Please Don’t Touch (part 2)

Een paar weken geleden liet ik al een deel zien van de openluchttentoonstelling Please Don’t Touch van het jonge Leidse kunstenaarscollectief ROEM. Vandaag is het tijd om de rest van deze expositie te laten zien.

Op Leidens oudste en meest centrale punt de Burcht lieten twee kunstenaars zien, wat hun beleving was van de coronacrisis. Werk van Vita Kiewiet de Jonge en Annemieke Dannenberg was onder de grote bomen, centraal op de Burcht te zien.

Van Vita was een eenvoudige poster zichtbaar met daarop een tak met ingekleurde bladeren. Haar werk heette Intangible Matter, dat zoveel betekent als ‘ongrijpbare zaken’. Op de poster was een QR-code te zien, waarmee je via je telefoon terecht kwam op een website met de gehele afbeelding en muziek. Een digitaal en audiovisueel verhalenboek dat iedereen moet inspireren voor een klein beetje magie in het leven. Kijk en luister hier en oordeel zelf.

Annemieke Dannenberg had een stoel met een tafeltje geplaatst met voor de duidelijkheid een bordje erbij dat zitten mag. Op het tafeltje stond een telefoonnummer, 0712032076, dat gebeld kon worden. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik dat niet heb gedaan. Ook stond er een grote glazen pot op met daarin gevouwen papiertjes. Het nummer was, als ik me goed herinner, een middel om de eenzaamheid te bestrijden.

Op de Botermarkt toonde Joosje Bosch een heel bijzonder werk met de titel Desinfect. Het was een van zeep gemaakte hand met een plastic handschoen. De handschoen was natuurlijk redelijk snel verdwenen, maar als je de zepen hand aanraakte, dan kon je daarna je handen wassen met die zeep. En was dat nou net niet het credo van deze tijd, ‘zo veel mogelijk je handen wassen’.

Op een brug over het Rapenburg hing glaswerk van VELOWA oftewel Debora Klop. Zij had een rek gemaakt waarin een aantal kleine vierkante bewerkte glaasjes hingen. De glaasjes hingen in de ruimte en door er doorheen te kijken werd de ruimte omkaderd. Debora onderzoekt ruimte en dimensie en ze probeerde dat hiermee uit te beelden. Immers, de coronacrisis zorgde er voor dat de mens zich meer bewust werd van de ruimte.

Naar het werk van Bas van Klaveren was het even zoeken. Samen met enkele voorbijkomende studenten, die ook op pad waren om ROEM te ontdekken, zochten wij de ruimte op de Oude Vest bij de Leidse Schouwburg af. Maar nergens zagen we een kunstwerk. Teleurgesteld dropen we af, maar toch knaagde er iets. Ik kon niet geloven dat er niets was en wat bleek….. in twee afficheruimtes naast de toegangsdeuren hing het werk van Bart. Eigenlijk waren het twee werken, Shared Dining & Tafel voor Twee. Bart is meubelmaker en had twee ontwerpen gemaakt voor meubels in een restaurant in coronatijden. Met zijn ontwerpen is het mogelijk om gewoon te dineren, rekening houdend met de afstand.

Tot slot was er het vogelhuisje met de naam Nestelen van Maarten Slof, hangend aan een gevel op de Lange Mare. Hij maakte een vogelhuisje in de vorm van het coronavirus. Naast de hoop dat er vogels zouden gaan nestelen, beeldt dit huisje ook de samenhang van virus en natuur uit. Immers, het virus is natuur. Helaas mocht het vogelnestje van de gemeente niet in een boom worden gehangen.

En daarmee komen we aan het eind van de openluchttentoonstelling Please Don’t Touch van ROEM. Jonge kunstenaars, die in een relatief korte tijd met een beperkt budget hun beeld van de coronatijd moesten weergeven. Een hele opgave om hieraan te kunnen voldoen, maar het is gelukt. Het een wat treffender dan het ander, maar dat is een persoonlijke voorkeur.

Goed dat er zo’n kunstenaarscollectief in Leiden is. Hopelijk blijven ze nog lang en zien we nog veel van hun werk.

Rundfunk: Jachterwachter – melige grove ongein op de camping

Waardering: 3 uit 5.

Rundfunk is een soort jong cabaret van twee mensen, Yannick van de Velde en Tom Kalmthout. Ze hebben aardig wat succes vergaard met een tv-serie, veel bekeken door jongeren.

Hun humor is uitermate melig en volkomen absurd en idioot. Deze termen moeten worden genoemd, want iets anders is het niet. Daarnaast is het bij tijd en wijle knap grof. Feitelijk dus een typisch Nederlands product dat in het buitenland geen schijn van kans zou hebben. Is het intelligent absurdisme à la Monty Python? Nee, verre van dat. Het doet eerder denken aan een tv-serie als The Young Ones, de serie met Rik Mayall, grofgebekt, brutaal en onzinnig.

Rundfunk heeft wel een eigen stijl, het is niet een op een te vergelijken met iets anders. Het verhaal speelt zich af op een totaal verloederde camping, waar de Wachtopzichter (Yannick van de Velde) de boel een beetje op orde probeert te houden.

