Categorie archief: Zien

Langs Herman Willem’s dreven

Gisteren was het voor het eerst weer eens aangenaam wandelweer. Reden om de schoenen weer eens aan te trekken en te gaan genieten van de warme zonnestralen.

Eerst een stukje langs de Oude Rijn en daarna langs het Rijn-Schiekanaal richting Polderpark Cronesteyn.

Langs de Oude Rijn liggen nog wat oude schepen, misschien wel te wachten op een opknapbeurt. Bij de watertoren kun je het kanaal oversteken naar de Roomburgerweg. Daar staat het mysterieuze gebouw met de naam Het Kaasmerk. Even verderop kun je nog even bellen vanuit een oude telefooncel, die in de tuin staat. Misschien is het wel een oude Tardis van de doctor (voor de kenners).

Even verderop wapperen de goudgele pluimen in de frisse voorjaarswind.Door het zonlicht krijgen ze een magische glans. Nog een stuk verder is de ingang van Polderpark Cronesteyn, waar een aantal fietsen doet vermoeden dat ik niet de eerste was die naar buiten trok. In het rimpelende water weerschijnen de witte stapelwolken. Meerkoetjes en waterhoentjes fladderen langs de kanten, op zoek naar eten.

Bij het theehuis werd ik verwelkomd door een klokkende kalkoen, fors van formaat. Wat kleine zwijntjes waren driftig met hun snoeten aan het wroeten, op zoek naar onvindbare truffels. Buiten bij het theehuis zaten al wat zonaanbidders met een kopje thee. Bij het theehuis staan verschillende kunstwerken, waaronder Izaak Zwartjes’ Basic Construction III. Met dit werk won hij in 2013 de Frans de Witprijs bij Beelden in Leiden. Het uit spoorbielzen bestaande werk doet het prima op deze plek in de natuur.

Daarna was het weer tijd om richting huis te lopen. Mooi is nog het gezicht op de huizen aan de Van den Brandelerkade, glorie uit vooroorlogse jaren. Om vervolgens in het Plantsoen, onze grote groene achtertuin, de eerste lentestrijder te zien gloriëren.

The Wife, een draak van een film

Ze bestaan nog, draken van films. Films, volgehangen met clichés, treurige verhalen met onnozele subplots, goedbedoeld acteerwerk.

The Wife is een alom geprezen film. Thematiek hedendaags, Oscar-waardig acteerwerk van vooral Glenn Close. Dat vertelden de verhalen, de kritieken mij. Kortom, een goede reden om deze film te bekijken.

Het verhaal

Joe en Joan Castleman (Jonathan Pryce en Glenn Close) zijn een ouder echtpaar, al meer dan veertig jaar bij elkaar. Hij is een beroemd schrijver met grote succesromans op zijn naam. Zij is zijn liefhebbende echtgenoot op de achtergrond. Ze hebben twee kinderen, zoon David (Max Irons) en dochter Susannah (Alex Wilton Regen).

Het is nacht in huize Castleman, waar Joe zenuwachtig wacht op een telefoontje. Hij wordt genoemd als mogelijk winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur. Trrring, trrrrring, daar gaat de telefoon en ja hoor, de Nobelprijs is aan hem toegekend.

De vreugde is groot in huize Castleman, maar aan de gezichten van Joan en zoon David zien we al dat er wat broeit.

Het gezin vertrekt met een speciale vlucht naar Stockholm voor de ceremonie. Dochter Susan blijft achter, want ze staat op het punt van bevallen.

In Stockholm aangekomen komt het echtpaar terecht in het grote circus, dat gepaard gaat met de uitreiking van zo’n prestigieuze prijs. Pers, tv, fotografen, cocktailparty’s, ontvangsten, het overspoelt het echtpaar. Joe, die we inmiddels hebben leren kennen als een narcissistisch mannetje, geniet van dit alles. Maar Joan, gepositioneerd als tweederangs vrouwtje, wordt met het uur chagrijniger. En zoon David trekt het ook al niet meer.

Er ontstaan spanningen, die tijdens het galadiner na de uitreiking van de prijs tot een hoogtepunt komen. Joan loopt daar boos van tafel en besluit om John te verlaten.

De problemen

Zoon David wil ook schrijver worden en heeft een eerste concept geschreven van zijn verhaal. Zijn moeder heeft dit gelezen en vindt het wel goed, maar zijn vader ontwijkt steeds zijn wanhopige vraag wat hij ervan vindt. Een duidelijk vader-zoon probleem. De vader is bang dat zijn zoon hem gaat overvleugelen en de zoon zoekt de erkenning van zijn beroemde vader. Waar hebben we dit vaker gezien, gehoord, gelezen. Was het niet Freud die hier al over schreef. Wat mij betreft een clichéprobleem dat niets toevoegt aan de film. Cliché een…

Dan de verhouding tussen Joe en Joan. Zij was studente in zijn klas. Zij werd verliefd op hem en hij verliet zijn gezin voor haar. Cliché twee…. Naarmate de tijd verstrijkt leren we dat Joe vele affaires heeft met jongere vrouwen. Kennelijk een probleem van beroemde hoogleraren. Cliché drie…..

