaal in het openbaar vervoer moeten gaan dragen.

Mooie foto’s, maar qua onderwerp niet echt origineel.

Een van de meest bijzondere werken vond ik wel het werk van Julia van Duijn op de Hooglandse Kerkgracht. Haar waren door de stilte de vele geluiden opgevallen, die je normaliter niet meer opvallen door de kakofonie om ons heen. Nu de wereld ineens was stilgevallen, werden we ons bewust van een heleboel zaken waar we normaliter geen acht op slaan. Naast de kwinkelerende geluiden van de vogels ook het geluid van bv. het handen wassen.

Julia heeft deze geluiden omgezet in tekeningen. Wat je op de foto ziet zijn dus weergaven van geluiden. Daarnaast heeft ze een QR-code bijgevoegd, waarmee je naar deze geluiden kunt luisteren terwijl je kijkt. Luister hier naar de geluiden.

Wat mij betreft een heel geslaagd werk.

Een andere kunstenaar op de Hooglandse Kerkgracht was Isabelle Schippers, illustrator / webdesigner van beroep en opleiding. Het werk draagt de titel Phobia en verwijst naar fobieën, die door de coronacrisis veel vaker voor te lijken komen.

Denk hierbij maar eens aan de plotse schoonmaakwoede, die iedereen overvalt. Alles moet ineens worden schoongemaakt, is het niet om de 5 minuten dan wel om de 10 minuten.

Hoewel het werk er op zich goed uitziet, kan ik de vele fobieën niet een-twee-drie ontdekken en dat is jammer, want dan schiet het zijn doel ietwat voorbij. Als bedoeld is om te laten zien dat de vingers slijten door het vele schoonmaken, dan klopt het plaatje wel.

Ook op de Hooglandse Kerkgracht een werk van Johanna Breuch.

Johanna had opgemerkt dat we door het blijf-thuis credo anders waren gaan gedragen. Normaliter kom je uit bed, kleed je jezelf aan en gaat naar werk/school enz. Nu bleef je thuis en derhalve ontbrak de noodzaak om jezelf aan te kleden. Veel mensen liepen thuis rond in hun huiskleding.

Kortom, het gedrag van mensen was danig veranderd door de coronacrisis. En dat maakte zij met deze twee poppen duidelijk. Een aangeklede pop met een boodschappentas, want daarvoor moest je wel naar buiten en een pop met een versleten joggingbroek en een oud t-shirt en natuurlijk slippers aan de voeten.

Een goede observatie van Johanna.

Vlak naast de Hooglandse Kerkgracht, in de Moriaansteeg, hing de was van Anna van Duijn te drogen.

Anna was zich door de coronacrisis bewust geworden van het feit, dat door het grootschalige thuis blijven de mensen ongetwijfeld meer en langer in bed zouden verblijven.

Kortom, de bewustwording van het bed, dekbed, kussen, beddengoed en de matras. Gewoonlijk stappen we er ‘s-avonds in om er ‘s-morgens met enige moeite weer uit te stappen, maar nu was het bed ineens een veilige thuishaven geworden.

Hendrik Valk en de klare lijn in Oss

Dit verhaal is al vorig jaar september geschreven maar nooit gepubliceerd. Vanwege het belang van cultuur en kleine musea in deze barre tijden alsnog.

“Het volgende station is Oss” galmt het door de treinwagon. Ik nader een plaats waar ik nog nooit ben geweest en waar mijn verbeelding mij in de steek laat. Oss, waar Organon gevestigd was en waar de rookworsten vandaan kwamen. Of beeld ik mij dat maar in.

Station Oss blijkt te bestaan uit een klein gebouwtje en enkele overdekte perrons. Als ik het station verlaat kom ik op een leeg stukje Oss, waar een verdwaalde bus zijn plaats zoekt. Mensen zijn amper te bekennen, maar misschien is dat normaar in Oss rond 11 uur.

Museum Jan Cunen, waar ik moet zijn, ligt om de hoek. Een statige grote villa, in 1888 gebouwd door Arnold van den Bergh, zoon van de margarinefabrikant Simon van den Bergh. Van den Bergh verkocht de villa al snel aan zijn concurrent Arnold Jurgens. En u snapt het al, Van den Bergh en Jurgens vertrokken later met hun margarinefabrieken naar Rotterdam en waren de voorlopers van Unilever.

De villa werd daarna in gebruik genomen door de Franse kloosterzusters ‘Religieuses Files de Notre Dame’. Zij vestigden een pensionaat voor meisjes in de villa. In 1920 kocht de gemeente het pand om er het stadhuis in te vestigen. Nadat het stadhuis in 1974 in een nieuw gebouw was gehuisvest, werd de kapitale ‘Villa Constance’ na een aantal jaren als museum in gebruik genomen.

Maar goed, ik ging niet naar Oss om u over het verfijnde pand te vertellen. Ik ging naar Oss vanwege de expositie “Hendrik Vlak – kunstenaar van de klare lijn”. Mijn interesse in Hendrik Valk was ooit gewekt door een tentoonstelling in Museum De Lakenhal over De Stijl. Bart van der Leck en Hendrik Valk waren toen voor mij belangrijke iconen, meer nog dan Van Doesburg.