Dankzij de ongelooflijke idiote tokkiegasten wil dat maar niet lukken. En dan is daar ineens Ronnie Bosboom Jr. (Tom Kalmthout), een beroemd voormalig kindsterretje, op de vlucht voor zijn roem. Beiden zijn eigenlijk onvolwassen volwassenen, die altijd de wensen van andere hebben opgevolgd. Aan zichzelf kwamen ze niet toe. En ze belsuiten elkaar te helpen.

Kortom, genoeg stof voor ontzettend veel idiote sketches (tot aan de geboorte van Jezus aan toe), die met een dunne rode draad aan elkaar verbonden zijn en een dun verhaaltje vormen.

Is het leuk? Ik moet daarop het antwoord schuldig blijven. Ik kon mezelf niet betrappen op een lach, hooguit af en toe een glimlach. Te veel van deze meligheid is misschien te veel om te verwerken. De typetjes zijn bij vlagen humoristisch, er zitten wat thema’s in als je goed kijkt (kindermishandeling, anorexia, overmatige sex, nog meer sexgrappen, enz.). Maar al met al ben ik er niet warm van geworden.

Please Don’t Touch (part 1)

Dat was de titel van de openlucht expositie van het Leidse kunstenaarscollectief ROEM, die afgelopen week tot een einde kwam. De opdracht voor deze expositie was afkomstig van Museum De Lakenhal, die de jonge makers op deze manier een hart onder de riem wilde steken in deze barre tijden voor de cultuursector.

16 werken van 12 jonge kunstenaars met een heel verschillende achtergrond, verspreid door de binnenstad van Leiden. De tijd van voorbereiding en uitvoering was vrij kort en de opdracht was om de impact van de coronacrisis in kaart te brengen.

Laten we de jonge makers eens onder de loep nemen en kijken hoe zij uitdrukking hebben gegeven aan deze opdracht. Amber Meekel (24 jaar) nam het concept ruimte als uitgangspunt. Door het coronavirus heeft het begrip ruimte een andere betekenis gekregen (1,5 meter samenleving). Daar waar je voorheen onbeperkt ruimte had, werd je nu ineens bewust van een beperking in deze ruimte. Dat zorgt voor verwarring en in het begin zeker ook voor onzekerheid. Hoe ga je om met minder ruimte binnen dezelfde ruimte? Zij maakte een aantal platte vormen met opdruk, die in de ruimte stonden en waar je omheen kon lopen en ze vanuit alle hoeken kon bekijken. De platte vormen nemen juist weinig ruimte in door hun vorm, maar zijn wel aanwezig. Vreemd genoeg was er een vijand van Amber, die het op zich had genomen om haar werken met graffiti te bespuiten. Waarom? Dat weet alleen de dader. Amber reageerde daarop door een nieuw werk op de Hooglandse Kerkgracht te plaatsen, waarop mensen met viltstift hun commentaar kwijt konden. Participerende kunst dus. Het werk bij Molen de Valk heb ik niet gezien, want vanwege werkzaamheden was de molenwerf afgesloten.

In het Plantsoen stond een werk van Karl Karlas dat bestond uit een aantal foto’s van mensen met allemaal een masker op of rond gezicht/hoofd.

Voor de betekenis hiervan hoef je niet echt kunstgeschiedenis te hebben gestudeerd, want de discussie over mondkapjes was volop bezig. En naast de vele plexiglas schermen is het mondkapje wel een soort symbool geworden van de coronacrisis, zeker nu we dat allemaal in het openbaar vervoer moeten gaan dragen.

Mooie foto’s, maar qua onderwerp niet echt origineel.

Een van de meest bijzondere werken vond ik wel het werk van Julia van Duijn op de Hooglandse Kerkgracht. Haar waren door de stilte de vele geluiden opgevallen, die je normaliter niet meer opvallen door de kakofonie om ons heen. Nu de wereld ineens was stilgevallen, werden we ons bewust van een heleboel zaken waar we normaliter geen acht op slaan. Naast de kwinkelerende geluiden van de vogels ook het geluid van bv. het handen wassen.

Julia heeft deze geluiden omgezet in tekeningen. Wat je op de foto ziet zijn dus weergaven van geluiden. Daarnaast heeft ze een QR-code bijgevoegd, waarmee je naar deze geluiden kunt luisteren terwijl je kijkt. Luister hier naar de geluiden.

Wat mij betreft een heel geslaagd werk.

Een andere kunstenaar op de Hooglandse Kerkgracht was Isabelle Schippers, illustrator / webdesigner van beroep en opleiding. Het werk draagt de titel Phobia en verwijst naar fobieën, die door de coronacrisis veel vaker voor te lijken komen.

Denk hierbij maar eens aan de plotse schoonmaakwoede, die iedereen overvalt. Alles moet ineens worden schoongemaakt, is het niet om de 5 minuten dan wel om de 10 minuten.