Halverwege de film wist ik al waar de clou zat. Als je goed oplet, dan ligt het allemaal heel erg voor de hand. Want zij blijkt in het begin van de film een veelbelovend schrijfster, terwijl hij er maar wat op los knoeit. Guess what? Zij heeft al zijn boeken geschreven, dus eigenlijk had zij de Nobelprijs verdiend. Cliché vier…..

In de film wordt gesteld dat uitgevers niet geïnteresseerd zijn in vrouwelijke schrijvers. Doe mij maar een lekkere jonge joodse schrijver, roept een uitgever in de film. Cliché vijf….

Mijn beoordeling

Zoals al in de inleiding vermeld, hangt de film van de clichés aan elkaar. Het is voor mij dan ook onbegrijpelijk dat de film zo hoog wordt beoordeeld door de critici. Wellicht speelt hierin mee dat de achtergestelde rol van de vrouw aan de orde wordt gesteld. Dat is wel zo, maar dat wordt zo doorzichtig gedaan dat een goede discussie over deze film niet meer mogelijk is.

De getroebleerde zoon is zo over the top, dat we deze maar weg denken.

De man-vrouw verhouding komt wat mij betreft slecht uit de verf. Onze Joan heeft haar leven lang gezwoegd, heeft alle affaires van Joe geslikt en dan komt ze nu, bij de toekenning van de grote erkenning, tot de conclusie dat het wel genoeg is geweest. Rijkelijk laat voor zo’n intelligente vrouw, zou ik zeggen. Weinig overtuigend is haar gedrag.

Ook het spel van Glenn Close kon mij niet echt boeien. Ik moest voortdurend denken aan een of andere Britse vorstin met zo’n uitgestreken gezicht zonder emotie. Die kleine trekjes had ze eerder moeten hebben. Kortom, weinig geloofwaardig in deze tijd.

En gelukkig, Joe krijgt aan het eind een hartaanval en sterft. Kunnen Joan en David tevreden huiswaarts keren. Want Joan heeft weer stof voor een nieuw boek en David heeft een beetje erkenning van pappie gekregen. Maar tegelijkertijd een heel gemakkelijk einde van een film, die pretendeert een maatschappelijk probleem aan de orde te stellen. Hij is dood, mooi daar zijn we vanaf. Op naar de volgende scène.

Conclusie

Een saaie film met bordpapieren karakters. Weinig diepgang, geen karakterontwikkeling. Geen verrassingen, alleen maar voorspelbare droefheid ten top. Als de boeken van Castleman dit niveau hadden, dan had hij zeker geen Nobelprijs gewonnen.

The Wife draait momenteel in de bioscopen.

AUTO – Media Technology MSc Exhibition

Toen ik deze aankondiging las, raakte ik geïntrigeerd door de naam. Want ik begreep dat het een tentoonstelling was van Master opleiding Media Technology van de Universiteit Leiden. En ik kon me ook nog voorstellen dat de naam AUTO niet alleen van toepassing was op de ons bekende automobielen, maar een bredere strekking had. En omdat ik toch voor een andere vraag in de Old School moest zijn, kon ik mijn basisvraag in ieder geval even deponeren bij enkele jonge studenten.

Wat is Media Technology

De naam zelf doet vermoeden dat het een technologische studierichting is. Vreemd want de Leidse universiteit kent zulke opleidingen niet echt. Die verwacht je eerder in bv. Eindhoven. Maar uiteindelijk blijkt de opleiding relatief weinig met technologie te maken te hebben. En dus zijn we al op een verkeerd been gezet.

Wat is het dan wel??? De master opleiding duurt twee jaar en is fulltime. Het is dus niet een bijvak bij een andere studie.

De opleiding stimuleert studenten om de wetenschap op een speelse en creatieve manier te benaderen. Ze worden opgeleid om hun persoonlijke interessen en inspiratie te vertalen naar onderzoeksprojecten. Ongebruikelijke vragen, onconventionele onderzoeksmethoden en alternatieve vormen van wetenschappelijke output moeten, naast de geschreven wetenschappelijke artikelen, leiden tot nieuwe manieren van benaderen en denken. Dit kan worden gedaan met installaties, games en boeken (toch wel).

Het gepresenteerde project is het resultaat van een semester werk. De studenten moesten hun onderzoeksvraag presenteren binnen de context van een expositie. Aldus luidt de verklaring van de faculteit. En omdat het een Engelstalige opleiding is, staat ook alles in het Engels beschreven.

Maar wat betekent het nou eigenlijk

Als je het voorgaande hebt gelezen, dan weet je eigenlijk als buitenstaander nog helemaal niets. Een beetje gefrut in de ruimte voor studenten, die leuke dingen willen doen. Beetje creatief, beetje van dit, beetje van dat. Moderne opleiding, dat wel.

Eigenlijk is het een opleiding voor studenten, maar ook voor kunstenaars en onderzoekers. Waar je in alle vrijheid je eigen onderzoeksvragen kunt formuleren om vervolgens daarmee aan de slag te gaan. Met gebruikmaking van wetenschap en technologie. De universiteit werkt hierin samen met de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag.