Valk, geboren in Zoeterwoude en opgegroeid in en rondom Leiden, viel mij toen al op door het gebruik van de lijn en enkele basiskleuren. Daarmee wist hij toch heel sprekende werken te maken, die mij aanspraken door de ogenschijnlijke eenvoud.

De overzichtstentoonstelling in Oss was daarom een ‘must’ voor mij. Valk kwam in Leiden in contact met Van Doesburg en De Stijl en dat was, in zijn vroege jaren, duidelijk een belangrijke inspiratiebron. Maar Valk ontwikkelde een eigen stijl, waarbij hij zich onttrok aan de dogma’s van De Stijl. In de jaren 20 verhuisde hij naar Arnhem, waar hij trouwde, een gezin stichtte en een vaste baan kreeg.

In de jaren 30 keerde hij weer even terug naar het realisme. Maar na de oorlog werd zijn werk weer abstracter. Maar het bleef altijd herkenbaar en met grote zeggingskracht. En als je echt eerlijk bent, dan is hij eigenlijk niet de voorloper van de Klare Lijn (bekend van Joost Swarte en daarvoor van Hergé’s Kuifje), maar de grondlegger van de klare lijn.

Geniet van onderstaande verzameling van werken van Hendrik Valk, een uniek Nederlands kunstenaar.

TV series in deze tijd van verveling: Perpetual Grace , LTD bij Fox

De zon, de zon, die schijnt maar door. Dat wordt op den duur ook vervelend en dat gekoppeld aan de corona dreigt de verveling toe te slaan.

Wat een geluk dat Fox binnenkort start met een nieuwe uitmuntende serie. Meestal is het troep wat op die zender is te zien, maar ‘Perpetual Grace, LTD’ is een buitengewone serie met een buitenaardse kwaliteit.

Een waarschuwing is echter op zijn plaats. Dit is geen serie voor iedereen, maar alleen voor fijnproevers. Voor exquise connaisseurs, zogezegd. Want zo af en toe worden er pareltjes gemaakt in het overvolle series landschap. Met het gevaar dat de echte pareltjes onzichtbaar blijven.

‘Perpetual Grace, LTD’ is zo’n onontdekt pareltje. Want de serie is niet bekend en was vorig jaar al te zien op Canvas.
Wat maakt ‘Perpetual Grace, LTD’ nu zo bijzonder. Het heeft de sfeer van een klassieke film noir en doet bij vlagen denken aan het werk van de Coen Brothers (‘Blood Simple’ en ‘Fargo’).

James, een mislukt en depressief brandweerman, ontmoet Paul Allen Brown in een bar. Deze vertelt over zijn in en in slechte ouders, dominee Byron en Lilian Brown. Zij hebben zo’n kerk waarbij ze meer geld van hun dienaren afhandig maken dan dat ze hen beschermen, althans volgens Paul. Het plan is dat James zich in hun levens binnendringt en dan uiteindelijk net doet alsof hij hun zoon is. Dominee Byron en Lilian dienen hiertoe door Mexicanen te worden ontvoerd en moeten in Mexico gevangen worden gehouden. In de tussentijd moeten dan de akten van overlijden worden vervalst, waarna James de levensverzekering kan innen en iedereen zijns weegs gaat met het nieuw vergaarde fortuin.

Maar dominee Byron wordt kennelijk flink onderschat en ook zoon Paul heeft wat donkere kanten, waardoor ineens een Texas Ranger in beeld komt.
Kortom, de serie zit vol met onverwachte twists & turns en valse verwachtingen.

Oscarwinnaar Sir Ben Kingsley speelt met groot genoegen de dreigende dominee Byron, culminerend in een hypnotiserende rol zoals we die weinig zien op de tv. Hij krijgt mooi tegenspel van Jimmy Simpson als James, de schuldbewuste brandweerman, die probeert zijn leven weer op de rit te krijgen maar alleen maar dieper in de shit komt. En dan zijn daar ook nog Luis Guzman als de corrupte Mexicaanse sheriff en Terry O’Quinn als de Texas Ranger.

Messcherpe dialogen, humor, venijn, prima camerawerk, heerlijke muziek, dat alles in ‘Perpetual Grace, LTD.’ Laat je eens verrassen door een onbekende serie op een zender waar je bijna nooit naar kijkt. Je zult er geen spijt van krijgen.

Vanaf 20 april elke week twee afleveringen op de maandagavond.

Out of Office – kunst die je nooit ziet

Kunst die je nooit, of beter gezegd, bijna nooit ziet. Dat zijn de collecties die de overheid en het bedrijfsleven hebben aangelegd. Hun eigen private kunstcollecties. Als werknemer heb je kans dat je ergens zo’n kunstwerk uit eigen collectie tegenkomt. Maar het grote publiek ziet daar weinig van.