Hoewel het werk er op zich goed uitziet, kan ik de vele fobieën niet een-twee-drie ontdekken en dat is jammer, want dan schiet het zijn doel ietwat voorbij. Als bedoeld is om te laten zien dat de vingers slijten door het vele schoonmaken, dan klopt het plaatje wel.

Ook op de Hooglandse Kerkgracht een werk van Johanna Breuch.

Johanna had opgemerkt dat we door het blijf-thuis credo anders waren gaan gedragen. Normaliter kom je uit bed, kleed je jezelf aan en gaat naar werk/school enz. Nu bleef je thuis en derhalve ontbrak de noodzaak om jezelf aan te kleden. Veel mensen liepen thuis rond in hun huiskleding.

Kortom, het gedrag van mensen was danig veranderd door de coronacrisis. En dat maakte zij met deze twee poppen duidelijk. Een aangeklede pop met een boodschappentas, want daarvoor moest je wel naar buiten en een pop met een versleten joggingbroek en een oud t-shirt en natuurlijk slippers aan de voeten.

Een goede observatie van Johanna.

Vlak naast de Hooglandse Kerkgracht, in de Moriaansteeg, hing de was van Anna van Duijn te drogen.

Anna was zich door de coronacrisis bewust geworden van het feit, dat door het grootschalige thuis blijven de mensen ongetwijfeld meer en langer in bed zouden verblijven.

Kortom, de bewustwording van het bed, dekbed, kussen, beddengoed en de matras. Gewoonlijk stappen we er ‘s-avonds in om er ‘s-morgens met enige moeite weer uit te stappen, maar nu was het bed ineens een veilige thuishaven geworden.

Hendrik Valk en de klare lijn in Oss

Dit verhaal is al vorig jaar september geschreven maar nooit gepubliceerd. Vanwege het belang van cultuur en kleine musea in deze barre tijden alsnog.

“Het volgende station is Oss” galmt het door de treinwagon. Ik nader een plaats waar ik nog nooit ben geweest en waar mijn verbeelding mij in de steek laat. Oss, waar Organon gevestigd was en waar de rookworsten vandaan kwamen. Of beeld ik mij dat maar in.

Station Oss blijkt te bestaan uit een klein gebouwtje en enkele overdekte perrons. Als ik het station verlaat kom ik op een leeg stukje Oss, waar een verdwaalde bus zijn plaats zoekt. Mensen zijn amper te bekennen, maar misschien is dat normaar in Oss rond 11 uur.

Museum Jan Cunen, waar ik moet zijn, ligt om de hoek. Een statige grote villa, in 1888 gebouwd door Arnold van den Bergh, zoon van de margarinefabrikant Simon van den Bergh. Van den Bergh verkocht de villa al snel aan zijn concurrent Arnold Jurgens. En u snapt het al, Van den Bergh en Jurgens vertrokken later met hun margarinefabrieken naar Rotterdam en waren de voorlopers van Unilever.

De villa werd daarna in gebruik genomen door de Franse kloosterzusters ‘Religieuses Files de Notre Dame’. Zij vestigden een pensionaat voor meisjes in de villa. In 1920 kocht de gemeente het pand om er het stadhuis in te vestigen. Nadat het stadhuis in 1974 in een nieuw gebouw was gehuisvest, werd de kapitale ‘Villa Constance’ na een aantal jaren als museum in gebruik genomen.

Maar goed, ik ging niet naar Oss om u over het verfijnde pand te vertellen. Ik ging naar Oss vanwege de expositie “Hendrik Vlak – kunstenaar van de klare lijn”. Mijn interesse in Hendrik Valk was ooit gewekt door een tentoonstelling in Museum De Lakenhal over De Stijl. Bart van der Leck en Hendrik Valk waren toen voor mij belangrijke iconen, meer nog dan Van Doesburg.

Valk, geboren in Zoeterwoude en opgegroeid in en rondom Leiden, viel mij toen al op door het gebruik van de lijn en enkele basiskleuren. Daarmee wist hij toch heel sprekende werken te maken, die mij aanspraken door de ogenschijnlijke eenvoud.

De overzichtstentoonstelling in Oss was daarom een ‘must’ voor mij. Valk kwam in Leiden in contact met Van Doesburg en De Stijl en dat was, in zijn vroege jaren, duidelijk een belangrijke inspiratiebron. Maar Valk ontwikkelde een eigen stijl, waarbij hij zich onttrok aan de dogma’s van De Stijl. In de jaren 20 verhuisde hij naar Arnhem, waar hij trouwde, een gezin stichtte en een vaste baan kreeg.

In de jaren 30 keerde hij weer even terug naar het realisme. Maar na de oorlog werd zijn werk weer abstracter. Maar het bleef altijd herkenbaar en met grote zeggingskracht. En als je echt eerlijk bent, dan is hij eigenlijk niet de voorloper van de Klare Lijn (bekend van Joost Swarte en daarvoor van Hergé’s Kuifje), maar de grondlegger van de klare lijn.

Geniet van onderstaande verzameling van werken van Hendrik Valk, een uniek Nederlands kunstenaar.

