Categorie archief: Zien

Velsen – voetbal – virus

De drie v’s, daar moest ik afgelopen zondag aan denken. Nee niet de 3Js, dat is iets heel anders. Want ik moest die dag naar Velsen om verslag te doen van de voetbalwedstrijd tussen de lokale helden van de vv Velsen tegen Alphense Boys.

Voor het eerst sinds de start van het voetbalseizoen kon ik ongehinderd met de auto naar de doelplaats reizen. De voorgaande 3 weekeinden had ik telkens te maken met afgesloten rijkswegen waardoor ik aardige omwegen moest maken.
Nu kon ik dus mooi rechtstreeks naar het sportpark in Driehuis rijden.

Tijdens mijn reis kwam ik langs het bekende landgoed Beeckestijn. Veel over gehoord/gelezen vanwege allerlei activiteiten, maar nog nooit geweest. Via een grote slinger kwam ik in het dorpje Driehuis, onderdeel van de gemeente Velsen. Aan de woningen te zien een niet geheel onbemiddeld dorp.

De ontvangst was in een geheel verlaten bestuurskamer (richtlijnen RIVM) en ook op de tribune was goed aangegeven waar men wel en niet mocht zitten.

De wedstrijd was leuk om te zien en golfde over en weer. Velsen was de eerste helft was sterker, Alphense Boys deed het daarentegen na de rust beter. Door een blunder van de doelman kwam Velsen voor de pauze op een 1-0 voorsprong, maar halverwege de tweede helft maakte Alphense Boys een heel mooi doelpunt en kwam daardoor gelijk. De 1-1 was gelijk de eindstand. Gelet op het wedstrijdbeeld denk ik een terechte uitslag, hoewel de Alphense trainer daar een tikkeltje anders over dacht (dat doen de meeste trainers na afloop van een wedstrijd).

Na de nodige interviews achteraf was het weer tijd om terug te reizen. De hele middag stond de zon hoog aan de hemel en dat leidde er wel toe dat de gehele Velsense voetbalfamilie na afloop gezellig met een biertje in de hand en knus bij elkaar de wedstrijd nog eens kon nabespreken. Of wellicht kwamen er nog andere onderwerpen aan de orde, zoals de Tour de France. In ieder geval werden hier de RIVM richtlijnen ietwat uitgerekt.
Hopelijk heeft dit geen verdere gevolgen voor wat betreft het virus.

Als je de interviews wilt beluisteren, die staan hieronder. Eerst het interview met trainer Remco Tuinenburg, daarna het interview met de doelpuntenmaker, Rachad Madi.

Een bezoekje aan Smitshoek, wie wil dat niet

Afgelopen zaterdag mocht ik op bezoek in Smitshoek, tegenwoordig een wijk van Barendrecht, maar vroeger een zelfstandig dorpje aan de rand van Rotterdam.
Volgens de overlevering dankte het dorpje de naam aan de smederij, die gevestigd was op de hoek van de Charloise Lagedijk en de Smitshoekseweg (hoewel daar de vraag bij gesteld kan worden waar dan de naam Smitshoekseweg vandaan komt).

Anyway, het oude dorp ligt aan weerszijden van de A15 en wordt gekenmerkt door de dijkbebouwing, maar daar valt tegenwoordig niet veel meer van te zien.
De huidige wijk Smitshoek wordt vooral gekenmerkt door veel nieuwbouw en van het oude dorp is niet veel bewaard.

Maar ik moest daar niet zijn voor de bezichtiging van het oude en nieuwe dorp. Ik moest zijn bij de vv Smitshoek, een hele grote voetbalvereniging die in 1960 werd opgericht met wel zo’n 1500 leden. Door de grote nieuwbouw heeft de vereniging een grote en bloeiende jeugdafdeling. Enkele bekende oud-leden zijn Denzel Dumfries, Guyon Fernandez (weer teruggekeerd op het oude nest) en Dylan Vente.