Is dat slecht? Daar kun je verschillend over denken. Als je vindt dat kunst voor iedereen zichtbaar moet zijn, dan is het slecht. Maar als je bedenkt dat veel van deze kunstwerken in opdracht zijn gemaakt, dan is het een welkome aanvulling op het inkomen van kunstenaars. En krijgen zij de mogelijkheid om werken te maken.

Maar om een einde te maken aan die onzichtbaarheid heeft Singer Laren gemeend een tentoonstelling te moeten maken met werken uit bedrijfs- en overheidscollecties. En zo ontstond onder de titel Out of Office een mooie collectie van werken, die veelal niet te zien zijn (hoewel sommige werken al zo bekend zijn dat men ze wellicht wel kent).

De tentoonstelling is ingedeeld in een aantal themazalen, anders ontstaat er een soort wild-west tentoonstelling met van alles en nog wat door elkaar. Zonder een oordeel hierover te vellen laat ik hieronder een aantal werken zien, die mij aanspreken.
In de kop zie je het werk zonder titel van Erik van Lieshout. Figuren in het water, wat doen ze daar? Sommigen eten wat. Zijn het vissers, gestrande vluchtelingen? Je mag het zelf bedenken.

Als je de eerste zaal binnenloopt wordt je direct geconfronteerd met een groot werk van Folkert de Jong met als titel Shooting Lesson. Een aantal boomstammen met daarop volwassenen en kinderen. Een van die kinderen heeft een boog en de vrouw een koker met pijlen. Het geheel geeft een beetje een desolate sfeer. De wereld is pas vergaan en we moeten overleven. Een ‘Walking Dead’ plaatje.
Op de muur hangt een kleurrijk werk van Gé-Karel van der Sterren. Het lijkt geboetseerd van olieverf en acryl. Porseleinen vuilnisbelt is de veelzeggende titel, een kleurig commentaar op de huidige consumptiemaatschappij.
In de volgende zaal lopen we tegen Birds van Carel Visser aan. Een bronzen abstractie van twee vogels.

Verderop lopen we tegen een groot grondwerk aan. Het is The Nursery Piece van Job Koelewijn. Cirkelfiguren van zand op kopieën van Spinoza’s Ethica. En verdomd, als je er naar gaat kijken gaan de cirkels ineens draaien. Hersenen en ogen zorgen voor deze zinsbegoocheling. Misschien gaan je hersenen ook draaien van de Ethica. Prachtig om te ervaren. Daarnaast Down van Michael Radecker. Het lijkt alsof je van onderop tegen bomen aankijkt. Bolletjes acryl en garens op een doek zorgen voor een vreemde kijkervaring. De grote kunststof kleurvlakken van Esther Tielemans spatten van de muur af. Een complete kleurervaring. En dan twee werken van Maria Roosen, Bubbels en Bessen. Ruimtelijke vormen van waterverf op papier en glas. Rood in optima forma, warm, betoverend. Om thuis te hebben hangen.

Kunst is ook geïnspireerd raken door andere kunstenaars en daar wat mee doen. Maar stomweg na-apen is natuurlijk niet aan de orde. Dus wat moet je doen als je Picasso bewondert. Imiteren is een slecht idee, voortborduren ook. Dus dacht Tjibbe Beekman, ik schilder Atelier Picasso. Een prachtig woest kleurrijk werk, dat je van dichtbij moet bekijken. Gemaakt met gebruik van zand en email, heel bijzonder.
Ook de ballerina van Edgar Degas heeft veel kunstenaars geroerd. Folkert de Jong gaf er een nieuwe twist aan met zijn The Practive ‘Take 3’, waarin zijn ballerina op een pallet staat met doorlopende kleuren. Het doet bijna pijn.
De foto van Erwin Olaf spreekt voor zich. Het lijkt een schilderij, maar het is een totaal gecomponeerde foto. De titel is Catwalk I (The Helena Slicher Wedding Dress, 1759). Oude adel kijkt je aan met een uitdagende blik en komt tot leven in het hier en nu.
De Laocoön is een van de beroemdste beeldengroepen uit de Oud-Griekse beeldhouwkunst. Guido Geelen liet zich hierdoor inspireren en maakte een nieuwe versie van brons en bladgoud.

Annemarie Wenzel maakte van keramiek, houtskool en hout een luguber beeld van een ontplofte auto. De restanten van een aanslag, met de veelzeggende titel Heaven #1. Geweld als thema van kunst.
Daarnaast hangt het werk De oogst van Pyke Koch. Koch sympathiseerde met de Duitsers tijdens WO II en dit simpele feit roept de vraag op of Koch dan nog wel mag worden getoond. Maken foute gedachten van een kunstenaar zijn werk minder of slecht. Een discussie die tegenwoordig veelvuldig op diverse plaatsen opduikt.
Een groot werk van Robert Zandvliet, ook Zonder titel, spettert van de muur af. Woeste rode streken, klodders. Is het bloed, beeldt het geweld uit. Of is het vuur, die alles verwoestende kracht.
Dan zien we een schilderij waarop een museum is uitgebeeld. Mensen met kinderen lopen rond en aan de muur hangt een groot werk. Een vrouw in het wit met een knielende man er voor. Verdriet, uithuilen of is het aanbidding van de vrouw. Maar er hangt ook een vreemd wit object in de lucht. Is het een geest, een goede of een kwade? Of is het iets anders. Helen Verhoeven maakte dit Event One Detail #3.
Verderop een vrouw die op de grond zit en haar hoofd achterover heeft gegooid. Ze kijkt naar boven. Wat zou daar te zien zijn. Ze is roodharig, met rode lippen en grote wimpers. Wat doet ze daar, waarom zit ze zo. Vragen en nog eens vragen.
Tot slot een geweven werk van Rafaël Roozendaal. Het is een abstractie van een Google beeld en kreeg de naam Abstract Browsing 16 03 02 (Google Image). De vertaling van de digitale wereld naar een abstracte kunstvorm. Kleurige vakken van acryl draad, die voor een vrolijke noot zorgen.