TV series in deze tijd van verveling: Perpetual Grace , LTD bij Fox

De zon, de zon, die schijnt maar door. Dat wordt op den duur ook vervelend en dat gekoppeld aan de corona dreigt de verveling toe te slaan.

Wat een geluk dat Fox binnenkort start met een nieuwe uitmuntende serie. Meestal is het troep wat op die zender is te zien, maar ‘Perpetual Grace, LTD’ is een buitengewone serie met een buitenaardse kwaliteit.

Een waarschuwing is echter op zijn plaats. Dit is geen serie voor iedereen, maar alleen voor fijnproevers. Voor exquise connaisseurs, zogezegd. Want zo af en toe worden er pareltjes gemaakt in het overvolle series landschap. Met het gevaar dat de echte pareltjes onzichtbaar blijven.

‘Perpetual Grace, LTD’ is zo’n onontdekt pareltje. Want de serie is niet bekend en was vorig jaar al te zien op Canvas.
Wat maakt ‘Perpetual Grace, LTD’ nu zo bijzonder. Het heeft de sfeer van een klassieke film noir en doet bij vlagen denken aan het werk van de Coen Brothers (‘Blood Simple’ en ‘Fargo’).

James, een mislukt en depressief brandweerman, ontmoet Paul Allen Brown in een bar. Deze vertelt over zijn in en in slechte ouders, dominee Byron en Lilian Brown. Zij hebben zo’n kerk waarbij ze meer geld van hun dienaren afhandig maken dan dat ze hen beschermen, althans volgens Paul. Het plan is dat James zich in hun levens binnendringt en dan uiteindelijk net doet alsof hij hun zoon is. Dominee Byron en Lilian dienen hiertoe door Mexicanen te worden ontvoerd en moeten in Mexico gevangen worden gehouden. In de tussentijd moeten dan de akten van overlijden worden vervalst, waarna James de levensverzekering kan innen en iedereen zijns weegs gaat met het nieuw vergaarde fortuin.

Maar dominee Byron wordt kennelijk flink onderschat en ook zoon Paul heeft wat donkere kanten, waardoor ineens een Texas Ranger in beeld komt.
Kortom, de serie zit vol met onverwachte twists & turns en valse verwachtingen.

Oscarwinnaar Sir Ben Kingsley speelt met groot genoegen de dreigende dominee Byron, culminerend in een hypnotiserende rol zoals we die weinig zien op de tv. Hij krijgt mooi tegenspel van Jimmy Simpson als James, de schuldbewuste brandweerman, die probeert zijn leven weer op de rit te krijgen maar alleen maar dieper in de shit komt. En dan zijn daar ook nog Luis Guzman als de corrupte Mexicaanse sheriff en Terry O’Quinn als de Texas Ranger.

Messcherpe dialogen, humor, venijn, prima camerawerk, heerlijke muziek, dat alles in ‘Perpetual Grace, LTD.’ Laat je eens verrassen door een onbekende serie op een zender waar je bijna nooit naar kijkt. Je zult er geen spijt van krijgen.

Vanaf 20 april elke week twee afleveringen op de maandagavond.

Joker, donker en verontrustend

Begin jaren 80 in Gotham City. Een vervuilde stad, want de vuilnisdienst staakt al weken. De ratten hebben vrij spel, temidden van de grote stapels afval. De mensen zijn wanhopig, misdaad stijgt. De werkloosheid is hoog en de armoe groot.

Ergens in die stad woont Arthur Fleck. Een man die als clown werkt via een soort uitzendbureau. Het is zijn ambitie om stand-up comedian te worden. Hij woont thuis bij zijn ziekelijke moeder Penny. Hij zit voor een spiegel en schminkt zich als clown. Een traan loopt over zijn wang door de make up. Een gewone man, een droevige clown. Een man die door niemand wordt gezien. Bestaat hij eigenlijk wel, vraagt hij zich wel eens af.

Regisseur Todd Philips en scenarist Scott Silver hebben met Joker geen aansluiting gezocht met de comics en eerdere films. Ze hebben Arthur Fleck oftewel de Joker een geheel eigen leven gegeven. Weliswaar zien we Thomas en Martha Wayne, en zoontje Bruce (de latere Batman), en zelfs nog even butler Alfred Pennyworth voorbij komen, maar anders dan dit is er geen binding met Batman.

Joker is donkere, misschien zelfs een verontrustende film, waarin we een individu zien ondergaan en die langzaam transformeert tot de gevreesde misdadiger. De stad speelt een eigen rol, dreigend, donker, onveilig. Ook de muziek van Hildur Gudnadottir draagt bij aan de unheimische sfeer.

Joaquin Phoenix speelt een geweldige rol als de getormenteerde Arthur. De pijn is in zijn ogen te lezen. Telkens volgt weer een teleurstelling en we zien zijn worsteling om het goede te doen. Maar als dit niet lukt dan zie je ook de langzame verandering. En uiteindelijk de opluchting…..

Ook Frances Conroy als moeder Penny is memorabel. En niet te vergeten Robert de Niro als Murray Franklin, de Amerikaanse Jeroen Pauw. 