Specifiek gesproken was ik daar om voor Studio Alphen verslag te doen van de wedstrijd Smitshoek – ARC. Beide teams hadden de eerste competitiewedstrijd overtuigend gewonnen en ARC-coach Mark Evers vond deze wedstrijd een goed eerste ijkpunt om te zien waar zijn team stond.
Welnu, daarop kreeg hij een positief antwoord want ARC was duidelijk de bovenliggende ploeg en won uiteindelijk verdiend met 0-3.
Daardoor staat ARC nu ineens op de eerste plaats van de Hoofdklasse A. Zaterdag wacht de ontmoeting met de ploeg van de familie Sneijder, DHSC uit Utrecht. Dit is een kampioenskandidaat en iedereen is benieuwd hoe ARC het er tegen deze tegenstander af zal brengen.

Bekijk hieronder mijn interviews na afloop van de wedstrijd met coach Mark Evers en Vincent Tel, een aanvaller op de weg terug na een langdurige blessureperiode.

De samenvatting van de wedstrijd kun je ook zien.

Hoe laat je de Parmezaanse kaas van je roggebrood eten

Een interessante vraag die gisteravond werd beantwoord door de Italiaanse voetbalploeg. Die vrat namelijk het Nederlandse roggebrood, heerlijk belegd met goudgele Parmezaanse kaas, als een stel drommelse muizen helemaal kaal.

Naar mijn idee konden de voortekenen al worden gezien bij de gewonnen wedstrijd tegen Polen. Want daar was ook al geen echt sprankelend Oranje te zien.

Waar ging het mis

Er is inmiddels al flink geanalyseerd door vele experts en non-experts. Zelf zag ik in de eerste plaats een veel frisser en fitter Italië, dat de meeste duels won en Oranje op veel gebieden aftroefde. Misschien waren de Italianen erop gebrand om het gelijke spel tegen Bosnië-Herzegovina uit te vlakken en het thuispubliek te laten zien dat er een echt team staat.

Vervolgens begreep ik de opstelling van Wijnaldum als rechteraanvaller niet helemaal. Wijnaldum is geen vleugelflitser en dat werd ook wel duidelijk. Meestal trok hij wat naar binnen toe waardoor de vleugel helemaal vrij kwam. Mogelijk was het de bedoeling dat Hateboer zich daar naar hartelust kon uitleven, maar dat was buiten de waard gerekend.

Italië startte feitelijk met een driemansverdediging, waarbij de oude rot Chiellini zowel het centrum als de zijkant bestreek. Daardoor kon de linkerverdediger Spinazzola zich helemaal vrij maken voor de aanval langs de krijtlijn. Hateboer werd daardoor geconfronteerd met twee tegenstanders, genoemde Spinazzola en aanvaller Insigne. Hier kwamen veel goede voorzetten uit voort. Onderstaande foto laat zien welke ruimte er was.

Je ziet Spinazzola de bal opdrijven, Hateboer moet naar hem toe waardoor een gat in zijn rug ontstaat, waar Insigne in duikt. Wijnaldum en de Roon zijn te laat voor de ondersteuning.

Eenzelfde situatie zag ik vorige week bij de wedstrijd De Graafschap O21 tegen Alphense Boys O21. Ook daar werd de Boys verdediging compleet ontregeld door de sterk opkomende en hoog staande linkerverdediger. De Boys begonnen met een 4-3-3 opstelling en veranderden dit na de rust in een 4-4-2. Door de versterking van het middenveld was het gevaar over links helemaal bezworen.

Had Oranje dit ook kunnen doen? Bij Oranje bestond het middenveld eigenlijk alleen maar uit de Roon en de Jong, omdat zowel Wijnaldum als van de Beek ver naar voren speelden. Het gevolg was dat het Oranje middenveld compleet werd overlopen, mede door een uitblinkende Locatelli.

De vervanging van van de Beek door aanvaller Bergwijn was opportunistisch, maar geen oplossing. Want de zwakte op het middenveld werd hiermee niet opgelost.