De tentoonstelling is inmiddels afgesloten. Het was zeker de moeite waard om eens achter de schermen van de bedrijfscollecties te kijken, waarin een schat van kunstwerken verborgen zit.

Less Is More – terug naar vroeger?

Dat is een beetje de vraag die opdoemt bij de expositie “Less Is More” in het prachtige Museum Voorlinden. Want wij leven in een tijd voor overvloed, niets is te weinig, meer is nog niet goed genoeg. We worden overspoeld met nutteloze zaken, die we gretig tot ons nemen. Tot het punt van afstomping en niet meer zien wat er toe doet en wat niet. Als alles van belang is, dan is niets meer van belang.

De ouderen onder ons weten dat dit vroeger anders was, maar de jongeren kennen de wereld niet anders meer. Maar we zien ook een tegenbeweging. Minder consumptie, meer hergebruik, een simpele keuken, tiny houses. We zoeken het zelfs in wellness, opdat ons innerlijk weer tot rust komt.

Ook de kunst laat deze tendens zien. Hernieuwde aandacht voor stromingen als Minimal Art en Zero. Hergebruik, ordenen en reduceren zien we bij de nieuwe kunstenaars weer opdoemen.

In de eerste zaal worden we direct geconfronteerd met enkele mooie werken. Zo spatten de rode strepen van Daniel Buren’s De travers et trop grand je tegemoet. Als je even langer blijft kijken lijkt het alsof het beweegt (of misschien beweeg ik zelf wel). Als je je dan omdraait sta je ineens tegenover Membrane van Antony Gormley. Een man houdt een dun doek vast. Je staat er voor en denkt “wat verbergt die man”. En in de hoek een enorm grote panty (ja, echt), gevuld met kurkuma. Die grote panty is er met een plof neergekwakt, want de grond ligt bezaaid met de uitgewaaierde kurkuma. Oftewel Paff (turmeric) van Ernesto Neto.

Als we dan naar zaal 2 lopen vallen onmiddellijk de kommen met korrels op. Het doet denken aan rijstkommen, maar het zijn porseleinen schalen met zoetwaterparels er in. Het is een werk van Ai Wei Wei, Bowls of Pearl. Hij wil ons hiermee laten nadenken over de waarde van rijst tegenover parels. Verder valt het grote werk aan de muur op. Vierkanten met kleuren, schijnbaar zonder samenhang. Opvallend zijn de verschillend gekleurde randen, die voor een extra dimensie zorgen. Het werk heet Priceless Pearl en is van Imi Knoebel.

Zaal 3 is ook weer verbazingwekkend. Gelijk om de hoek staat de Cocktail Sculpture van Ann Veronica Janssens. Een aquarium met daarin water en paraffineolie. Twee verschillende lagen zorgen voor een vertekend beeld door de breking van het licht. Aan de muur een groot werk met hele, halve en kwart cijfers. Het is At Sea van Darren Almond. Getallen maken voor ons de wereld concreet, hoe complex ook. Doordat de cijfers zijn verknipt ontstaat er een zoektocht. Want we willen de cijfers graag compleet. Een spel met zichtbaarheid en onzichtbaarheid begint.
In het midden van de zaal liggen stenen en metalen blokken, met in het midden een zwerfkei. Door spiegels te plaatsen zie je steeds weer andere combinaties. Een verrassend werk, dat de vraag stelt naar de interactie en relatie tussen mens en natuur. Het werk is van Alicja Kwade en heet Trans-For-Men 8 (Fibonacci).
Voor het raam hangt een grote ballon, of is het een lamp? Nee, het zijn honderden zakjes water. Zoveel zakjes water samen zorgt voor een monumentaal kunstwerk. Door de belichting en de achtergrond krijgt het een verrassend effect. En stelt het vragen over vervuiling, schoon water, klimaat, verspilling.

In zaal 4, een relatief kleine zaal, slechts 2 kunstwerken. Maar ook deze weer heel bijzonder. Aan de muur hangt zonder titel van Anna Maria Maiolino. Het zijn slangen van gips die met behulp van de zwaartekracht zichzelf vorm hebben gegeven. Door de herhaling ontstaat een vlechtwerk. Na uitharding wordt het werk verticaal tegen de wand geplaatst.
In het midden ligt Continuous Mile (white) van Liza Lou. Een touw dat een mijl lang is en dat bestaat uit meer dan 4.5 miljoen witte kraaltjes. Een immens intensief werk, dat is gemaakt door een gemeenschap van Zulu vrouwen. Tijdens het maken worden verhalen verteld en het touw knoopt die verhalen aan elkaar.