Goed, nu we dat weten is iets van de mist verdwenen. Maar echt grip hebben op de materie, dat is andere koek.

Dan maar naar binnen en kijken

De ultieme oplossing voor alles. Kijken en vragen. Helaas was het binnen de kleine ruimten van de Old School nogal druk, zodat er weinig terecht kwam van dit oogmerk.

Het thema van het semester was, zoals al eerder vermeld, AUTO. Dit woord kun je als voorvoegsel gebruiken voor veel begrippen, zoals autodestructie, authentiek, autocreatie, autopia (ik had er nog nooit van gehoord), autogeen en autogenese. Om maar eens wat zijpaden te noemen.

De bedoeling is dan om het thema op de breedst mogelijke manier te verkennen (sociaal, wiskundig, biologisch, enz.) om erachter te komen waar mogelijke verbindingen liggen.

Autogenese – Escape Womb

Het eerste project dat ik tegen het lijf liep had als thema Autogenese.”Escape Womb” was de naam van een soort knus huiskamertje. Ouderwetse fauteuil, tafeltje met telefoon, familieportretjes aan de muur, tapijtjes op de vloer. Wat opviel was dat praktisch alle portretjes van vrouwen waren, jong en oud. Er lagen ook een paar dagboeken. In een daarvan stonden opmerkingen over dat van babies altijd wordt gezegd, dat ze op de moeder lijken (soms, maar minder, op de vader). Terwijl dit bij babies normaliter helemaal nog niet te zien is. De vraag is waarom mensen dit soort dingen zeggen.

We denken dat we allemaal onafhankelijke individuen zijn, maar is dit ook zo. Zijn we niet ontzettend verbonden binnen onze familiebanden en veel minder zelfstandig dan we zelf denken.

Hmmm, toen ik daarover in gesprek raakte, bleek dat ik als man daar toch wat anders tegenaan keek. Maar, eerlijk is eerlijk, ik heb ook nog nooit een kind gebaard. Dus kennelijk is er in dat opzicht wel een verschil tussen mannen en vrouwen.

Autogeen – Face It

Autogeen betekent uit zichzelf gebeurend, op eigen kracht. De stelling bij dit project is dat iedereen drie gezichten heeft. Het eerste gezicht laat je aan de wereld zien, het tweede gezicht bewaar je voor je vrienden en familie en het derde gezicht laat je aan niemand zien. Dat laatste gezicht is de werkelijke reflectie van je identiteit. En is deze meest werkelijke reflectie dan ook echt van jezelf of wordt die gevormd door invloeden van buitenaf.

Ik zou kunnen zeggen dat dit derde gezicht het innerlijk van de mens is. Datgene wat we werkelijk zijn en waarvan we slechts een stukje blootgeven aan de buitenwereld.

Hier zouden we nog een hele boom over kunnen opzetten, maar dat doen we dan maar niet.

Onvoldoende tijd

Het was jammer, maar omdat de ‘exhibition’ maar twee weekeinden duurde, was er voor mij onvoldoende tijd om echt kennis te nemen van en vragen te stellen over. Maar toch werden interessante thema’s aangestipt en onderzocht. Wat het oplevert? Geen idee, en ik vermoed dat de studenten zelf ook nog met deze vraag worstelen. Hopelijk komt er een vervolg, maar dan met iets meer tijd.

Auto exhibition

Zal de toekomst ons ontwerpen?

fullsizeoutput_194aDat was het intrigerende thema van de tentoonstelling Manifestations tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven.

Inmiddels al weer een week of acht geleden was het dus tijd om in de trein te springen met als bestemming Strijp-S, het oude fabrieksgebouw van Philips.

Vanaf het station is het even lopen, langs het PSV stadion, naar Strijp-S waar het een drukte van belang was. Veel gebouwen met allerlei manifestaties, exposities, technische nieuwigheden, nieuw design. Maar niet alleen in de gebouwen, ook buiten is er een hele strook met kunstwerken en technische vindingen.

Maar zoals gezegd had ik mijn blik gericht op Manifestations – Will the Future Design Us? Een buitengewoon intrigerende vraag, waar je even bij stil moet staan.

En wat ik daar op de 9e verdieping van het Veemgebouw aantrof, deed mijn hart opspringen van vreugde. Daar zag ik jonge kunstenaars, die zich bezig hielden met hele diverse maatschappelijke vragen. Geen pretenties tot een oplossing, maar wel op een eigen wijze vragen stellen en de kijker aan het denken zetten.

Maar allereerst zag ik allemaal jonge bezoekers rondscheuren op scootmobielen. Een leverancier van deze voertuigen stond daar met een aantal van de nieuwste modellen en deze waren buitengewoon in trek. Ik kreeg even het gevoel op de kermis bij de botsautootjes te staan. Maar eigenlijk worden de doorontwikkelde scootmobielen wel een transportmiddel van de toekomst in onze drukke binnensteden. In plaats van op een elektrische fiets kun je je ook heel goed verplaatsen met een elektrieke mobiel. We gaan het zien.