Een ander probleem was dat Italië ver uit elkaar speelde. De drie verdedigers stonden bij de opbouw ver uit elkaar en gaven Oranje daardoor weinig kans om druk te zetten. Daar kwam bij dat de passing van de Azzurri prima was en ze vanuit de verdediging direct naar voren speelden.

Nederland kwam daarentegen niet aan opbouwen toe. Veldman is geen opbouwende speler en omdat ook Hateboer en Aké niet naar voren konden trekken ging veel passes de mist in. Door het flexibel spelende Italië werd Oranje helemaal uit elkaar getrokken waardoor heel veel ruimten kwamen die goed werden benut door de Italianen.

Kortom, Nederland werd geconfronteerd met een heel modern spelend Italië en had daar geen antwoord op. Duidelijk werd dat een speler als Blind heel erg wordt gemist, vanwege zijn kwaliteiten met een inspelende pass. Ook zat er weinig diepgang in het Nederlandse spel. Enerzijds omdat er niemand diep ging (en als dat een keer wel gebeurde, dan kwam de bal niet), anderzijds omdat er weer veel breed werd gespeeld.

11 oktober speelt Nederland de volgende wedstrijd in het kader van de Nations League tegen Bosnië-Herzegovina. Er zal dan heel goed moeten worden nagedacht over de strijdwijze. De Bosniërs hebben nu gezien hoe je Oranje kunt lam leggen.

De kop is eraf, de bal rolt weer

Gisteren was het dan zover, voor het eerst sinds 8 februari, kon ik weer verslag doen van een heuse competitiewedstrijd in voetballand. Zeven maanden lang waren de ballen keurig in de netjes opgeborgen gebleven.

En nu was het weer tijd om uit het rag te kruipen. Op naar Emmen voor de wedstrijd van Alphense Boys tegen de plaatselijke trots. Nee, niet het ‘grote’ FC Emmen, maar het echte vv Emmen. Wiens veld onmiddellijk achter het stadion ligt.

Rond een uur of tien in de auto, richting het verre Emmen. Want je moet toch wel een uurtje van tevoren aankomen om de opstelling door te nemen, wat gesprekjes hier en daar en uiteindelijk verbinding maken met de studio. Gerrit, de cameraman van Studio Alphen, was er ook voor een samenvatting. Samen doen we na afloop van de interviews op camera.

Rond één uur had ik het veld bereikt. Het onderkomen van de vv Emmen heeft iets provenciaals, zoals ook clubs in het dorpse Randstad soms hebben. Geen grote dure bestuurskamer, geen nieuw voetbalcomplex en een ietwat verouderde tribune. Niet het voetbalcomplex van een hoofdklasser. Maar daar waren goede redenen voor vanwege plannen, die uiteindelijk niet doorgingen. Zoals een nieuw stadion voor FC Emmen en een daaraan gekoppelde herinrichting van het gehele sportcomplex. Maar dat gaat voorlopig niet door.

Wat resteert is de Drentse, of moet ik zeggen Emmense, gastvrijheid en vriendelijkheid. Bij het binnentreden van de bestuurskamer moet je de handen even reinigen en je naam op een registratieformulier invullen. Zo hoort het officieel, maar daarna zit iedereen gezellig met elkaar aan de grote tafel.

Het publiek dat massaal op de tribune plaatsneemt vanwege de regenbuien, doet helemaal niet aan de 1.5 meter regel. Gezellig met zijn allen op de tribune en af en toe loeien vanwege een vermeende scheidsrechterlijke dwaling. En natuurlijk de plaatselijke helden stevig aanmoedigen.

De wedstrijd was spannend, niet per sé kwalitatief hoogstand, maar de vele doelpunten en de spanning tot de laatste minuut maakten het geheel tot een aangename wedstrijd.

Na de interviews weer in de auto terug om even na zevenen weer de sleutel in het huisslot te kunnen steken.

De kop is eraf, de bal rolt weer en voorlopig zit ik elk weekend weer volgeboekt met het vooruitzicht op interessante wedstrijden.

Hieronder kun je luisteren naar de interviews die ik na afloop had met trainer Remco Tuinenburg en verdediger Noah Barendse.

Big Little Lies, ijzersterke serie met sterke vrouwen

Waardering: 5 uit 5.

Big Little Lies is een ijzersterke HBO-serie, waarin vrouwen de hoofdrollen spelen. HBO staat bekend om zijn kwalitatief uitmuntende tv-series en dat is met deze serie niets te veel gezegd. Reese Witherspoon, Nicole Kidman, Shailene Woodley, Zoë Kravitz en Laura Dern spelen letterlijk de sterren van de hemel in dit misdaad-drama.

Plaats van handeling is Monterrey aan de zonovergoten Californische kust. Zo’n plaatsje waar de dure auto’s zich langs het strand verdringen om maar op te vallen. Daar wonen Madeline Mackenzie en Celeste Wright in hun fraaie dure huizen met uitzicht op de oceaan. We maken kennis met een nieuwkomer, Jane Chapman, een ongehuwde moeder met wat minder centjes op de bank. Zij wordt onder de hoede genomen door Madeline en Celeste en dat is wel nodig ook, want haar zoontje krijgt al op dag een op school een probleem met de dochter van Renata Klein, een succesvol zakenvrouw.

Het milieu is getekend, de omgeving ingekaderd en langzaam komen we meer te weten over de vier vrouwen en hun achtergronden. En al snel blijkt dat de glitterende buitenkant maar een dun vernisje is, waaronder allerhande onzekerheden en ellende schuilt. Alle thema’s komen aan de orde, verkrachting, vreemd gaan, financiële ellende, mishandeling, zelfs tot moord aan toe.

De serie is schitterend vorm gegeven, zoals gezegd acteren alle karakters op hun hoogste toppen, perfecte muziek (alleen al de begintune van Michael Kiwanuka vergeet je nooit meer), de spanning wordt tergend traag opgebouwd, de vriendschap tussen de vrouwen groeit vanuit hun ervaringen. Kortom, een immens goede serie die ik iedereen kan aanraden.

La Odisea – de zoektocht naar je eigen geld

Waardering: 3 uit 5.

Ergens op het Argentijnse platteland ligt het dorpje Alsina. Veel inwoners zijn voor een betere toekomst weggetrokken naar Buenos Aires. Oud profvoetballer Fermin Perlassi, wereldberoemd in het dorpje vanwege een doelpunt dat hij ooit heeft gemaakt. Er staat dan ook een standbeeld van hem in het dorpscentrum.

Samen met zijn vrouw heeft Fermin zijn oog laten vallen op een oude graansilo. Hij denkt dat als deze silo weer in gebruik wordt genomen, met bijbehorende fabriek, er weer veel mensen werk kunnen vinden en dat dit goed is voor de toekomst van het dorp.

Maar….. hij heeft onvoldoende geld om de boel te kopen. Maar hij bedenkt dat het als coöperatie kan worden gedaan en legt zijn idee voor aan een aantal dorpsbewoners. Die willen allemaal wel mee doen en geven hun bijdrage aan hem. Fermin bergt het geld, 150.000 dollar, op in een kluis bij de bank in de dichtstbijzijnde stad. Met dit geld hoopt hij een banklening te krijgen waardoor de silo kan worden gekocht.
De bankdirecteur haalt hem echter over om het geld op een bankrekening te zetten. Hij kan er dan voor zorgen dat de lening binnen een paar dagen rond is.

Maar dan slaat de crisis ongenadig toe. De Argentijnse ‘corralito’ wordt ingevoerd en dat betekent dat alle banktegoeden worden bevroren. Er mag elke week slechts een klein bedrag worden opgenomen.
Van een eerlijke bankbediende hoort Fermin dat de bankdirecteur, samen met een advocaat, alle gelden de dag voor de ‘corralito’ contant hebben opgenomen en achterover gedrukt.

Het geld is dus weg. Maar Fermin en kornuiten laten het er niet bij zitten en gaan op jacht naar hun tegen geld.