Een zal verder ontmoeten we Steven Aalders met zijn werk Quartet. Een serie vierkante vlakken met een band er omheen. Wat is achtergrond, wat is voorgrond. De kleuren bepalen in je hersens hoe je dit waarneemt. Het ene springt naar voren, het andere krijgt juist diepte.
Heel bijzonder is de boom die aan de muur hangt. Een wirwar van takken met felgekleurde plastic zakjes. Gaat dat samen, plastic en natuur? Heeft de storm de zakjes de boom ingeblazen? Voor ons is het vervuiling, maar voor andere culturen hebben zakken heel andere betekenissen. Soms zit een heel leven in een zak opgesloten. Het is een vrolijk gezicht en daardoor ook wel hoopvol. Het is een werk van Pascale Marthine Tayou en het heet Plastic Tree C.

Weer een zaal verder zien we o.a. Self-portrait van Tony Cragg. Het is een silhouet van de kunstenaar, gemaakt van gevonden objecten, allemaal plastic voorwerpen. Staand op een stapel tijdschriften, lijkt het. Kleurrijk vertelt het ons iets over de maatschappij waarin we leven.
Op de grond Turbulence (black) van Mona Hatoum. Een cirkel op de grond, bestaande uit honderden zwarte glazen knikkers. Door de verschillende grootte ontstaat een golvend oppervlak, waarin het licht wordt weerkaatst en verstrooid. Als je goed kijkt zie je jezelf weerkaatst in al die glazen knikkers. Een enkele misplaatste voetstap en het kunstwerk spat uit elkaar. Een monnikenwerk om te maken.

Verder naar de volgende zaal, er komt geen eind aan. Ons oog valt onmiddellijk op Common Ground van Miroslaw Balka. Een verzameling oude deurmatten, uitgespreid op de vloer waar kinderen vrolijk over heen rennen. Dat mag en moet zelfs. Geen heiligheid voor de kunst. Een deurmat ligt voor een huis, veeg je voeten en je bent welkom om binnen te komen. Een gedeelde wereld waarin respect voor elkaar heerst. Maar je mag er dus gewoon over heen lopen.
Achrome van Piero Manzoni is weer van een heel andere orde. Een rechthoekig doek, gedoopt in kaolin, oftewel chinaklei. In het resulterende doel stikt Manzoni dan geometrische lijnen. Vervolgens wordt het doek op een donkerrode fluwelen achtergrond geplaatst. Simpelen materialen, die volgens Manzoni het unieke karakter van kunst relativeren.
En aan de andere kant twee werken van Jan Schoonhoven, R70-37 en R70-44. Reliëfs van karton, papier-maché en latexverf. Schoonhoven was een Nul-kunstenaar, zoekend naar een kunstvorm die letterlijk bij nul begint en die toegankelijk is. Door de wisselende lichtinval krijg je een steeds wisselend effect van licht en schaduw.

En daarmee waren we in de laatste zaal beland van Less Is More. Een uiterst verrassende expositie van werken uit eigen collectie. Een expositie ook die kunst relativeert, die vragen stelt over onze consumptiemaatschappij.
Nog te zien tot en met november 2019. Een absolute aanrader voor kunstliefhebbers, die niet bang zijn voor het experimentele.

AUTO – Media Technology MSc Exhibition

Toen ik deze aankondiging las, raakte ik geïntrigeerd door de naam. Want ik begreep dat het een tentoonstelling was van Master opleiding Media Technology van de Universiteit Leiden. En ik kon me ook nog voorstellen dat de naam AUTO niet alleen van toepassing was op de ons bekende automobielen, maar een bredere strekking had. En omdat ik toch voor een andere vraag in de Old School moest zijn, kon ik mijn basisvraag in ieder geval even deponeren bij enkele jonge studenten.

Wat is Media Technology

De naam zelf doet vermoeden dat het een technologische studierichting is. Vreemd want de Leidse universiteit kent zulke opleidingen niet echt. Die verwacht je eerder in bv. Eindhoven. Maar uiteindelijk blijkt de opleiding relatief weinig met technologie te maken te hebben. En dus zijn we al op een verkeerd been gezet.

Wat is het dan wel??? De master opleiding duurt twee jaar en is fulltime. Het is dus niet een bijvak bij een andere studie.

De opleiding stimuleert studenten om de wetenschap op een speelse en creatieve manier te benaderen. Ze worden opgeleid om hun persoonlijke interessen en inspiratie te vertalen naar onderzoeksprojecten. Ongebruikelijke vragen, onconventionele onderzoeksmethoden en alternatieve vormen van wetenschappelijke output moeten, naast de geschreven wetenschappelijke artikelen, leiden tot nieuwe manieren van benaderen en denken. Dit kan worden gedaan met installaties, games en boeken (toch wel).

