Vandaag stond ik voor de keus om naar het voetbal van mijn cluppie Bernardus te gaan, of iets cultureels te doen in Leiden. Het werd de eerste Leidse Salon, een talkshow over de wereld van de kunst, wetenschap en politiek. Deze eerste Salon vond, in het kader van het Museumweekend, in De Lakenhal plaats. De vaste talkshowhost is Onno Blom, Leids schrijver en bekend als biograaf van Jan Wolkers.

Waarom een Leidse Salon? Omdat Leiden een rijke traditie heeft van literaire genootschappen, disputen en bijeenkomsten waar verhitte discussies werden gevoerd over de actualiteit en waar men elkaar gedichten en verhalen voorlas. Denk alleen al aan het fameuze genootschap Kunst Wordt Door Arbeid Verkregen, opgericht in 1776, waar Willem bilderdijk zijn eerste gedicht schreef en dat tot een bolwerk van Patriotten zou uitgroeien voordat de prachtige vergaderzaal bij de kruitramp in 1807 in puin werd gelegd.

Zo staat het op het papier dat deze zondag op iedere stoel ligt in de bovenzaal van De Lakenhal. Een mooie ambiance voor een Salon, dit gebouw uit 1640, nog ontworpen door Arent van ’s Gravensande.

Klinkt een beetje alsof er iets afloopt. Maar dat is niet zo, het zijn gewoon de afgelopen weken. Want het was weer druk en zo ontbreekt vaak de tijd om even een snel blog te schrijven. Dus is dit een inhaalslag, of heet het dan een inhaalblog. Daar gaat ie dan….
Eind maart liep ik de Textielroute, althans een deel daarvan. In het kader van het Textielfestival waren er heel veel plaatsen in Leiden waar iets met en van textiel was te vinden. Zo kwam ik in het Museum Het Leids Wevershuis op de Middelstegracht. Een eeuwenoud pandje, druk bevolkt met ronddwalende textielbezoekers. De stad was er vol van.

En zo kwam ik erachter dat er met textiel werkelijk van alles gedaan kan worden. Je kunt er, naast allerlei kleding, portretten mee maken. Je kunt er abstracte kunst mee maken, je kunt het combineren met allerhande materialen en telkens val je van de ene in de andere verbazing. Alle foto’s vind je hier.

Een hele grote taart om het 150-jarig jubileum van het LD te vieren

Ik ben een nieuwsjunk. Ik lees graag kranten in mijn schaarse vrije tijd. Ik lees de kranten dan bij voorkeur van pagina 1 tot pagina laatst. Van linksboven naar rechtsonder, niets mag mij ontgaan.
Ik hou van kranten, ik bewonder de opmaak, de typografie en, als mijn neus het toelaat, de geur van de krant.
Maar er is iets mis met de kranten. Steeds minder mensen lezen een krant en er staan ook minder advertenties. Ontlezing en jongeren krijgen de schuld. Maar dat is niet juist, want er wordt meer gelezen dan ooit en jongeren lezen alles wat los en vast zit, alleen op een andere manier.

Een rare kop zul je denken. Maar het gaat over drie kunstdingen, die ik de afgelopen weken heb gezien. En ja, die waren niet normaal. Nou ja, wat is normaal? Dat is dan een logische eerste vraag. Daarom ging ik vandaag maar eens naar het Kunstfestival Niet Normaal in Scheltema om een antwoord op deze vraag te vinden.

Want door de technologie zijn er veel mogelijkheden om je te onderscheiden, maar toch wil iedereen graag hetzelfde zijn. “Markt en media dicteren hoe we naar onszelf en anderen kijken, waarbij perfectie de norm is”. Maar wie bepaalt die norm en wie voldoet daar dan aan? Ligt de grens bij een rimpel, een depressie, een prothese, bij het slikken van pillen?

Na de Previewdag op donderdag volgde op de vrijdag de Discoverydag. Zoals al gezegd draaien dan de films die nog geen echte distributie in Nederland hebben gekregen, hoewel dat inmiddels voor enkele films al is veranderd. Op de Discoverydag zag HW en eega zeven films.

De eerste film was “Alamar”, ***, van Pedro Gonzalez-Rubio. De film vertelt het verhaal van de net gescheiden Jorge en zijn zoon, die op bezoek gaan bij vader/grootvader die als visser bij het Mexicaanse koraalrif Banco Chinchorro woont. Dat ligt in de Mexicaanse Golf, voor de niet-weters. Jorge was met een Italiaanse getrouwd, een hevige vakantieliefde maar de verschillen zijn toch te groot. Zijn trek naar de natuur en het leven in de natuur zijn groter dan het wonen in Rome.

De film verhaalt op poëtische wijze de lotgevallen van de kleinzoon. Zijn ontdekking van een ander leven, eenvoudig, hard, te midden van de prachtige natuur. Hoofdrollen voor barracuda’s, kreeften, kaaimannen maar ook een witte zeevogel die gewoon op je hand komt zitten om te eten. De film deint als het ware mee op het ritme van de zee.

Film won een Tiger in Rotterdam, werd erg lovend over gesproken door ‘les connaiseurs’. Maar helaas vond ik het na enige tijd toch wel vervelend worden, voortdurend te moeten kijken naar mooie natuurbeelden. Elk moment verwachtte ik een reclame van een reisbureau er tussen door. Film gaf wel goed het verschil weer tussen ‘urban life’ en ‘back to nature’. Voor de echte liefhebber, denk ik dan maar.

Anderhalve week geleden bezochten Herman Willem en zijn eega het Filmfestival Rotterdam. Dat is inmiddels een jarenlange traditie. Gemakshalve kiezen wij voor de twee VPRO-dagen, van 10 uur ‘s-ochtends tot tegen middernacht films kijken. Dit keer 13 in totaal. Daardoor hoeven we niet het hele programma te doorzoeken en een hele week min of meer vrij te nemen, maar laten wij ons lekker een programma voorschotelen.

Donderdag was de zgn. Previewdag. Dan worden films getoond, die in Nederland in roulatie gaan. En op vrijdag was de Discoverydag, dat zijn de wat minder toegankelijke films die niet in Nederland uitkomen (althans over het algemeen niet).

De Previewdag kende dit keer 6 films, in de grote zaal van Pathé op het Schouwburgplein.

De dag begon met het Spaanse “La Mujer sin Piano”, ***, van Javier Rebollo. Een dag uit het leven van Rosa, getrouwd met een taxichauffeur, eenzaam in haar flat, hunkerend naar, ja naar wat eigenlijk. Op een avond verlaat ze haar huis en wil naar haar zoon. Maar ze mist de busaansluiting en moet de nacht op het busstation doorbrengen. Daar ontmoet ze een beetje vreemde Poolse arbeider. Samen zwerven ze door een nachtelijk Madrid, onpersoonlijk, koud, vervreemdend.

Kortom, vreemde avonturen in een wereldstad, een aardig begin van het festival.

Leiden, die sprankelende stad aan de Oude en Nieuwe Rijn, is al sinds tijden mijn favoriete stad. Ik heb er twintig jaar gewoond en kom er nog wekelijks. Het voelt altijd goed om de stad binnen te rijden of te fietsen. Het afgelopen weekend was weer zo’n Leids weekend, waarbij ik een groot deel van de tijd binnen de stadsgrenzen doorbracht.

Het begon al op de vrijdagavond. Voor de eerste keer werd de Leidse Restaurantweek georganiseerd, waar veel restaurants aan meededen. De crux was dat je in praktisch alle zaken een 3 gangenmenu kon kopen voor de ronde prijs van 20 euro. Voorwaar een gunstig aanbod van de restauranthouders. Natuurlijk ook een goede poging om de zaak voor de feestdagen nog eens goed vol te krijgen. Enkele duurdere restaurants deden ook mee, daar waren de prijzen dan 25 of euro. Maar ook dat is natuurlijk geen geld.