Een belangrijk thema in de film is ook de opstand tegen de rijke elite, een zeer hedendaags thema.

Al met al een prachtige film, maar ik verliet de bioscoop wel met een beetje depressief gevoel.

 

De laatste mooie dag van het jaar. ‘Daar moeten we van genieten’.

Dat zijn de openingszinnen van “Ze zullen denken dat we engelen zijn” van Bert Natter. Het vertelt het verhaal van Alfred Ellerau, die op een mooie dag op een terras zit, in het centrum van een stad. Een knappe vrouw, Prunella Moors, komt naast hem zitten en stelt zich voor.

Dan rijdt een gepantserde geldwagen het plein op, dwars door de terrassen en boort zich in een gevel. Een grote explosie volgt. Daarna rijdt een politiebusje het plein op, gewapende gemaskerde mannen springen eruit en beginnen lukraak om zich hee te schieten.

Dit is de beginscene van ‘Ze zullen denken dat we engelen zijn’. Alfred en Prunella duiken onder een terrastafel en overleven de terroristische aanslag. Vele doden en gewonden zijn het resultaat.

Op de een of andere manier voelen Alfred en Prunella zich tot elkaar aangetrokken. Hij, weduwnaar, en zij getrouwd en moeder van een paar kleine kinderen.

In korte hoofdstukken ontrafelt zich een verhaal, waarin duidelijk wordt dat de wereld voor Alfred en Prunella definitief is veranderd. De dood en de zin van het bestaan worden ineens beklemmende zaken die zich aandienen.

Maar ook wordt duidelijk dat hetgeen Alfred meent te hebben waargenomen, niet overeenkomt met de werkelijkheid. Zijn geheugen neemt een loopje met hem en hij is zich daarvan in eerste instantie niet bewust.

Het verhaal wordt direct verteld, van de aanslag tot het opgesloten raken in je eigen gedachten en gevoelens. Het is een maalstroom van gebeurtenissen, soms onverklaarbaar, maar langzaam ontrafelen de ervaringen van Alfred zich. Er is iets gebeurt, waarvan we niet zeker weten wat het is. En dat is bepalend voor het gedrag van Alfred.

‘Ze zullen denken dat we engelen zijn’ is een aanrader. Een boek met vaart, vol met verrassingen en een zich ontvouwende plot.

Feyenoord, de dood of de gladiolen? (deel 5 – slotakkoord)

Vandaag het voorlopig laatste stuk over Feyenoord. Een verhaal in 5 afleveringen, waarin de grote vraagtekens wat mij betreft overeind blijven.

Ik heb het gehad over de verdediging, het middenveld, de aanval en het transferbeleid. Ik heb geconstateerd dat de verdediging vooralsnog de achilleshiel van Feyenoord is. Ik heb geconstateerd dat er voor heel veel miljoenen de afgelopen jaren aan spelers is verkocht en dat er voor veel minder is gekocht. De transferpot zou ruim 20 miljoen moeten bevatten.
Ik heb geconstateerd dat er deze zomer voor 18 miljoen is verkocht en dat er tot nu toe voor 300.000 euro is gekocht. Met de genoemde transferpot er bij zou er dus 38 miljoen aan middelen moeten zijn.
Ik constateer dat het kennelijk heel lastig is om voor 7 miljoen een, naar verluidt, uitmuntend Argentijns verdediger aan te trekken.

Mijn grote vraag is dan ook: WAAR IS AL DAT GELD GEBLEVEN?

Ik snap dat er geld is gestoken in het nieuwe complex op Varkenoord. Prima investering. Dat er geld is gestoken in de jeugdopleiding. Prima investering. Maar laten we zeggen dat de helft van die 38 miljoen daaraan is opgegaan. Dan nog zou er ruim 15 miljoen overblijven.

De conclusie kan dan ook niet anders zijn dat dat er een grote chaos binnen Feyenoord heerst. Waarin niet duidelijk is wat het beleid is, wie er leiding geeft en wie de lijnen uitstippelt. Als ik nu hoor dat Van Bodegom, de president-commissaris, zich bezig houdt met transfers, maar dat ook de interim technisch directeur Troost (overigens ook een commissaris) dat ook doet, geholpen door Kuyt en spelersmakelaar Jansen, dan denk ik “wat zijn dat voor amateuristische prutsers daar in Rotterdam-Zuid”.

Als ik zie dat de directie van Feyenoord bestaat uit de interim technisch directeur Troost, commercieel directeur Koevermans en stadiondirecteur van Merwijk, dan valt het amateurisme nog meer op. Er zijn dus vacatures voor een algemeen directeur, een technisch directeur en de functie van financieel directeur bestaat zelf helemaal niet. En vooralsnog niemand is bereid gevonden om die functies in te vullen. Ik denk dat dit wel iets zegt over wat Feyenoord te bieden heeft. Wat een verschil met de andere Nederlandse topclubs, die er telkenmale in slagen om de topfuncties goed ingevuld te krijgen.