Het gepresenteerde project is het resultaat van een semester werk. De studenten moesten hun onderzoeksvraag presenteren binnen de context van een expositie. Aldus luidt de verklaring van de faculteit. En omdat het een Engelstalige opleiding is, staat ook alles in het Engels beschreven.

Maar wat betekent het nou eigenlijk

Als je het voorgaande hebt gelezen, dan weet je eigenlijk als buitenstaander nog helemaal niets. Een beetje gefrut in de ruimte voor studenten, die leuke dingen willen doen. Beetje creatief, beetje van dit, beetje van dat. Moderne opleiding, dat wel.

Eigenlijk is het een opleiding voor studenten, maar ook voor kunstenaars en onderzoekers. Waar je in alle vrijheid je eigen onderzoeksvragen kunt formuleren om vervolgens daarmee aan de slag te gaan. Met gebruikmaking van wetenschap en technologie. De universiteit werkt hierin samen met de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag.

Goed, nu we dat weten is iets van de mist verdwenen. Maar echt grip hebben op de materie, dat is andere koek.

Dan maar naar binnen en kijken

De ultieme oplossing voor alles. Kijken en vragen. Helaas was het binnen de kleine ruimten van de Old School nogal druk, zodat er weinig terecht kwam van dit oogmerk.

Het thema van het semester was, zoals al eerder vermeld, AUTO. Dit woord kun je als voorvoegsel gebruiken voor veel begrippen, zoals autodestructie, authentiek, autocreatie, autopia (ik had er nog nooit van gehoord), autogeen en autogenese. Om maar eens wat zijpaden te noemen.

De bedoeling is dan om het thema op de breedst mogelijke manier te verkennen (sociaal, wiskundig, biologisch, enz.) om erachter te komen waar mogelijke verbindingen liggen.

Autogenese – Escape Womb

Het eerste project dat ik tegen het lijf liep had als thema Autogenese.”Escape Womb” was de naam van een soort knus huiskamertje. Ouderwetse fauteuil, tafeltje met telefoon, familieportretjes aan de muur, tapijtjes op de vloer. Wat opviel was dat praktisch alle portretjes van vrouwen waren, jong en oud. Er lagen ook een paar dagboeken. In een daarvan stonden opmerkingen over dat van babies altijd wordt gezegd, dat ze op de moeder lijken (soms, maar minder, op de vader). Terwijl dit bij babies normaliter helemaal nog niet te zien is. De vraag is waarom mensen dit soort dingen zeggen.

We denken dat we allemaal onafhankelijke individuen zijn, maar is dit ook zo. Zijn we niet ontzettend verbonden binnen onze familiebanden en veel minder zelfstandig dan we zelf denken.

Hmmm, toen ik daarover in gesprek raakte, bleek dat ik als man daar toch wat anders tegenaan keek. Maar, eerlijk is eerlijk, ik heb ook nog nooit een kind gebaard. Dus kennelijk is er in dat opzicht wel een verschil tussen mannen en vrouwen.

Autogeen – Face It

Autogeen betekent uit zichzelf gebeurend, op eigen kracht. De stelling bij dit project is dat iedereen drie gezichten heeft. Het eerste gezicht laat je aan de wereld zien, het tweede gezicht bewaar je voor je vrienden en familie en het derde gezicht laat je aan niemand zien. Dat laatste gezicht is de werkelijke reflectie van je identiteit. En is deze meest werkelijke reflectie dan ook echt van jezelf of wordt die gevormd door invloeden van buitenaf.

Ik zou kunnen zeggen dat dit derde gezicht het innerlijk van de mens is. Datgene wat we werkelijk zijn en waarvan we slechts een stukje blootgeven aan de buitenwereld.

Hier zouden we nog een hele boom over kunnen opzetten, maar dat doen we dan maar niet.

Onvoldoende tijd

Het was jammer, maar omdat de ‘exhibition’ maar twee weekeinden duurde, was er voor mij onvoldoende tijd om echt kennis te nemen van en vragen te stellen over. Maar toch werden interessante thema’s aangestipt en onderzocht. Wat het oplevert? Geen idee, en ik vermoed dat de studenten zelf ook nog met deze vraag worstelen. Hopelijk komt er een vervolg, maar dan met iets meer tijd.

Auto exhibition

Zal de toekomst ons ontwerpen?

fullsizeoutput_194aDat was het intrigerende thema van de tentoonstelling Manifestations tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven.

Inmiddels al weer een week of acht geleden was het dus tijd om in de trein te springen met als bestemming Strijp-S, het oude fabrieksgebouw van Philips.

Vanaf het station is het even lopen, langs het PSV stadion, naar Strijp-S waar het een drukte van belang was. Veel gebouwen met allerlei manifestaties, exposities, technische nieuwigheden, nieuw design. Maar niet alleen in de gebouwen, ook buiten is er een hele strook met kunstwerken en technische vindingen.

Maar zoals gezegd had ik mijn blik gericht op Manifestations – Will the Future Design Us? Een buitengewoon intrigerende vraag, waar je even bij stil moet staan.

