Monumentendag 2009

Ruim een week geleden al weer waren de Open Monumentendagen en al een hele tijd stond de Beurs van Berlage op ons lijstje van te bezoeken gebouwen. En wat is een betere gelegenheid dan een Open Monumentendag.

Dus fluks de trein in en met gezwinde spoed naar ons aller hoofdstad afgereisd,alwaar het veelgeroemde bouwwerk op slechts enkele flinke voetstappen van het station staat. Berlage bouwde de beurs tussen 1898 en 1903 in opdracht van de gemeente Amsterdam. Het was zijn eerste grote bouwwerk en hij werd er wereldberoemd mee. Het gebouw staat op een drooggelegd stuk van de Amstel, waar vroeger de handelsschepen aanmeerden.

Tijdens de Monumentendag konden we nog net aansluiten bij een rondleiding. Een grote groep mensen werd het hele gebouw in een sneltreinvaart doorgeloodst, maar je zag wel alle aspecten van het gebouw. Eerst gingen we naar beneden, naar de Safe Deposit Room, de ruimte met de grote kluizen waar vroeger particulieren een kluis konden huren (vanaf 1903). Bij de foto’s zie je de binnenkant van een kluisdeur.

Na de kluis trokken we door het gebouw, door vele kamers waarin vooral de kleurstelling opviel, naar de voormalige Vergaderzaal van de Kamer van Koophandel. Deze rijk versierde zaal viel op door de fraaie eenheid in stijl. Tapijt, meubilair, glas-in-lood, alles paste precies binnen het plaatje van Berlage. Hier komt ook het “Eenheid in veelheid” principe vandaan.

Na de Vergaderkamers beklommen we de toren. Via ruim 150 treden langs smalle trappetjes ging het stijl omhoog. Boven aangekomen vergoedde het uitzicht veel want het uitzicht was mooi. Vervolgens weer naar beneden, richting Grote Zaal. Dat is de voormalige Goederenbeurs waar vroeger koper, koffie en katoen werden verhandeld. Het is werkelijk een adembenemende zaal die een serene rust uitademt. Kleuren, materiaal en vorm, alles is in evenwicht met elkaar en dat voel je gewoon.

Daarna nog de voormalige Graanbeurs bekeken. Daar is nu een glazen concertzaal in gebouwd voor het Nederlands Kamerorkest (architect Zaanen), hetgeen een heel bijzonder effect geeft. Ik neem aan dat je heerlijk naar muziek kunt luisteren. Ook deze zaak heeft prachtige tableaus van Toorop. En tot slot de voormalige Effectenbeurs, tegenwoordig de concertzaal van het Nederlands Philharmonisch Orkest, ook weer met werk van Toorop.

Hieronder vind je een aantal foto’s die ik heb gemaakt van het interieur. Let ook eens op de kleine details, want ook alle moertjes en boutjes kregen van Berlage een functionele kleur.

De twee laatste foto’s zijn overigens van het Makelaers Comptoir, dat aan de Nieuwezijds Voorburgwal staat. Dit pand is in 1633 in opdracht van het gilde der makelaars gebouwd. Het is nog één van de drie oorspronkelijke gildehuizen in Amsterdam. Vroeger handelden makelaars overigens niet alleen in onroerende goederen, maar ook in roerende. Het pand is overigens gebouwd in de Hollandse renaissancestijl. Maar wat mij het meest opviel was het wapenbord binnen, waarop ik de naam “Gerrit Scholten Anno 1804” aantrof. Altijd goed om te weten wat je vroegere familie heeft gedaan.

Een weekje vakantie

Een weekje vrij en dan is de eerste dag een prachtige herfstdag. Heerlijk weer om op de fiets eens naar Leiden te gaan en daar een lekker biertje (een Weihenstephaner) te drinken op het terras van sociëteit De Burcht. Hartje Leiden, met alle historie om je heen, genieten van alle zonnige mensen en warempel, er stond ook nog een zanggroepje allerlei wereldliedjes te zingen op het Burchtplein.