Wellicht is het dan ook geen toeval dat de sponsoring bij de andere clubs relatief gezien meer oplevert dan bij Feyenoord. Ondanks de grote achterban lukt het niet om een echt grote shirtsponsor binnen te halen, waarschijnlijk vanwege het ontbreken van een visie.

Goed, dat geconstateerd hebbende, wil ik afsluiten met de ploeg. Want daar draait het allemaal om.

  • Verdonk is inmiddels vertrokken, via FC Twente straks naar de VS.
  • Van der Heiden staat op de wachtlijst voor verkoop. Ben erg benieuwd waar hij terecht gaat komen.
  • Sven van Beek, nu geblesseerd, is van onvoldoende kwaliteit voor een topverdediging. Nog een seizoen reserve en dan maar verkopen.
  • Botteghin, ook niet meer de topverdediger, heeft nog een contract voor komend seizoen. Mijn advies: verkopen in de winterstop, voordat hij volgend jaar gratis de deur uitloopt.
  • Vente is inmiddels verhuurd. Prima voor zijn ontwikkeling, maar de verhuur is een seizoen te laat. Ik betwijfel of hij ooit het niveau voor de top gaat halen.
  • Ayoub gaat het volgens mij ook niet redden. Dat wordt een ‘ontevreden’ bankzitter, die in de winterstop wil vertrekken. Mijn zegen heeft hij, het is beter voor hem (laten we het drama Sofyan Amrabat niet vergeten).

Als je mij vraagt naar mijn favoriete opstelling, dan ziet die er zo uit

Vermeer
KarsdorpBotteghinHaps
TapiaFer
Kökcü
BerghuisJörgensenLarsson

Op de reservebank: Bijlow, Malacia, Geertruida, Nieuwkoop, Johnston en van Beek. Voor het middenveld Kelly, Burger, Ayoub en Toornstra. Voor de aanval Sinisterra, Narsingh en Bannis.

Maaaarrrr…….. grote gevaren liggen op de loer voor het volgende seizoen. Want Karsdorp en Ié zijn gehuurd en zullen ongetwijfeld bij goed presteren weer verdwijnen. Het contract met Tapia loopt volgend jaar af en die is dus ook verdwenen (geheel gratis dankzij het overweldigende inzicht van interim technisch directeur Troost). Fer heeft een contract voor een jaar en de vraag is of hij doorgaat of dat hij ook verdwijnt. Berghuis heeft al aangegeven weg te willen, dus die zal waarschijnlijk volgend jaar ook wel gaan (levert dan nog wel veel geld op, maar we weten inmiddels wat daarmee gebeurt).

Kortom, bijna de halve ploeg kan zo maar vertrekken. En zonder geld blijft het dus hannesen met die club daar in Zuid.
Overigens heb ik er wel vertrouwen in dat Feyenoord de derde plaats kan bereiken, want wat ik tot nu toe gezien heb zijn een creatief middenveld, gekoppeld aan een creatieve voorhoede. Er worden veel kansen gecreëerd, maar de afronding laat te wensen over.

Conclusie: Als het lukt om de Argentijnse verdediger Senesi te halen en plaatsing voor de groepsfase Europa League, dan ziet het er voor dit seizoen redelijk uit. Mogelijk kan met het extra geld uit de EL nog een goede spits worden aangetrokken.
Dit seizoen lukt dan wel, maar het volgend seizoen gaat dan opnieuw een worsteling worden.

En het stadion dat, vraagt u nu. Wat moeten we daarmee? Vooralsnog voldoet de Kuip, maar als je naar de toekomst kijkt dan is een nieuw, modern en klantvriendelijk stadion een must. Maar de voetbalclub dient daar naar mijn mening niet in te investeren. Laat dat maar aan anderen over.

Dit was het laatste artikel over Feyenoord. Natuurlijk komen er nog wel wat analyses in de komende tijd, maar dan op basis van de verrichtingen.

Hand in hand blijft voorlopig nog intact en kan zelfs komend seizoen nog wel eens gaan schijnen.

Feyenoord, de dood of de gladiolen? (deel 4)

Vandaag wil ik het hebben over de handel en wandel van de Rotterdamse club op de transfermarkt. We weten dat Feyenoord al jarenlang gebukt gaat onder schulden, die ooit in een grijs verleden zijn ontstaan. Die schulden zorgen er kennelijk telkens weer voor, dat niet kan worden geïnvesteerd in spelers. En als er al geïnvesteerd wordt, dat is dat meestal niet echt super gelukkig en worden spelers vaak met verlies van de hand gedaan (enkelen uitgezonderd).

Laten we eens beginnen bij het seizoen 15/16.
Toen werd er flink geld binnengeharkt met de verkoop van Clasie, Boëtius, Manu en te Vrede. Opbrengst bij elkaar 18,8 miljoen euro.
Van dat geld werd 10,5 miljoen gebruikt voor de aankoop van Vejinovic, Botteghin, Michiel Kramer (bekend van de broodjes kroket), Gustafsson en Tapia.
Vejinovic werd later met 2,25 miljoen verlies verkocht, op Gustafsson werd 500.00 verlies geleden en op Kramer 1,5 miljoen (want die liep zonder contract de deur uit).
Drie van de vijf aankopen werden dus weer met verlies van de hand gedaan. Het waren mislukte spelers en de vraag is hoe dat kan. Was de aankoop verkeerd of zit er in het technisch team iets fout waardoor spelers niet goed kunnen slagen bij Feyenoord.
De totale winst in het seizoen 15/16 was 8,3 miljoen euro.