En wat ik daar op de 9e verdieping van het Veemgebouw aantrof, deed mijn hart opspringen van vreugde. Daar zag ik jonge kunstenaars, die zich bezig hielden met hele diverse maatschappelijke vragen. Geen pretenties tot een oplossing, maar wel op een eigen wijze vragen stellen en de kijker aan het denken zetten.

Maar allereerst zag ik allemaal jonge bezoekers rondscheuren op scootmobielen. Een leverancier van deze voertuigen stond daar met een aantal van de nieuwste modellen en deze waren buitengewoon in trek. Ik kreeg even het gevoel op de kermis bij de botsautootjes te staan. Maar eigenlijk worden de doorontwikkelde scootmobielen wel een transportmiddel van de toekomst in onze drukke binnensteden. In plaats van op een elektrische fiets kun je je ook heel goed verplaatsen met een elektrieke mobiel. We gaan het zien.

Zijde en koekjes

Daarna liep ik tegen het werk van Iris Seuren met de naam Purity of Silk. Zij constateert dat de interventie van de mens in de natuur steeds intensiever en daardoor zichtbaarder wordt. En dat bv. het natuurlijke milieu van de zijderups is weggenomen, waardoor dit beestje alleen nog in een kunstmatige omgeving kan verkeren. De zijderups wordt als het ware gedomesticeerd. Hiermee wordt de mens, volgens Iris, net zo verantwoordelijk voor de productie van zijde als de zijderups zelf. De wederzijdse afhankelijkheid wordt daardoor zichtbaar gemaakt. En zo wil Iris de mens bewust maken van zijn consumentengedrag en de consequenties hiervan.

Vervolgens liep ik tegen het project Upprinting Food van Elzelinde van Doleweerd. Zij noemt zichzelf ‘duurzaam voedsel ontwerper’. Haar afstudeerproject richtte zich op het 3D printen van eten, waarbij gebruik werd gemaakt van voedselrestanten uit de industrie. Zoals je ziet heeft ze diverse vormen en patronen geprint en ik heb het mogen proeven. Het smaakte maar Elzelinde vertelde dat ze nog meer smaak gaat toevoegen om het uiteindelijk als product te kunnen presenteren. Ik ben benieuwd of ik over een paar jaar 3D geprinte koekjes van bieten bij de AH kan kopen. Een nuttig vooruitzicht als de verspilling hiermee kan worden bestreden.

Magische futuristische kleding

Vervolgens kwam ik terecht bij een fantastisch experiment van Tim Dekkers, The Parasitic Humanity geheten. Tim ziet de mens als een parasitaire schimmel van de aarde. We hebben de aarde nodig, maar maken haar ook kapot, zegt hij. Steeds meer producten, afval en vervuiling. En de neiging om alles te willen controleren. Dat bracht hem tot dit project en de vraag of wij de schoonheid kunnen inzien van ons toedoen. Hij ging aan de slag met polyurethaan en aluin. De eerste stof een plastic, niet natuurlijk afbreekbaar en de tweede stof een natuurlijk materiaal. Hij heeft deze stoffen laten groeien en hier uiteindelijk fantastische kleding van gemaakt. Kijk vooral ook op zijn website voor meer prachtige voorbeelden.

Daarna liep ik tegen Responsive Tactility: 4D printed skins van Tessa Petrusa. Zij stelt dat naarmate de technologie meer en meer de meest intieme delen van ons leven binnendringt, het tijd wordt om opnieuw na te denken over hoe het eruit ziet en aanvoelt. De oppervlakken van technologische toepassingen kunnen zachter, responsiever en meer organisch zijn. We moeten vaak fysiek communiceren met technologie. Waarom maak je die ervaring dan niet opwindend, sensorisch, vraagt Tessa zich af.

‘Responsive Tactility: 4D Printed Skins’ zijn oppervlakken die bestaan uit integraal geprinte patronen van ‘skeletten’, ‘spieren’ en ‘gewrichten’ op gestrekte stof. Wanneer de spanning van de stof na het afdrukken wordt verwijderd, vouwt het oppervlak zichzelf op in vorm: 4D-afdrukken. De vorm en details van de oppervlakken veranderen wanneer ze worden aangeraakt, waardoor een zachte, tactiele respons ontstaat.

Wellicht kunnen haar oppervlakken verwerkt worden tot werkelijke en draagbare kleding. Ik ben benieuwd.

Aliens in da house

Jeanine Verloop vraagt zich af hoe aliens ons als mensheid zouden zien. Misschien ze we er wel magisch uit, vanuit de ruimte. Zij bouwde een mechanische sculptuur, waarbij ze werd geïnspireerd door hoe onze apparaten elkaar steeds vaker nabootsen.

Een telefoon is een kleine tablet, een tablet een kleine laptop, enzovoort. Dit zijn allemaal apparaten die we tegenkomen in ons dagelijks leven. De vraag of dit de mens arrogant maakt, samen met de technologische ontwikkelingen die steeds onzichtbaarder worden, zoals algoritmen, zijn het uitgangspunt  van Jeanine geweest. Haar verdere onderzoek sluit aan bij de historische ontwikkeling en context van drukmachines, schrijfmachines en psychose. Dit leidde tot de creatie van deze mechanische en buitenaardse structuur die prints produceert. Voorwaar een heel bijzonder apparaat dat ze nog even in werking liet zien ook.