Zijde en koekjes

Daarna liep ik tegen het werk van Iris Seuren met de naam Purity of Silk. Zij constateert dat de interventie van de mens in de natuur steeds intensiever en daardoor zichtbaarder wordt. En dat bv. het natuurlijke milieu van de zijderups is weggenomen, waardoor dit beestje alleen nog in een kunstmatige omgeving kan verkeren. De zijderups wordt als het ware gedomesticeerd. Hiermee wordt de mens, volgens Iris, net zo verantwoordelijk voor de productie van zijde als de zijderups zelf. De wederzijdse afhankelijkheid wordt daardoor zichtbaar gemaakt. En zo wil Iris de mens bewust maken van zijn consumentengedrag en de consequenties hiervan.

Vervolgens liep ik tegen het project Upprinting Food van Elzelinde van Doleweerd. Zij noemt zichzelf ‘duurzaam voedsel ontwerper’. Haar afstudeerproject richtte zich op het 3D printen van eten, waarbij gebruik werd gemaakt van voedselrestanten uit de industrie. Zoals je ziet heeft ze diverse vormen en patronen geprint en ik heb het mogen proeven. Het smaakte maar Elzelinde vertelde dat ze nog meer smaak gaat toevoegen om het uiteindelijk als product te kunnen presenteren. Ik ben benieuwd of ik over een paar jaar 3D geprinte koekjes van bieten bij de AH kan kopen. Een nuttig vooruitzicht als de verspilling hiermee kan worden bestreden.

Magische futuristische kleding

Vervolgens kwam ik terecht bij een fantastisch experiment van Tim Dekkers, The Parasitic Humanity geheten. Tim ziet de mens als een parasitaire schimmel van de aarde. We hebben de aarde nodig, maar maken haar ook kapot, zegt hij. Steeds meer producten, afval en vervuiling. En de neiging om alles te willen controleren. Dat bracht hem tot dit project en de vraag of wij de schoonheid kunnen inzien van ons toedoen. Hij ging aan de slag met polyurethaan en aluin. De eerste stof een plastic, niet natuurlijk afbreekbaar en de tweede stof een natuurlijk materiaal. Hij heeft deze stoffen laten groeien en hier uiteindelijk fantastische kleding van gemaakt. Kijk vooral ook op zijn website voor meer prachtige voorbeelden.

Daarna liep ik tegen Responsive Tactility: 4D printed skins van Tessa Petrusa. Zij stelt dat naarmate de technologie meer en meer de meest intieme delen van ons leven binnendringt, het tijd wordt om opnieuw na te denken over hoe het eruit ziet en aanvoelt. De oppervlakken van technologische toepassingen kunnen zachter, responsiever en meer organisch zijn. We moeten vaak fysiek communiceren met technologie. Waarom maak je die ervaring dan niet opwindend, sensorisch, vraagt Tessa zich af.

‘Responsive Tactility: 4D Printed Skins’ zijn oppervlakken die bestaan uit integraal geprinte patronen van ‘skeletten’, ‘spieren’ en ‘gewrichten’ op gestrekte stof. Wanneer de spanning van de stof na het afdrukken wordt verwijderd, vouwt het oppervlak zichzelf op in vorm: 4D-afdrukken. De vorm en details van de oppervlakken veranderen wanneer ze worden aangeraakt, waardoor een zachte, tactiele respons ontstaat.

Wellicht kunnen haar oppervlakken verwerkt worden tot werkelijke en draagbare kleding. Ik ben benieuwd.

Aliens in da house

Jeanine Verloop vraagt zich af hoe aliens ons als mensheid zouden zien. Misschien ze we er wel magisch uit, vanuit de ruimte. Zij bouwde een mechanische sculptuur, waarbij ze werd geïnspireerd door hoe onze apparaten elkaar steeds vaker nabootsen.

Een telefoon is een kleine tablet, een tablet een kleine laptop, enzovoort. Dit zijn allemaal apparaten die we tegenkomen in ons dagelijks leven. De vraag of dit de mens arrogant maakt, samen met de technologische ontwikkelingen die steeds onzichtbaarder worden, zoals algoritmen, zijn het uitgangspunt  van Jeanine geweest. Haar verdere onderzoek sluit aan bij de historische ontwikkeling en context van drukmachines, schrijfmachines en psychose. Dit leidde tot de creatie van deze mechanische en buitenaardse structuur die prints produceert. Voorwaar een heel bijzonder apparaat dat ze nog even in werking liet zien ook.

Een achterliggende gedachte is ook dat de mens in vroeger tijden zelf zijn gereedschappen maakte en daardoor ook wist waarvoor ze dienden. Er was een band tussen mens en gereedschap. Door de enorme technologische ontwikkeling is deze band verdwenen. Door de automatisering hoeven we niet meer na te denken en worden onze hersenen zwakker. Het dromen over radicale nieuwe technologieën neemt af. De mens raakt vervreemd van het technologische landschap dat hem omringt. Kan de mens zichzelf heruitvinden en zich weer met de technologie verbinden. Of zullen de aliens de ondergang van de vervreemde mens zien met de technologie als de ultieme winnaar.

Een nieuwe wereld

We worden tegenwoordig doodgegooid met klimaattafels, met verontreiniging, met plastic in de oceaan, met bedreigde dier- of plantensoorten. Kortom, bijna een reden om een einde aan je leven te maken, want het is en blijft somberen.