Door de polder terug

Een weekje vrij, waarin Trix en ik allerlei dingen gaan ondernemen. Zoals vanavond naar het concert van Chuck Prophet in de Q-bus in Leiden. Chuck Prophet is een door de wol geverfde muzikant, die perfecte Americanamuziek maakt. Begonnen als leider van Green On Red, een succesvolle band in de jaren 80, toert hij tegenwoordig met zijn vrouw Stephanie Finch en zijn band Mission Express langs ’s heren dreven.

Hieronder vind je een video opname die ik maakte bij een eerder bezoek van Chuck Prophet aan Leiden.

Morgen staat een bezoek aan Zaandam op het programma, waar een aantal collega’s meelopen in de Dam tot Damloop en waarvoor ik een VIP-kaart van een sponsor heb. Lekker natafelen en naborrelen in een mooie sponsortent, dat lijkt me wel wat.

De rest van de week ben ik bezig met de Implementatieweek 2009, een platform voor lezingen, workshops en ontmoetingen over implementatie en communicatie in Utrecht. Ik ben erg benieuwd naar alle verschillende invalshoeken en denk dat het erg leuk gaat zijn. Ik hou jullie op de hoogte van alles.

Verder kansen om musea te bezoeken en lekker rustig aan te klooien, wat wil een mens nog meer.

Filmcursus aflevering 2

Een week later, woensdag 9 september, was de volgende cursusavond.

We gingen verder waar we waren gebleven, namelijk bij het begin van de 20e eeuw. Méliès had net de fantasie in de cinema gebracht met zijn trucages en met zijn verhalen. De film was erg populair in Europa, maar de Verenigde Staten bleven uiteraard niet achter. De ontwikkelingen daar stonden ook niet stil en zo verscheen in 1903 de eerste grote Amerikaanse succesfilm, “The Great Train Robbery” van Edwin S. Porter. De film was gebaseerd op een toneelstuk van Scott Marble. Porter was een regisseur die in dienst was van het bedrijf van Thomas Edison. “The Great Train Robbery”  was feitelijk de eerste Western die het daglicht zag (hoewel, een film draai je niet in het daglicht).

Het verhaal gaat over twee overvallers, die een station beroven, op de trein stappen, de postkamer in de trein beroven en de machinist dwingen om te stoppen. Dan beroven ze alle passagiers en vluchten. Inmiddels is de sheriff met zijn mannen gewaarschuwd en zij zetten de achtervolging te paard in. Uiteindelijk eindigt het verhaal met een ‘shoot-out’, waarbij uiteraard de boeven sneuvelen. Geniet van “The Great Train Robbery”.

Voorwaar, een spannend verhaal. Opvallend is dat de camera hier opnieuw een vast standpunt heeft en niet beweegt. Niet omhoog of omlaag, maar ook nooit meedraaiend met de actie. Dat zagen we ook al bij de voorgangers Méliès en Lumière. Wat dat betreft bleef de ontwikkeling even stilstaan.

Maar er zijn in deze film wel twee nieuwe elementen te bewonderen. Zijn ze je opgevallen?

In de eerste plaats is er sprake van ‘cross-cutting’. Dit is een nieuwe montagetechniek, waarbij je heen en weer springt tussen twee locaties. Bijvoorbeeld van de boeven naar de dansende sheriff in de kroeg. Door deze nieuwe techniek krijgt het verhaal ineens meer snelheid, want je kunt het verhaal sneller vertellen. Immers, paralelle scènes kun je nu door elkaar heen vertellen, waardoor je minder hoeft uit te leggen en waardoor verschillende personen aan elkaar gekoppeld kunnen worden.

En de andere nieuwe techniek komt aan het eind even in beeld, namelijk de ‘medium close-up’. Tot nu toe werden de opnames van een zekere afstand gemaakt, zoomlenzen bestonden nog niet en dit is het eerste voorbeeld waarbij een persoon dichterbij in beeld wordt gebracht. In deze film heeft dat nog niet zoveel impact, maar later zal dit in de cinema een heel belangrijk effect worden.

Wereldoorlog I zorgde voor een omwenteling in de cinema. Tot die tijd waren Frankrijk, Italië en Engeland leidend maar door de oorlog lag de aandacht in die landen elders. De productie van nieuwe films stokte en in de Verenigde Staten ontstond de ‘Hollywood standaard’. De Europese filmindustrie werd na de oorlog vooral experimenteel en surrealistisch.