Het seizoen 16/17 was wat rustiger. Weliswaar zat er 8 miljoen in de knip, maar er werd voorzichtig ingekocht. Jörgensen kwam voor 3,5 miljoen, Berghuis werd gehuurd en doelman Brad Jones kwam transfervrij binnenwandelen.
Dat seizoen werden Lex Immers en Achahbar voor 2,6 miljoen verkocht.
De transfers zorgden dus voor een verlies van 900.000 euro in het seizoen 16/17.

Een jaartje later, het seizoen 17/18.
De huur van Berghuis smaakte naar meer en hij werd voor 6,5 miljoen overgenomen van Watford. Haps kwam binnen voor 6 miljoen en St. Juste voor 4,8 miljoen. Daarnaast werd voor Amrabat 4 miljoen betaald, net als voor Larsson. En Boëtius kwam weer terug voor 1,5 miljoen. Een totale investering van 26,8 miljoen.
Nou gaat het ergens op lijken, zou je denken. Ware het niet dat er voor 33,3 miljoen werd verkocht. Karsdorp vertrok voor 16 miljoen naar Italië en Kongolo voor 15 miljoen naar Frankrijk. Verder vertrok Elia voor 1,1 miljoen, Woudenberg voor 700.000 en Hahn voor 500.000.
Kortom, opnieuw een winst van 6,5 miljoen over het seizoen 17/18.

Inmiddels zou er dus bijna 14 miljoen in de kas moeten zitten, maar helaas pindakaas, dat blijkt dus niet zo te zijn. Want in het seizoen 18/19 werd slechts voor 2 miljoen in nieuwe spelers geïnvesteerd, te weten de jonge Sinisterra. Wel kwamen Delle en Ayoub gratis binnen wandelen en werden Martina en Clasie gehuurd.
Aan de verkoopkant werd 8,95 miljoen binnen geharkt. Boëtius werd voor 3,5 miljoen de deur uitgedaan (2 miljoen winst), Amrabat werd voor 2.5 miljoen verkocht (1,5 miljoen verlies), Vejinovic vertrok voor 1,25 miljoen (2,25 miljoen verlies) en Gustafsson vertrok voor 1 miljoen (0,5 miljoen verlies). Daarnaast vertrokken Basaçikoglu en Hamer voor samen 700.000 euro. Op onze Bilal werd 3,1 miljoen verlies geleden.
Al met al een positief handelsresultaat van 6,95 miljoen.

De kas was dus flink gespekt want al met al zou er nu 20,85 miljoen in de transferkas moeten zitten. Kun je leuke spelers mee aantrekken, zou je zo denken.
Maar opnieuw blijkt dit niet waar te zijn, want dit seizoen is voor 300.000 euro uitgegeven aan een nieuwe spelers, te weten Johnston. Ter was gratis, Kelly was gratis, Narsingh was gratis en Karsdorp wordt gehuurd.
Daartegenover staat 18 miljoen aan verkopen, namelijk voor Vilhena en St. Juste.
Ja, je leest het goed, er is dus een winst van geboekt. Dat betekent dat de transferpot nu zon 38,55 miljoen zou moeten bevatten.

Nou weet ik ook wel dat deze rekensom ietwat gemakkelijk is want er zijn allerlei partijen die meedelen in de opbrengst van verkochte spelers.
Maar toch, er is dus gewoon bijna 40 miljoen verdwenen in een bodemloze put, waarvan kennelijk het einde nog niet in zicht is. Want er is nog steeds geen geld voor het aantrekken van spelers, die van Feyenoord weer een waardige opponent kunnen maken in de strijd om het kampioenschap, met Ajax en PSV.

Mijn conclusie kan dan ook niet anders zijn dat dat Feyenoord kennelijk onvoldoende professioneel wordt geleid. Dat is niet alleen de schuld van van Geel, maar dat kan de hele top van de club zich aantrekken, inclusief de raad van commissarissen. Als Feyenoord een beursgenoteerd bedrijf was geweest dan hadden de aandeelhouders al lang heel hard aan de bel getrokken over zoveel waanzin. Mogelijk was de club al een keer failliet gegaan, want het lijkt er nu op dat elke geldschieter een flinke vinger in de pap wil hebben of heeft gehad.
Chaos heerst dus bij Feyenoord en zal nog wel even blijven.

Morgen schrijf ik nog een laatste analyse over de organisatie en trek ik de finale conclusies.

Feyenoord, de dood of de gladiolen? (deel 3)

Na de verdediging en het middenveld te hebben besproken, is dan nu de tijd aangebroken om de aanval van Feyenoord eens onder de loep te nemen.
Feyenoord speelt meestal in een 4-3-3 formatie met twee vleugelspitsen en een centrumspits. Dat betekent dat je minimaal vier vleugelspitsen en twee centrumspitsen moet hebben. Maar liefst nog een paar meer, voor alle zekerheid.

De volgende aanvallers staan onder contract:

  • Sam Larsson (26 jaar – linksbuiten)
  • Emil Hansson (21 jaar – linksbuiten)
  • Steven Berghuis (27 jaar – rechtsbuiten)
  • Luciano Narsingh (28 jaar – rechtsbuiten)
  • Luis Sinisterra (20 jaar – rechtsbuiten)
  • Nicolai Jörgensen – (28 jaar – centrumspits)
  • Dylan Vente (20 jaar – centrumspits)
  • Naoufal Bannis (17 jaar – centrumspits)

Op het oog kun je met dit aantal spelers het seizoen doorkomen. Maar als je naar de kwaliteiten kijkt dat wordt het iets anders.

Van Emil Hansson loopt volgend jaar het contract af. Deze jongeling heeft het afgelopen seizoen uitstekend gedaan bij RKC in de Keuken Kampioen Divisie. 44 wedstrijden gespeeld, 13 keer gescoord en 12 assists. Dat zijn cijfers die er niet om liegen. Maar toch maakte hij in de oefencampagne geen indruk en kon hij niet laten zien wat nou zijn kwaliteiten zijn. Ik ben bang dat hij voor de top van de Eredivisie tekort komt, maar in een divisie lager prima meekomt. Wellicht kan hij nog een miljoentje opbrengen voordat hij volgend jaar gratis de deur uitloopt. Verlenging van contract lijkt me zinloos.

Eigenlijk geldt hetzelfde voor Dylan Vente. Jong en geen onverdienstelijk voetballer, maar niet de spits van een topclub. Die potentie zit er gewoon niet in en hoewel zijn contract nog tot 2022 doorloopt denk ik dat een verkoop voor tussen de 1 en 2 miljoen nog het meest verstandig is.

Bannis, een jong talent, moet bij de selectie blijven om ervaring op te kunnen doen en te kunnen ruiken aan de ‘grote jongens’. Een talent moet je, zeker als die pas 17 jaar is, de tijd geven om te kunnen groeien. Af en toe invallen is dan het credo.

Sinisterra ontpopt zich dit jaar als een uitstekend rechtsbuiten. Jong en onervaren speelt hij heerlijk onbevangen. Maakt fouten, maar kan ook ineens drie man uitspelen. Een genot om naar te kijken. Hij kan een voetballer worden waar het stadion voor op de banken gaat staan.

Met Larsson ben ik inmiddels wel een beetje klaar. In de dop een uitstekend voetballer, dat heeft hij bij Heerenveen wel bewezen. Maar het wil er maar niet uitkomen. Sporadisch laat hij zijn klasse zien en dat is te weinig. Foppe de Haan, zijn oude trainer, vroeg zich recentelijk af of hij eigenlijk wel een topvoetballer wil zijn. Zijn contract loopt nog tot 2021 en als hij dit jaar weer zo weinig laat zien, dan moet hij volgend jaar worden verkocht. Met een beetje mazzel brengt hij nog tussen de 6 en 8 miljoen op.

Narsingh is nog een beetje onduidelijk wat hij kan toevoegen. Hij is snel en behendig, maar scoort niet echt veel. Heeft het vorige seizoen amper gespeeld en moet zich helemaal opnieuw bewijzen. Kortom, een groot vraagteken.

Voor Jörgensen geldt een beetje hetzelfde. Vorig seizoen amper gespeeld roept de vraag op of hij ooit nog weer op zijn oude niveau kan terecht komen. Zo niet, dan ook volgend jaar verkopen. 15 miljoen zit er dan helaas niet meer in. Jörgensen is feitelijk een prima ouderwetse spits, sterk, goed in het kaatsen, scorend vermogen. Hopelijk kan hij weer aanhaken en ons weer met vele goals op de banken laten dansen.

En over Berghuis hoeven we het niet meer te hebben. Blijft nog een jaar en vertrekt dan voor meer dan 20 miljoen richting buitenland. Het zij hem gegund.

In het huidige voetbal moet je een dynamische voorhoede met veel snelheid, positiewisselingen en diepgang hebben. Gelet hierop vind ik de combinatie van Sinisterra met Berghuis en Larsson heel goed. Met Kökcü er vlak achter. Tegen Dinamo Tbilisi zagen we waartoe deze combinatie in staat is. Maar helaas was de magie tegen Heerenveen al weer verdwenen.

Toch geloof ik dat Feyenoord een prima voorhoede op de been kan brengen. Misschien nog een tweede spits er bij als vervanger/invaller van Jörgensen.
Over de aanval maak ik me dan ook niet zo veel zorgen.

Morgen bekijk ik het transferbeleid van de afgelopen seizoenen eens om te zien wat daar fout is gegaan.

vanuit het altijd mooie Leiden

%d bloggers liken dit: