Opbouw bultrug van Naturalis

Dat Leiden altijd leuk is weet natuurlijk iedereen al. Maar afgelopen week was er weer zo’n bijzonder evenement. Het NS Try Out Festival streek voor de tweede keer neer bij het station Leiden Centraal. Muziek, theater, literatuur,  film en kunst vonden allemaal hun plaats op het Leidse station. Vorig jaar als experiment alleen in Leiden, dit jaar in nog drie andere steden. En het mooie van dit festival is de samenhang met andere plaatselijke culturele evenementen, zoals het Leids Film Festival, het Stukafest, de Leidse musea en de universiteit.

 

Keep Them Rolling

 

Te laat, te laat, maar na alle eerdere blogs over 3 Oktober – Leiden’s Ontzet moest de optocht natuurlijk nog voorbijkomen. Vandaar deze epiloog van een prachtige zonnige middag.

De optocht had dit jaar als thema “Grenzeloos Feesten” en begon traditioneel met het lopend Leids vendel, de erewacht te paard en de koetsen met alle bobo’s. De echte opening waren de ‘Hollandse Feesten”, belichaamd door de WO II voertuigen van ‘Keep Them Rolling’.

Reveille op het Stadhuisplein

De echte 3 oktober dag, dit keer dus op 4 oktober. Maakt niet uit, doen we ook vriendelijk voor alle dieren.

Vroeg uit de veren, want HW en eega moesten wel om 7.00 uur op het Stadhuisplein zijn voor de Reveille. Lekker met honderden andere Leienaren uit volle borst liederen zingen. Kwamen daar Leo, Lenie, Aad en Nicolette tegen, die ook al vroeg op waren.

De tamboer-maître van de Rijnmond-band

Dag twee van Leiden’s Ontzet, de dag die eigenlijk niet meer telde (want op een zondag) kende toch veel attracties.

De grootste happening was de 3 Oktober Pleintaptoe op de Garenmarkt, een geweldig muzikaal spektakel met zeven muziekkorpsen. Een enorm spektakel, een veelkleurig muzikale happening, met een enorm publiek, mede dankzij het prachtige weer (dik 20 graden).

Voorbereiding in de Hooglandsekerk-Choorsteeg

In 1574 werd Leiden door de Spanjaarden belegerd, maar als door een wonder slaagden de Geuzen er in de stad te ontzetten. Dat was op 3 oktober 1574.

En om dat te vieren is er ieder jaar op 3 oktober een groot feest. Een enorm feest eigenlijk, dat je ooit moet hebben meegemaakt. Anders is je leven niet compleet.

Dagenlang van tevoren heerst er al een bepaalde nerveuze, spannende sfeer, zo van ‘het feest gaat weer komen’. De stad wordt aangekleed, zoals hier te zien bij café De Bonte Koe. Een ballonnenhemel siert de hele steeg, waar uitgebreid gefeest gaat worden.

Stil, bedaard, onaangedaan draait de aarde rond. Niets kan haar ritme verstoren, ook niet de gekke Oranjeziekte in Nederland.

Hoe moet je je voorbereiden. De spieren stalen, maar toch soepel houden. De zenuwen in het gelid laten, geen kans op ontsnapping. De kaken strak op elkaar, de blik op oneindig. Wat gaat er door een volk, dat afstevent op triomf of nederlaag. Wisten de Spanjaarden bij de Lammenschans het, wisten de Leidenaren in 1574 het. Of wisten ze helemaal niets en gingen ze gewoon over tot de orde van de dag.

De voetbalcoach van de Weipoort

Het was, pardon, is warm dit weekend. Spaans warm, heet, eigenlijk verwacht ik in Stompwijk wel een stierengevecht. Tijd dus om een een verfrissend vervoermiddel te kiezen, een ‘bicicleta’, waarbij de milde bries door je haren woelt. Nou ja, bij wijze van spreken dan. Zaterdag via de Weipoort naar Het Geertje, de bekende vermaak/bio/geitenboerderij.

Afgelopen zondag was de grote zaal op de eerste verdieping van De Lakenhal weer het toneel van een Leidse Salon, een ‘talkshow’ over de Leidse cultuur. Onno Blom, wiens boek ‘Stad van Verf’ juist was uitgekomen, trad weer op als gastheer van een divers gezelschap en waarbij hij muzikale hulp kreeg van de onovertroffen slagwerker Han Bennink. Die ook achteloos liet zien dat je met je tanden en je wangen kunt drummen.

Het is al weer bijna een week geleden, toen het weer eens duidelijk werd dat er altijd iets te doen is in Leiden. Want in het kader van de Cum Laude concerten kon je op Tweede Pinksterdag naar muziek luisteren in de Leidse hofjes. En dat zijn mooie hofjes, dat kan ik u verzekeren.

Het eerste hofje op HW’s tocht was het Bethlehemhof op het Levendaal.

A.L. Snijders opent met een column

Ik weet het, ik weet het, mea culpa, mea culpa. Een blog is om met enige regelmaat te vullen en ja, mijn regelmaat is er wel maar wel met zeer grote tussenpauzes. En telkens neem ik mij voor om daar iets aan te veranderen, maar dan lukt het weer niet. Dan weer dit, dan weer dat…..

Daarom even een snelle update over het verleden. Dinsdag 20 april waren de HW en eega uitgenodigd om de uitreiking van de Bob den Uylprijs bij te wonen. Deze prijs wordt elk jaar uitgereikt aan de schrijver van het beste reisboek. Dit jaar waren de genomineerden Karin Anema met “De Laatste Grens”, Erdal Balci met “Vandaag geen pont”, Bette Dam met “Expeditie Uruzgan”, Peter Delpeut met “In de woestijn fiets je niet”, Minka Nijhuis met “Birma, Land van geheimen” en Linda Otter met “In Centraal Azië”.