Omdat de geluidsfilm nog op zich liet wachten, verzonnen de Amerikanen het gebruik van ‘tussentitels’, waarmee een dialoog werd gesuggereerd. Je kent ze wel, tekstborden tussen twee scènes in. Ook werd de plaats van een persoon in een scène in toenemende mate van belang, gekoppeld aan de camerapositie. Het kleurgebruik werd intensiever toegepast en ook het setdesign en de belichting kregen meer aandacht.

Bij de camerapositie moet je bijvoorbeeld denken aan het ‘shot/reverse shot’, dat vooral bij een dialoog wordt toegepast. Twee mensen praten met elkaar en twee camera’s nemen dat over de schouder van elke persoon op. Zo kun je duidelijk maken dat er een gesprek is en de spreker telkens duidelijk in beeld brengen. Andere opname standpunten zijn ‘eyeline match’ (scène 1 kijkt iemand ergens naar, scène 2 zie je het voorwerp of de persoon waar naar gekeken wordt), ‘establishing shot’ (bv. eerst de buitenkant van een gebouw laten zien en daarna een groep mensen in een gebouw, waarbij de suggestie dus is dat die mensen in dat gebouw zitten) en de ‘180 degree rule’ (waarbij 2 personen in een scène altijd dezelfde links-rechts relatie moeten hebben omdat anders verwarring ontstaat over de plaats).

De eerste echte grote kaskraker in de VS was “The Birth of a Nation” van D.W. Griffith. Deze film, die een gewone lengte had zoals tegenwoordig elke bioscoopfilm, speelt zich af tijdens de Burgeroorlog. Twee bevriende families komen in de verschillende kampen terecht en zij worden daarom uiteen gedreven. Overigens is de film bekend vanwege de racistische tintjes en luidde een wederopstanding in van de Ku Klux Klan.

Maar toch is deze film een meesterwerk uit 1915 met de eerste grote filmster van Hollywood, Lilian Gish in de hoofdrol. Op YouTube vind je de film in twintig delen, hieronder kun je het eerste deel bekijken. Het is absoluut de moeite waard om de film eens te bekijken.

Filmcursus aflevering 1

Op woensdag 2 september zijn Trix en ik begonnen met een cursus “Filmgeschiedenis“. Plaats van handeling is Parkexpressie in Alphen. Omdat we beiden van film houden leek ons dit een goed idee. De cursus wordt gegeven door Ulrike Söbbeke.

De eerste cursusavond ging over de start van de film, de cinema. Want al in 1831 bleek een Belg, Joseph Plateau, een ‘phenakistiscoop’ te hebben ontwikkeld. Een apparaat met twee schijven. Op de ene schijf staan tekeningen en de andere schijf heeft gleuven. Als je het apparaat voor een spiegel houdt en door de gleuven kijkt, zie je de tekeningen bewegen. Eigenlijk kennen we dit principe ook wel uit de kindertijd (ik althans). Wat hier speelt is het principe van ‘persistentie van visie’. Men dacht in die tijd namelijk dat een beeld tijdelijk op het netvlies werd opgeslagen en dat als je dus snel beelden achter elkaar bekijkt er dan beweging ontstaat. Later bleek dit niet zo te zijn, want de menselijke hersenen spelen namelijk ook een grote rol.

Eerder al was de ‘zoötroop’ uitgevonden. Al rond het begin van de jaartelling waren de Chinezen hiermee bezig en in 1834 was het William George Horner die dit apparaat presenteerde.

Replica van een zoötroop
Replica van een zoötroop

De ‘zoötroop’ doet heel erg denken an en is duidelijk een voorloper van de ‘phenakistoscoop’ van Plateau. Hier kun je een kort filmpje zien van een ‘zoötroop’ in werking.

In 1877 kwam Charles-Emile Reynaud met een verbetering, namelijk de ‘praxinoscoop’. In dit toestel werden prismatische spiegels gebruikt, waardoor het beeld scherper werd en de kleurintensiteit behouden bleef. Een andere belangrijke verbetering van Reynaud was dat hij met perforaties ging werken. Deze bleken later van groot belang voor de ontwikkeling van een goede filmrol.