‘La odisea’ is een lekker wegkijkende film, die met humor en spanning een inkijkje geeft in de tijd dat Argentinië niet aan de rand van de afgrond stond, maar er al was ingedonderd. Er zit een mooi tempo in de film en je ruikt het Argentijnse platteland. De karakters worden niet al te veel uitgediept, maar er zitten wel een paar fraaie typetjes bij.

Een film om gewoon een middagje of avondje te ontspannen.

Vanuit Leiden naar de nieuwe wereld

Momenteel valt in het Museum de Lakenhal de tentoonstelling “Pilgrims naar Amerika – en de grenzen van vrijheid” te zien. Deze tentoonstelling valt binnen het kader van ‘Pilgrimjaar – Leiden400’. Want in 1620 vertrokken de Pilgrims vanuit Leiden naar Delfshaven om daar in te schepen voor een reis naar de nieuwe wereld. De reis ging via het Engelse Plymouth en uiteindelijk kwamen de mannen en vrouwen aan op Cape Cod, maar deze sombere omgeving werd al snel ingeruild voor Plymouth Bay in Massachusetts.

Wie waren de Pilgrims

De kerkhervormers, die van invloed waren op de Pilgrims (“Licht is op de kandelaar gestelt”)

In de 16e eeuw wilde de Engelse koning Hendrik VIII scheiden van zijn vrouw, maar hij kreeg daar van de paus geen toestemming voor. Daarop besloot de koning de RK kerk te verlaten en een eigen kerk op te richten, de Anglicaanse kerk. Maar die nieuwe kerk leek nog in veel onderdelen op de RK kerk, reden waarom er een aantal mensen waren die vonden dat de vele rituelen moesten verdwijnen. Deze groep waren de Puriteinen. Daarnaast was er een groep die zich van de kerk wilden afscheiden, de Separatisten. Maar ja, koning Hendrik stelde de Anglicaanse kerk verplicht en dat leidde tot vervolging van andersdenkenden.

Veel van de Separatisten wilden uit Engeland vluchten. Onder hen William Brewster, William Bradford, John Robinson en John Smyth. Zij kwamen uiteindelijk op verschillende manieren in het begin van de 17e eeuw in Amsterdam terecht.

Na onderlinge onenigheid verhuisde een deel van de Separatisten naar Leiden, een tolerante stad (indertijd qua grootte de tweede stad na Amsterdam). Hun voorganger was John Robinson. De hechte gemeenschap, afkomstig van het platteland, had het zwaar in het stadse Leiden. Ze mochten geen eigen kerk hebben en moesten voor bv. een hoop dus terecht in de Pieterskerk of de Hooglandse kerk.

Genoeg is genoeg, op naar Amerika

Na zo’n 12 jaar ploeteren in Leiden, met veel armoe, besloot men in overleg met in Engeland achtergebleven gelijkgestemden over te steken naar Amerika. Daartoe werd een schip, de Speedwell, aangekocht. In augustus 1620 verliet de groep Leiden en zeilde naar Delfshaven om daar in te schepen op de Speedwell. Met deze boot voer men naar Southampton, waar inmiddels de Mayflower uit Londen was aangekomen met de Engelse vluchtelingen. Vanuit Southampton vertrokken de twee schepen richting Amerika, maar al snel bleek de Speedwell te lekken en moesten de schepen terug naar Plymouth. Daar werd het slechte schip verkocht en vertrok de Mayflower alleen naar Amerika, richting Virginia.

“Het vertrek van de Pilgrims uit Delfshaven, 1620” van Adam Willaerts

Het beloofde land

Kennelijk was het kompas niet helemaal in orde, want in plaats van in het beloofde Virginia kwam de Mayflower aan bij Cape Cod in Massachusetts, een heel stuk noordelijker. Dat bleek een moeilijk doordringbaar stuk land en daarom reisden ze iets verder. Uiteindelijk gingen ze aan land in Plymouth Bay en stichtten daar het plaatsje Plymouth.

Het leven was zwaar. De helft van de overstekers en bemanning waren inmiddels overleden en de andere helft probeerde manhaftig het nieuwe leven te beginnen. Helaas ging dat wel ten koste van de oorspronkelijke bewoners van het land, een Indiaanse stam, Wampanoag genaamd. Een groot deel van de indianen waren aan een epidemie overleden, waarschijnlijk door eerder contact met Europeanen.

Overblijfselen uit Leiden zijn het burgerlijk huwelijk, de organisatie van het bestuur in kleine zelfsturende wijken en vermoedelijk ook Thanksgiving (hoewel de meningen hierover nog verschillen en wat onduidelijk zijn).

De tentoonstelling is nog tot en met 13 september te zien.

Never, Rarely, Sometimes, Always

Waardering: 4 uit 5.

Deze filmtitel is ontleend aan de antwoorden op een checklist van een abortuskliniek in Manhattan.
Regisseur/schrijver Eliza Hittman heeft een ontroerend en gevoelig drama gemaakt over twee tienermeiden in het huidige Amerika.

We leren de 17-jarige Autumn kennen als ze bij een talentenshow echt zingt, in tegenstelling tot de andere deelnemers. Ze lijkt niet echt populair want ze krijgt een scheldwoord naar haar hoofd geslingerd. Later smijt ze de schreeuwer een glas water in het gezicht. Ze is dus niet gemakkelijk te intimideren.
Toch maakt Autumn geen vrolijke indruk, eerder een beetje afstandelijk en melancholisch.

Maar al snel komen we er achter waar dit aan ligt. Ze is namelijk zwanger. Dat blijkt als ze een kliniek bezoekt. Daar krijgt ze ook een afschuwelijk Pro Life filmpje te zien. En passant krijgt ze foldertjes mee over adoptie.
Autumn wil niet dat haar ouders van haar zwangerschap weten. En in de staat waar ze woont, is een abortus voor een 17-jarige zonder ouderlijke toestemming onmogelijk.

Dus stapt Autumn met haar nichtje Skylar en een veel te zware koffer in de bus naar New York. Daar komt ze erachter dat ze al langer zwanger is dan haar in de kliniek is verteld. Hierdoor moet ze naar een andere plek en duurt het allemaal dagen langer dan gepland.
Geld hebben ze in beperkte mate, onderdak is te duur, dus zoek je ‘s-nachts een bowlingbaan of een gokpaleis op.

Never Rarely Sometimes Always is een film die je niet snel vergeet. Heel rustig verteld, zonder sensatie, zien we de tocht van de twee meiden. We ervaren dat het voor zulke meiden niet gemakkelijk is om je staande te houden. Maar ze slaan zich door alle tegenslagen heen en komen veilig weer thuis.

Sidney Flanagan als Autumn en Talia Ryder als Skylar spelen de sterren van de hemel. Hun gezichten spreken boekdelen en geven uiting aan hun innerlijke gevoelens. Hun spel is mede de kracht van deze film. De scène waarin Autumn de vragen uit de titel beantwoord, tonen dat ze op dat moment echt wordt geconfronteerd met zaken waar ze liever niet aan denkt.

Ik vond het een sterke film met een uitmuntend verteld en in wezen eenvoudig verhaal. Het laat zien hoe empatisch de medewerkers van de klinieken in New York zijn, in tegenstelling tot die buiten de grote stad.

Picciridda – groot worden op een zonnig Italiaans eiland

Waardering: 4 uit 5.

Picciridda betekent kleine meid in het Italiaans en het is het filmdebuut van regisseur Paolo Licata. Eind jaren 50 woont de kleine Lucia in een klein dorpje op een mooi en vooral zonnig Italiaans eilandje (de film is opgenomen op Sicilië). Ze woont daar samen met haar vader, moeder en broertje. Maar de werkloosheid is hoog en de armoede groot. Daarom besluiten Lucia’s ouders om, samen met haar broertje, naar Frankrijk te trekken en daar te gaan werken.

Trauma 1: Je ouders met broertje met een boot zien vertrekken naar verre oorden om achter te blijven bij je oma, Nonna Maria. Oma is een norse, forse vrouw. Zwijgzaam maar met enig aanzien in het dorpje. Vooral omdat ze de overledenen mooi kan opmaken voor de begrafenis. De verhouding tussen Lucia en haar oma is moeizaam, maar langzaam zien we toch dat ze elkaar gaan waarderen.

Trauma 2: In de familie bestaat een onuitgesproken haat. Lucia mag van oma niet omgaan met haar tante Pina en haar nichtje Cettina. Waarom dit niet mag blijft onuitgesproken. Als Lucia hier naar vraagt krijgt ze geen antwoord. Ooit is er iets gebeurd, waardoor de twee grote zussen (Maria en Pina) niet meer met elkaar praten. Lucia vind ze wel aardig en snapt er niet veel van.

Trauma 3: Lucia heeft wel een vriendinnetje, maar op school laten haar klasgenoten haar links liggen. Ze wordt zelfs een beetje gepest. Thuis heeft ze vriendschap gesloten met een zwarte kip, die ze vertroeteld.

Trauma 4: Er overkomt Lucia iets waarover ik hier niets ga vertellen, omdat dit cruciaal is voor het verhaal.

In deze moeilijke omstandigheden zien we Lucia langzaam, via verdriet en eenzaamheid, opgroeien tot een sterk meisje. Uiteindelijk vertrekt ze ook naar Frankrijk, omdat haar ouders het daar goed hebben gedaan. Als ze na meer dan tien jaar terugkeert, is haar oma overleden. Dan ook pas komt ze achter het onuitgesproken geheim.

Picciridda is een bijna toeristisch aandoende film. Mooie zonnige beelden, soms zelfs met een gouden glans. Je verlangt onmiddellijk naar de Italiaanse lucht. Het verhaal wordt helder en duidelijk verteld, bijna op een boekachtige manier. De twee hoofdrolspeelsters, Marla Castiglia als het jonge meisje Lucia en Lucia Sardo als Nonna Maria, spelen een geweldige rol. Ook de bijrollen zijn prima bezet. Je voelt je thuis in het dorpje, alsof je er zelf rondrijdt op je Solex. De ogen van de hoofdrolspeelsters weerspiegelen hun innerlijk. Soms wordt het drama iets te melodramatisch aangezet.

Al met al is Picciridda een mooi drama, goed in beeld gebracht met een uitstekende cast. Kortom, een prima zomerfilm.

Mondialen schilderen in de Leidse Hout

Vandaag was het prachtig weer om in de open lucht te schilderen. Dat idee kregen enkele leden van de Leidsche Mondialen, een Leids kunstenaarscollectief, ook. En zo trokken vier van de leden het Leidse Hout in om daar de gevoelige penseel te beroeren.

Schilderen in de open lucht heeft voordelen, maar ook nadelen. Het leuke is dat veel mensen even een kijkje komen nemen en een praatje komen maken. Nadeel daarvan is dat je niet opschiet, dat je penseel vooral in de ruststand staat.

Mooi is de prachtige natuur, de blauwe lucht met de statige witte wolken, de glanzend groene bladeren en het transparante licht. Nadeel is dat de familie Zwaan, vader, moeder en zeven koters, ook af en toe een blik willen werpen op het kunstzinnige werk.

Een nadeel is ook dat als je begint het landschap er anders uitziet dan een uur later. Het zonlicht is anders gaan vallen, de schaduwen verschuiven, de kleuren lichten iets anders op. Voordeel is dat iedere schilder tegenwoordig een mobiel met camera heeft om de beginstand vast te leggen. Want met een paar uurtjes werk in de open lucht ben je er natuurlijk nog niet. Dan moet het werk thuis afgemaakt worden en gelukkig heb je dan de foto bij de hand om verder te kunnen gaan.

De kunstenaars van orde waren Hanny Verlint, Ineke de Vries, Celine Michel en Reinout van Dijk. Na afloop was het de bedoeling om even lekker op het terras van het Theehuis uit te puffen, maar helaas. Vele anderen waren op hetzelfde idee gekomen, geen plekje meer vrij.