Een achterliggende gedachte is ook dat de mens in vroeger tijden zelf zijn gereedschappen maakte en daardoor ook wist waarvoor ze dienden. Er was een band tussen mens en gereedschap. Door de enorme technologische ontwikkeling is deze band verdwenen. Door de automatisering hoeven we niet meer na te denken en worden onze hersenen zwakker. Het dromen over radicale nieuwe technologieën neemt af. De mens raakt vervreemd van het technologische landschap dat hem omringt. Kan de mens zichzelf heruitvinden en zich weer met de technologie verbinden. Of zullen de aliens de ondergang van de vervreemde mens zien met de technologie als de ultieme winnaar.

Een nieuwe wereld

We worden tegenwoordig doodgegooid met klimaattafels, met verontreiniging, met plastic in de oceaan, met bedreigde dier- of plantensoorten. Kortom, bijna een reden om een einde aan je leven te maken, want het is en blijft somberen.

Maar Manifestations – Will the Future Design Us? toont eigenlijk het tegendeel. Ik ben er van overtuigd dat slimme nieuwe oplossingen de wereld beter zullen maken, gestuwd door het soort jongeren dat ik zag op deze manifestatie.

Er was nog veel meer interessants te zien, daar tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven. Volgend jaar maar weer gaan, om te zien welke richting het verder gaat.

De wederopstanding van Frans Hals

Lang geleden leerde ik op school over de Gouden Eeuw. Een tijdperk waarin Nederland de wereld beheerste (nou ja, bijna) en waarin we geweldige zeevaarders hadden. Nieuwe werelden werden ontdekt, handel werd volop gedreven en onze oude voorvaderen werden stinkend rijk. Later pas leerden we dat dit allemaal wel ten koste was gegaan van heel veel andere mensen.

Maar goed, in diezelfde Gouden Eeuw floreerde de kunst ook. Rembrandt en Vermeer waren de beroemdste schilders, in de architectuur waren de Key, de Keyser en Van Campen grootheden, Willem Barentsz en Abel Tasman ontdekten de wereld, Stevin en Leeghwater waren beroemde ingenieurs.

Maar ook Frans Hals was in die eeuw een vooraanstaand schilder. Maar net als bij Rembrandt keerde op een dag het tij voor Hals. Hij kreeg een slechte naam als dronkelap en zijn schilderijen verdwenen naar de zolder.

Maar vergeten werd Frans Hals niet want in de tweede helft van de 19e eeuw werd hij herontdekt en aanbeden door kunstenaars als Mamet, Singer Sargent, Liebermann en van Gogh. Haarlem werd een soort bedevaartplaats voor hen om de werken van Frans Hals te bestuderen en na te schilderen. Want van een groot schilder als Frans Hals valt veel te leren.

Frans Hals, c’est un moderne

Doordat al die beroemde schilders in de 19e eeuw naar Haarlem trokken en zelfs zo ver gingen dat zij het werk van Frans Hals kopieerden, bleek onze Frans eigenlijk een heel modern schilder te zijn. Hij was zijn tijd ver vooruit, omdat hij al duidelijk impressionistische tonen had. Dat was in zijn tijd natuurlijk niet bekend, maar later viel het des te meer op. 

Hieronder zien we bv. Malle Babbe van Frans Hals uit 1630 met daarnaast de versie van Gustave Courbet uit 1869. Opvallend is dat Courbet de initialen van Frans Hals in zijn werk schildert, terwijl het origineel ongesigneerd is.

 Een ander frappant voorbeeld is het schilderij Regentessen van het Oudemannenhuis uit 1664. Edouard Manet schilderde dat in 1872 na als oefening en John Singer Sargent maakte in 1880 van twee regentessen kopieën.

Een ander voorbeeld is het Feestmaal van de officieren van de St. Joris-schutterij uit 1627. Dit levendige werk werd in 1872 in opdracht van het Franse gouvernement gekopieerd door Francois Vollon. Bijna identiek. John Singer Sargent kopieerde in 1880 een onderdeel, te weten vaandeldrager Jacob Schout, die rechtsboven in het werk van Hals staat. Singer Sargent hanteerde hierbij een nog lossere penseelstreek dan Hals.

De tentoonstelling in het Frans Hals Museum laat nog meer voorbeelden zien. Een prachtige manier om te zien hoe latere kunstenaars zich laten beïnvloeden door een oude meester. Andere grootheden als Vincent van Gogh, Max Liebermann en Claude Monet bestudeerden Frans Hals. Ook hiervan zijn beelden te zien.

Daarom is deze tentoonstelling een aanrader voor elke schilder, groot of klein, om de studies van de latere schilders te vergelijken met het origineel. Tot en met 24 februari 2019 nog te zien in het Frans Hals Museum in Haarlem.