Voor de ontwikkeling van de cinema was ook de ontwikkeling van de fotografie van belang. Louis Daguerre ontwikkelde een manier om goede scherpe foto’s te maken, de ‘daguerrotypie’. Maar nadeel was dat dit unieke foto’s waren zonder negatief. Er was dus altijd maar één afdruk mogelijk. Pas in 1888 kwam de rolfilm van Kodak, waarmee fotografie voor iedereen bereikbaar werd.

Een gevolg van de ontwikkelingen in de fotografie was dat een erkend uitvinder als Edison zich ook ging interesseren voor de cinema. Zijn medewerker William Kennedy Laurie Dickson fabriceerde de ‘kinetoscoop’, een apparaat dat algemeen wordt beschouwd als de eerste filmprojector. Edison demonstreerde de ‘kinetoscoop’ in 1893 voor het eerst op de wereldtentoonstelling van Chicago. Een jaar later werd in New York de eerste kinetoscoopsalon geopend; daar kon men voor 25 cent individueel een filmpje bekijken. Het apparaat was een groot succes in de steden, maar op het platteland sloeg het niet aan.

De Kinetoscope van Edison/ Dickson
De Kinetoscope van Edison/ Dickson

In 1894 demonstreerde Edison de ‘kinetoscoop’ in Parijs, waar de vader van de gebroeders Lumière ook aanwezig was. Hij spoorde zijn zonen aan om ook zo’n toestel te ontwerpen, maar dan uiteraard beter. Eén jaar na de demonstratie van Edison kwamen de gebroeders Lumière met de ‘cinématographe’, een filmcamera en filmprojector in één. Je kon er filmbeelden mee opnemen, je kon deze ontwikkelen en vervolgens op een scherm vertonen. Het apparaat was lichter en draagbaarder en de beelden konden door meerdere mensen tegelijk worden bekeken. De gebroeders Lumière maakten al gebruik van de 35 mm techniek, maar wel met een andere perforatie. Ook gebruikten zij al de techniek van 16 beeldjes per seconde. De eerste film die ze schoten was “La sortie des usines Lumière”, die je hieronder kunt bekijken.

In dit filmpje zie je het einde van een werkdag en het leegstromen van de fabriek van de Lumières. Let op het camerastandpunt dat onbeweeglijk is; er zat in die tijd nog geen beweging in het camerabeeld.

Een andere film van de gebroeders Lumière was “L’arrivée d’un train à La Ciotat”. Ook hier weer een vast camerastandpunt, maar wat opvalt is wel de beweging die al in de film zit. De trein komt van rechts het beeld inrijden en ook de passagiers komen van rechts het beeld inlopen. Vermoedelijk is hier al over nagedacht over hoe je een beweging dus goed in beeld brengt.

De Lumières hebben zich niet zo lang met de cinema bezig gehouden. Maar ze hadden wel een buurman, ene zekere George Méliès, die buitengewoon geïnteresseerd was in de cinema. Hij was een goochelaar die in 1888 een eigen theater in Parijs kocht en die, na het zien van de films van de Lumières, ook films in zijn theater wilde vertonen. Op een enigszins illegale manier kwam hij in het bezit van projector en zo begon hij in 1896 met filmvoorstellingen.

Maar Méliès wilde meer. Hij wilde zelf films maken en zo begon hij een eigen productiemaatschappij. De man was uitermate productief; hij produceerde in een tijdsbestek van 16 jaar meer dan 520 filmpjes. Nog belangrijker was dat hij ging experimenteren. Naast het eigenhandig schilderen van de decors en het regisseren begon hij met kleurexperimenten en met montage. Feitelijk was hij de uitvinder van de ‘editing’, het monteren van filmscènes waardoor de illusie ontstond. Ook werkte hij al met meerdere beelden over elkaar, waardoor hij bepaalde effecten kon bereiken (meervoudige belichting). Per ongeluk ontdekte hij het ‘stop-motion’ effect, toen zijn camera een keer vastliep en even later weer verder ging. toen hij de opname terug zag, bleek een bus ineens in een koets veranderd te zijn.