Maar Manifestations – Will the Future Design Us? toont eigenlijk het tegendeel. Ik ben er van overtuigd dat slimme nieuwe oplossingen de wereld beter zullen maken, gestuwd door het soort jongeren dat ik zag op deze manifestatie.

Er was nog veel meer interessants te zien, daar tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven. Volgend jaar maar weer gaan, om te zien welke richting het verder gaat.

De wederopstanding van Frans Hals

Lang geleden leerde ik op school over de Gouden Eeuw. Een tijdperk waarin Nederland de wereld beheerste (nou ja, bijna) en waarin we geweldige zeevaarders hadden. Nieuwe werelden werden ontdekt, handel werd volop gedreven en onze oude voorvaderen werden stinkend rijk. Later pas leerden we dat dit allemaal wel ten koste was gegaan van heel veel andere mensen.

Maar goed, in diezelfde Gouden Eeuw floreerde de kunst ook. Rembrandt en Vermeer waren de beroemdste schilders, in de architectuur waren de Key, de Keyser en Van Campen grootheden, Willem Barentsz en Abel Tasman ontdekten de wereld, Stevin en Leeghwater waren beroemde ingenieurs.

Maar ook Frans Hals was in die eeuw een vooraanstaand schilder. Maar net als bij Rembrandt keerde op een dag het tij voor Hals. Hij kreeg een slechte naam als dronkelap en zijn schilderijen verdwenen naar de zolder.

Maar vergeten werd Frans Hals niet want in de tweede helft van de 19e eeuw werd hij herontdekt en aanbeden door kunstenaars als Mamet, Singer Sargent, Liebermann en van Gogh. Haarlem werd een soort bedevaartplaats voor hen om de werken van Frans Hals te bestuderen en na te schilderen. Want van een groot schilder als Frans Hals valt veel te leren.

Frans Hals, c’est un moderne

Doordat al die beroemde schilders in de 19e eeuw naar Haarlem trokken en zelfs zo ver gingen dat zij het werk van Frans Hals kopieerden, bleek onze Frans eigenlijk een heel modern schilder te zijn. Hij was zijn tijd ver vooruit, omdat hij al duidelijk impressionistische tonen had. Dat was in zijn tijd natuurlijk niet bekend, maar later viel het des te meer op. 

Hieronder zien we bv. Malle Babbe van Frans Hals uit 1630 met daarnaast de versie van Gustave Courbet uit 1869. Opvallend is dat Courbet de initialen van Frans Hals in zijn werk schildert, terwijl het origineel ongesigneerd is.

 Een ander frappant voorbeeld is het schilderij Regentessen van het Oudemannenhuis uit 1664. Edouard Manet schilderde dat in 1872 na als oefening en John Singer Sargent maakte in 1880 van twee regentessen kopieën.

Een ander voorbeeld is het Feestmaal van de officieren van de St. Joris-schutterij uit 1627. Dit levendige werk werd in 1872 in opdracht van het Franse gouvernement gekopieerd door Francois Vollon. Bijna identiek. John Singer Sargent kopieerde in 1880 een onderdeel, te weten vaandeldrager Jacob Schout, die rechtsboven in het werk van Hals staat. Singer Sargent hanteerde hierbij een nog lossere penseelstreek dan Hals.

De tentoonstelling in het Frans Hals Museum laat nog meer voorbeelden zien. Een prachtige manier om te zien hoe latere kunstenaars zich laten beïnvloeden door een oude meester. Andere grootheden als Vincent van Gogh, Max Liebermann en Claude Monet bestudeerden Frans Hals. Ook hiervan zijn beelden te zien.

Daarom is deze tentoonstelling een aanrader voor elke schilder, groot of klein, om de studies van de latere schilders te vergelijken met het origineel. Tot en met 24 februari 2019 nog te zien in het Frans Hals Museum in Haarlem.

Het land achter de mergelgrotten

Ruim een maand waren eega en ik in het land achter de mergelgrotten, oftewel Belgisch Limburg. Om precies te zijn, we verbleven in Kanne. Vlak achter Maastricht, maar net in Belgenland. De reden was dat ik dat ik dat weekend verslag moest doen van de voetbalwedstrijd SV Meerssen – Alphense Boys. Een goede reden dus om een paar dagen eerder naar het zuiden af te reizen.

Tot Eindhoven volgden we de gewone NL autoweg, maar vanaf dat punt besloten we om een alternatieve route te volgen door de Belgische Kempen. Een mooi glooiend natuurgebied met her en der de beroemde Belgische hobbelwegen. Af en toe onverwacht druk verkeer, vooral vrachtwagens, en soms bijna geheel verlaten wegen. Het laatste stuk, door de gemeente Lanaken, was ook typisch Belgisch. Een drukke vierbaansweg dwars door de bebouwde kom. Moet kunnen, zouden de Belgen zeggen.
Aangekomen in het kleine dorpje Kanne bleek ons hotel Limburgia een rustiek hotel, gerund door een familie (man, vrouw, oma). Een snel rondje door het dorp leerde dat er een mooie patisserie zat en een paar echte dorpscafé’s. Na ons rondje gingen we voor een koffie en een alcoholvrij biertje zitten bij “Kanne & Kruike”. Wat opviel was dat er vooral oudere mensen zaten, wat de vraag opriep of dit typisch Belgisch is of dat alle jongeren inmiddels uit het dorp verdwenen waren. Een prettig café zonder luide muziek, waar je bij het biertje uiteraard een bakske met pinda’s krijgt.
Daarna voor het diner naar het hotel, waar een eenvoudige doch voedzame maaltijd werd geserveerd. Carpaccio vooraf, steak van de lende met grotchampignons (jawel…) als hoofdgerecht en koffie toe. Waarna het tijd was voor een verkwikkende slaap.
Na een eenvoudig doch stevig ontbijt werden de wandelschoenen aangetrokken en begaven we ons op pad voor een verkenning van de omgeving. Rust alom, veel groen, een snel stromend beekje (de Jeker), veel groene heuvels en gelegen aan het Albertkanaal, de verbinding tussen Luik en Antwerpen. En niet te vergeten de St. Pietersberg en chateau Neercanne. Een prachtig wandelgebied, waar je in alle rust kunt wandelen door bos en weide, langs grotten, vergane glorie, kapellekes met Mariabeelden en waar je bijna niemand tegenkomt.

Na de wandeling was het aan het eind van de middag tijd om af te reizen naar Maastricht. Daar hadden we voor een diner gereserveerd bij Brasserie Keizer, vlak naast de basiliek van St. Servaas. Een hele prettige eigenaar, waar ik een leuk gesprek mee heb gevoerd over een bepaald schilderij en over hoe hij in Maastricht verzeild is geraakt na een lang verblijf in Frankrijk.  De inrichting van de brasserie is vriendelijk met veel kunst aan de muur en het eten was prima-de-luxe. Een vitello tonnato vooraf, de vis van de dag was heilbot en een crème brûlee als afsluiter. Waarna we via een avondlijk genoeglijk Maastricht terugkeerden in het knusse Kanne.

Na deze dag was het tijd om weer eens op te stappen. Het voetbal in Meerssen lonkte. Natuurljk kwamen we te vroeg aan in het dorpje aan de Geul, maar in een echt Limburgs tentje, De Zeute Inval, smaakte de koffie buitengewoon. Met naast de koffie een advocaatje met slagroom en een bonbon. Wat wil een mens nog meer. In Limburg weten ze wat genieten is. Daar hoef je in de Randstad niet om te komen.

En na de wedstrijd weer tweeëneenhalf uur karren om thuis te komen. Maar al met al een mooi weekendje in het fraaie Limburgse land.

fullsizeoutput_18e3

Beauty of the Battle – schoonheid in geweld

Geweld, strijd, haat en schoonheid. Zijn dat zaken die samen kunnen gaan. Kun je geweld abstraheren tot schoonheid. Of kan kunst vraagtekens zetten bij haat en strijd. Dat is een fascinerende vraag, omdat strijd en geweld altijd samen zijn gegaan met de mens, van heel vroeger tot nu.

Over deze vraag gaat de tentoonstelling “Beauty of the Battle” in het Apeldoornse CODA museum. 22 kunstenaars verkennen de grens tussen haat en liefde, gevaar en schoonheid.

Ik ging vooral naar deze tentoonstelling vanwege de werken van de nog jonge kunstenaar Damian Kapojos. Afgelopen zomer nog winnaar van de Frans de Wit prijs bij Beelden in Leiden. En van wie we bij die gelegenheid een klein werk hebben gekocht.

In Apeldoorn staan een aantal van zijn werken, waarin allerlei motieven samenkomen. Kapojos heeft Indonesische wortels en dat zie je terug in zijn werk. Ook beoefent hij oosterse vechtsporten en ook dat zie je terug. Zijn werken zijn verfijnd keramiek, dat in tegenstelling is tot het geweld. Het nodigt uit tot vooral veel kijken en op je laten inwerken.

Boeiend zijn ook de schilderijen van Tamme de Boer. Dikke rijen van gehelmde ME-ers bevolken zijn doeken en veroorzaken hiermee een onheilspellende dreiging. Geweld zit er aan te komen en kan ieder moment losbarsten. De ritmiek in de werken zorgt voor een dynamiek en de felle kleuren spatten van het doek af.

Bijzonder zijn ook de felle lichtboxen van Patrick Koster. Het lijken vrolijke plaatjes maar bij nadere beschouwing zie je toch andere beelden. Zoals het drieluik met een speedboot, waarop zich iemand verstopt heeft. Op zich nog niet bijzonder, maar als je weet dat dit is geïnspireerd op de klopjacht op de Boston-bomber, dan kijk je ineens met heel andere ogen naar deze vrolijkheid.

Beauty of the Battle

Naast de schilderijen, foto’s en beeldende kunst zijn er ook een aantal buitengewoon intrigerende videowerken te zien, die vooral vragen oproepen. Zoals bv. Last Riot van AES+F, absoluut de moeite waard om 15 minuten voor te gaan zitten. Hieronder nog een aantal fraaie werken uit deze boeiende tentoonstelling, die nog tot en met 3 februari 2019 te zien is.

Dogman, een kleine exercitie in wraak op zijn Italiaans

Dogman posterDeze week zag ik de film Dogman van regisseur Matteo Garrone. De man die ons tien jaar geleden de rauwe misdaadfilm Gomorrah bracht. Dogman speelt zich in een gelijksoortige omgeving af. Een troosteloze wijk met mishandelde flatgebouwen, een smerig en verlaten strand, vieze straten, kleine onaanzienlijke winkeltjes, flakkerende lampen. Kortom, de mislukking van Italië (om het eens prozaïsch te zeggen). In deze wijk woont Marcello, een gescheiden man die een klein winkeltje heeft waar hij honden verzorgt. Vandaar de naam Dogman. Marcello is een een goedmoedige sloeber met weinig geld. Althans zo leren we hem in het begin kennen. Klein van stuk, enigszins gebogen van figuur, met morsige kleren. Een echt Italiaans typetje. Hij is gek op zijn dochter Alida en droomt ervan om samen met haar op vakantie te gaan naar de Maldiven. Hoewel geen van beiden ook maar enig idee hebben waar die liggen. Hij gaat wel regelmatig met haar duiken, vanaf een boot een stukje uit de kust. Kortom, een aardige man die een moeilijk leven heeft in een moeilijke wereld. Dogman met boefMaar dan komt Simone op de proppen. Een grote vent met een stierennek, een brute lomperd die zich alleen maar met zijn vuisten gewelddadig kan uiten. Marcello beschouwt Simone als een soort vriend en dan blijkt dat Marcello coke handelt. Daarom komt Simone langs. Die wil coke en wel zo snel mogelijk en steeds meer. De relatie tussen Marcello en Simone lijkt op vriendschap, maar is eigenlijk toch gebaseerd op angst. Angst voor het tomeloze geweld van Simone. Op een gegeven moment wil Simone vanuit Marcello’s hondenzaakje de muur naar de naastgelegen goudhandel doorbreken om te kunnen inbreken. Hoewel Marcello tegensputtert voert Simone dit plan toch uit. Gevolg: Marcello wordt opgepakt omdat hij weigert te verklaren dat Simone het heeft gedaan. Angst voor de gevolgen van het verraad, misplaatste loyaliteit richting Simone, trots of een mix hiervan. Wie zal het zeggen, maar Marcello verdwijnt een jaar achter de tralies. Als Marcello vrijkomt wil hij zijn deel van de buit van Simone. Die lacht hem uit en dan zint Marcello op wraak. Die er dan ook komt. Ik zal daar verder niets over verklappen.

Wat vind ik er van

Dogman lijkt enigszins op een neo-realistische film, in de traditie van De Sica. Gewone mensen in hun omgeving, de arme werkende klasse. Maar langzamerhand sluipt daar de misdaad en het bijbehorende geweld binnen. Een tikkeltje Gomorrah wordt toegevoegd. In dat opzicht eigenlijk niets bijzonders, behalve het geweldige spel van Marcello Fonte als de kleine scharrelaar Marcello. Zo’n rol speel je eens in je leven en dan heb je het gehad. Maar na de terugkeer uit de gevangenis, de wraakperiode, ontspoort de film. Marcello neemt volkomen ongeloofwaardige besluiten, gaat vreemde dingen doen, zijn dochter is ineens geheel uit beeld verdwenen. Kortom, het verhaal begint langzaam ongeloofwaardig te worden. Natuurlijk is het begrijpelijk dat hij zijn plek in zijn eigen leefomgeving terug wil en weer geaccepteerd wil worden, maar de weg die hij hiervoor kiest is vreemd. Dogman kreeg over het algemeen ‘rave reviews’, hoewel niet overal. Maar voor mij stelde hij juist daarom teleur, ik had er meer van verwacht. Eigenlijk ging ik een beetje met een kater naar huis. Daarom 👍👍👍 van de vijf.

Proeven in de Red Carpet Lounge

Vorig weekend, net terug van het Theaterspektakel Stork 150!, mochten eega en ik aanschuiven in de Red Carpet Lounge aan de Stationsweg. Dit is een culturele pop-up in het voormalige ABN Amro bankgebouw. Dit van oorsprong lelijke gebouw staat op de nominatie om te worden gesloopt, maar tot die tijd hebben Gideon de Boer en Govert de Kok, eigenaren van Bioscopen Leiden, de mogelijkheid gekregen om er een tijdelijke cultuurtempel van te maken. En dat hebben ze met verve gedaan. Binnenkort opent de Red Carpet Escape in de oude bankkluis. Er is een tijdelijk filmmuseum, verzorgd door het Leiden International Film Festival. Er is karaoke, er worden films en documentaires vertoond.

De Nederlandse Filmnacht

Vrijdagavond 28 september is er de Nederlandse Filmnacht met de première van Niemand in de stad, het speelfilmdebuut van Michiel van Erp. Op tien locaties in het land kan deze film worden bekeken en de Red Carpet Lounge is er eentje van. Na afloop feest, maar eerst nog een Q&A met actrice Sofie Porro.

Proeven

Maar zoals gezegd waren eega en ik aanwezig voor de voorstelling Proeven van het theaterduo Siebel en Aten. Zoals de titel doet vermoeden was het geen gewone theatervoorstelling, maar moest er ook geproefd worden. Bij iedere scène werden er nieuwe hapjes opgediend, met bijbehorende bijzondere wijnen. Eten en drinken werd verzorgd door Shirley Boer.
Er werden fragmenten gespeeld uit theaterwerk van onder andere Dario Fo (Toevallige dood van een anarchist), Shakespeare (Hamlet, Richard III en The Tempest) en Ingmar Bergman (Scènes uit een huwelijk). Humoristisch, soms breed schmierend, maar vooral bij Bergman soms hartverscheurend en pijnlijk.
Bij een fragment moest ik erg denken aan teksten van een overleden vriend, Ton Jansen. Sommige van zijn teksten hadden zeker ook voor het theater bewerkt kunnen worden. De spijs en wijn was zeer verrassend. Hele bijzondere ingrediënten waren gebruikt, waaronder kwal, en de Georgische wijn zal me waarschijnlijk ook langere tijd bijblijven. Kortom, een zeer geslaagde avond in die fraaie Red Carpet Lounge. Jammer dat zo’n pop-up eind van het jaar weer moet verdwijnen.

Back to the roots: Theaterspektakel STORK

Van geboorte ben ik een Tukker. Een Oelenaar, om precies te zijn. Oele is een buurtschap ten zuiden van Hengelo, richting Haaksbergen. Vroeger een aards paradijs, met akkers, weilanden, bossen en boerderijen. Tegenwoordig grotendeels een industrieterrein, doorsneden door de A35. Landelijk gezien een prachtig gebied, waar nog een watermolen staat uit 1690. Als kind heb ik daar flink gespeeld, dijkjes bouwen met steentjes en af en toe voor een stuiver snoep halen in de oude snoepwinkel. Mondriaan vond het ook een mooi gebied, getuige zijn schilderij “Bos bij Oele”.

Tot mijn achtste woonde ik daar in een boerderij, daarna heb ik nog vijf jaar in Hengelo zelf gewoond, alvorens naar Leiden te verhuizen.

De reden dat eega en ik weer eens naar Hengelo gingen was het theaterspektakel STORK! – een ode aan de Twentse maakindustrie. Stork was een grote naam in Hengelo. Mijn vader werkte daar, mijn twee opa’s hebben daar gewerkt, twee ooms eveneens. Wellicht nog wel meer familieleden, maar daar heb ik dan geen weet van.

Het theaterspektakel was groots opgezet. Een grote cast met een aantal bekende acteurs speelden op een oud fabrieksterrein van Stork, Ketelfabriek Hart van Zuid. Gespeeld werd in de open lucht, in een industriële setting. Tribunes er om heen voor het publiek, ruim duizend mensen per voorstelling. Een muziekkoepel voor het vermaak vooraf en een grote cafétent voor de drankjes voor en na de voorstelling.

 

Maar het meest bijzondere was wel de grote NTS Norma restauranttent. Een immens grote tent, waar alle bezoekers werden vergast op een driegangen diner. Moet je je dat eens voorstellen, ruim duizend man in een grote tent die allemaal eten en drinken krijgen. Prijs inbegrepen in de ticket. Op de tafel staan rode en witte wijn, water en een speciaal Stork Jubileum Pilsner van de Twentse Bierbrouwerij. Onbeperkt drinken en een menu uit de jaren zestig. Brood en salade op tafel, oma’s groentesoep met vlees, een kipstoofpotje en hangop als toetje. Een grootse happening.

fullsizeoutput_179b

Tijdens het diner begint het buiten te regenen en dat houdt niet meer op. De hele voorstelling regent het.

STORK 150!

Midden in de toneelruimte staat een enorme machine. Een stoomgemaal van begin 20e eeuw maar met nog meer rare uitsteeksels. De machine is voorzien van loopbruggen waarop mensen kunnen staan. Er hangt een grote, antieke fabrieksklok met daaronder het jaartal 2018. Er staat een hoge schoorsteen met erbovenop een leeg ooievaarsnest. De wijzers van het uurwerk beginnen tegen de klok in te draaien, het jaartal telt terug naar 1968.

Een stoomfluit klinkt. We zijn op de honderdste verjaardag van de firma Stork.

Zo staat het beschreven in de “Hengelosche Fabrieksbode”, het weekblad voor het personeel der Koninklijke Machinefabriek Gebr. Stork & Co. N.V.

 

Het is een geweldige ervaring om dit mee te maken. Ondanks de gestage regenval is het echt een spektakel, met de opkomst en ondergang van Stork en daar doorheen een onmogelijke liefde. Het wordt met een enorme drive gespeeld, inclusief Twents dialect.

Mij brengt het weer even terug naar mijn wortels. Het land waar ik vandaan kom, waar ik ben opgegroeid, onder de rook van Stork. Ik zien mijn vader nog op zaterdagochtend naar zijn werk gaan, op de fiets met een metalen doosje met eten onder zijn snelbinder.

Hieronder een filmpje van het liedje “Wat als”, dat de kern van de voorstelling is. Wat als de familie Stork eigenaar was gebleven, was de firma dan nu nog bestaand?