Zijn beroemdste film was “Le voyage dans la Lune”, waarin een groep wetenschappers naar de maan reist. Beroemd is de scène waarbij de raket in het oog van de maan landt. In deze film komen alle trucages voorbij, overvloeiers, stop-motion, animatie-effecten en het wijzigen van de afstand tussen camera en object (waardoor een soort kunstmatig zoom-effect werd verkregen).

Méliès was buitengewoon populair op kermissen, maar toen de eerste bioscopen van Gaumont en Pathé opkwamen, kreeg hij het moeilijk. Hij kon zich onvoldoende aanpassen aan de veranderende eisen van het publiek en het resultaat was dat zijn theater in 1914 werd gesloten vanwege zijn faillissement.

Dit was deel 1 van de achtdelige cursus Filmgeschiedenis. De volgende aflevering gaat over de opkomst van de film in de Verenigde Staten, de verdere ontwikkeling van de montagetechnieken en de opkomst van het vertellen van verhalen.

Tweet & meet over gedragsregels voor ambtenaar op sociale netwerken

Gisteren was ik in Den Haag bij de Meet & Tweet, die elke maand op de laatste dinsdag plaatsvindt bij B.E.P. in Den Haag. Het onderwerp was dit keer “Gedragsregels voor ambtenaren op sociale netwerken”. Dus twitterende, facebookende of hyve’ende ambtenaren. En die zijn er!

Allereerst de vaststelling dat politici zelf veelvuldig gebruik maken van de sociale netwerken. Bekende Twitteraars zijn Maxime Verhagen en Jack de Vries, minister en staatssecretaris. Zij gebruiken Twitter om te laten zien wat ze doen, waar ze zijn en laten soms een klein stukje privé zien. Uiteraard zijn er meer politici, die de nieuwe media uitvoering gebruiken. Een heel groot voorbeeld is hoe Barack Obama in zijn verkiezingscampagne gebruik maakte van de ongekende mogelijkheden die deze media bieden.

Bij de Meet & Tweet was een klein select gezelschap aanwezig, onder wie Tweede Kamerlid Jack Biskop van het CDA. Iedereen was het er in het begin over eens dat je als ambtenaar verantwoordelijk moet omgaan met vertrouwelijke zaken. Het kan niet zo zijn dat je door onachtzaamheid je bewindspersoon in verlegenheid brengt, of op lokaal niveau een wethouder. Opvallend is wel dat soms dossiers in een trein worden vergeten (opzet of onachtzaamheid – mag iedereen zelf bedenken).

Kamervoorzitter Gerdi Verbeet vindt eigenlijk dat Kamerleden niet moeten twitteren tijdens hun aanwezigheid in de Tweede Kamer. Maar, werd gesteld, mogen ze dan wel de krant lezen of kletsen met een collega? Of is het de angst, die de niet-wetende politicus beheerst. Duidelijk werd dat binnen de Tweede Kamer en binnen de fracties hier geen eenstemmigheid over is.

Een ander geluid is dat de sociale netwerken effectiever door de politiek moeten worden gebruikt. Juist omdat er een grote toegevoegde waarde zit in die netwerken. Je kunt als politicus veel kennis aanboren die anders ongebruikt zou blijven. Dit lijkt mij overigens wel een bedreiging voor de belangenorganisaties, waarvan je jezelf soms afvraagt wiens belang zij nou eigenlijk vertegenwoordigen. De sociale netwerken maken het mogelijk om de achterban van die organisaties direct te raadplegen. Een interessant gegeven overigens, voor veel partijen (hiermee bedoel ik niet specifiek politieke).

De discussie verbreedde zich vervolgens ook tot weblogs, forums en andere discussieplatformen. De aanwezigen waren het er wel over eens dat deze een hele goede mogleijkheid bieden om kennis te delen, op te doen, te verbeteren, enz. De nieuwe technieken bieden dus gewoon heel veel kansen en het invoeren van een soort Code of Conduct, waar kennelijk het Ministerie van Algemene Zaken over nadenkt, werd dan ook algemeen verworpen. Immers, een ambtenaar heeft vaak al een eed afgelegd en hoeft dus niet meer anderzins te worden geknecht.

De uiteindelijke conclusie luidde dan ook dat er geen specifieke gedragsregels hoeven te komen en dat de sociale netwerken, inclusief weblogs en forums, grote kansen bieden voor de overheid.

Kortom, het was weer een geslaagde meeting daar bij B.E.P. En de bitterballen smaakten ook nog eens goed.

Een Zwoele Zomermiddag

Op een mooie zomerdag, dat was het thema van deze zaterdag. De Zwoele Zomermiddag was in het Kroller Muller Museum in het prachtige Park De Hoge Veluwe. In de beeldentuin speelde Lavalu hun eigen toepasselijke muziek. Kinderen dartelden in het gras, tussen de beelden door. Lekkere geuren stegen op vanaf de BBQ.

Een test vanaf de iPhone

Deze post is gemaakt op en verzonden vanaf mijn iPhone. Ben erg benieuwd wat het resultaat zal zijn.

De autospin

Sinds een week heb ik een inwoner in de auto. Niet gewoon binnen in de auto, maar in de zijspiegel. Het is een spin. Hij of zij huist daar al zo’n week en heeft zich inmiddels helemaal aan de omstandigheden aangepast. Over integratie gesproken.

Als de auto stil staat komt de nijvere arbeider tevoorschijn om snel een webje te bouwen. En als we gaan rijden dan trekt het beestje zich decent terug in zijn gastverblijf.

Een paar dagen geleden stond ik naast de auto, toen er pardoes een soort motje in het web terecht kwam. Zoals spinnen wel vaker doen, schoot de rakker flitsend uit zijn schuilplaats en injecteerde het slachtoffer met zijn gif. Hmmm, een lekker hapje, dacht ons roofdiertje. Maar aangezien ik weg moest startte ik de auto. De trilling bracht de spin terug op zijn pootjes en hij/zij dacht “wow, we gaan rijden, wat nu met mijn buit”. Te lang dralen zou leiden tot het wegwaaien en dat was duidelijk niet de intentie van mijn gast.

Dus werd het motje razendsnel ingesnoerd en ingepakt en richting schuilplaats gesleept om aldaar lekker verder genuttigd te worden.

Nooit geweten dat spinnen zich zo snel aanpassen en weten wat er gaat gebeuren. Heel knap van mijn autospin, die ik voor het verdere verblijf uiteraard heb vrijgesteld van het betalen van huurpenningen of het delen van de buit.

Het seizoen is weer begonnen

Ruim 3 maanden is het al weer geleden dat er vrolijk over het groene gras werd gedraafd. Rennen achter een bruine ronde bal, 22 volwassen mannen, het is eigenaardig. Tel daarbij nog een man in het zwart met een fluit en het circus is compleet.

Drie maanden waarin het gras weer groen kon worden, de sprietjes vers uit de grond kwamen en de maaimachine geolied moest worden. Vandaag dan weer de eerste oefenwedstrijd op het eigen complex aan de Sweelincklaan. De oranje shirtjes waren weer fris gewassen, de haren netjes kort geknipt en het publiek was in groten getalen komen opdraven.

De grappen en grollen langs de zijlijn waren weer manifest, in het veld werden de nodige fouten gemaakt, kreten geslaakt, gemopperd. Maar iedereen deed zijn best en dat er bij toeval een paar doelpunten vielen, ach dat was gewoon meegenomen.

Uiteindelijk werd het via een dubieuze strafschop 1-2 voor Meerburg, maar echt belangrijk was dat niet. Na afloop krreg de bierpomp ook weer een goede doorsmeerbeurt en zo ging iedereen weer happy naar huis.

Komende dinsdagavond moeten de jongens van Bernardus op bezoek bij Woubrugge voor de eerste bekerwedstrijd. Het echie dus, verschuilen kan niet meer.

Gelukkig, het voetbalseizoen is weer begonnen.

b_foto_06.jpg

Hello world!

Welcome to WordPress.com. This is your first post. Edit or delete it and start blogging!

vanuit het altijd mooie Leiden

%d bloggers liken dit: