Tagarchief: verhaal

Net gelezen: “De getuige” van John Grisham

Grisham de getuigeAl meer dan 20 jaar schrijft John Grisham met groot succes de ene na de andere thriller, maar ik moet bekennen dat ik nog nooit een boek van hem heb gelezen. Tot nu dan, toen ik via een aanbieding zijn boek “De getuige” in handen kreeg. Dit boek dateert al uit 2009, maar ja, je moet ergens beginnen.

“De getuige” gaat over Kyle McAvoy, een briljant rechtenstudent aan Yale. Hij is daar hoofdredacteur van het prestigieuze The Yale Law Journal. Zijn vader is advocaat met een eigen praktijk, midden tussen de mensen in York en hij hoopt dat zijn zoon in zijn voetsporen zal treden, anders dan dat hij een topbaan aanneemt bij een van de grote internationale advocatenkantoren in Manhattan.

Maar op een dag wordt Kyle aangesproken door een man, die zich voordoet als FBI-agent. Hij confronteert Kyle met een niet zo nette gebeurtenis uit een recent verleden. Iets te doen met een dronken studente in een kamer met vier dronken studenten en wat er toen gebeurde.

Kyle wordt onder druk gezet door de man, die geen FBI-agent blijkt te zijn, om na zijn afstuderen als associate advocaat (een soort lerend advocaat) bij een groot advocatenkantoor dienst te nemen. Als hij dat niet doet dan wordt een videofilmpje verspreidt van de vervelende gebeurtenis.

Vervolgens ontspint zich een verhaal, bijna rechttoe-rechtaan, van een slimme jongen die probeert zijn belagers te slim af te zijn. Maar hij moet ook liegen en bedriegen tegen de mensen om hem heen om te voorkomen dat de video wordt gepubliceerd. Feitelijk is het geen echte thriller, want het gaat ook om spionage van bedrijfsgeheimen.

“De getuige” is voor mij een aardig boek, niet meer en niet minder. Het verhaal wordt vlot verteld en is goed te volgen. Geen ingewikkelde plotlijnen, die door elkaar heen lopen, maar een bijna chronologische vertelling met af en toe een uitstapje naar het verleden.

De spanning bouwt gedurende het verhaal goed op, zeker omdat Kyle op een ingenieuze wijze in de tegenaanval gaat. Jammer is alleen dat het verhaal met een sisser afloopt, een soort leeglopende fietsband. Terwijl je denkt dat er een spannende finale gaat komen, blijkt dit helaas niet zo te zijn. En dat is jammer want dat zou het verhaal zeker boven de middelmaat hebben uitgetild. Nu blijft het steken in een goed verhaal zonder adequaat einde.

De bevrijding van de Bossche Bollen

Tuut-tuut-tuut, het geluid van een vroege wekker. Zaterdagochtend, tijd voor een croissant van Mamie Gourmande. Met een krantje en een krachtige kop koffie er bij realiseerde ik mij dat ik nog een Keuzekaartje had van de Nederlandse Spoorwegen. Geldig tot en met 2 september, nog een paar dagen dus. Niet geldig op de maandag, dus daar ging al een dag. En op zondag wilde ik de laatste dag van Gerrit Dou meemaken, in de Leidse Lakenhal.

Dat betekende dus dat ik er vandaag gebruik van moest maken. Het leek me een mooie dag om eens wat Bossche Bollen te bevrijden uit het zuidelijke keurslijf. Na de tweede kop koffie, wederom krachtig, dus in de schoenen geklommen. En toen doemde de eerste vraag op, Leiden Centraal of Leiden Lammenschans. Nog zo’n twintig minuten tot de vertrektijd op Lammenschans leek me een beetje kort. Ook omdat ik de Keuzedag nog op de OV-Chipkaart moest zetten, daarom maar besloten tot een wandeling door de stad naar Leiden Centraal.

Het was nog rustig in de stad en op de markt. Op de terrassen zaten al wel vroege koffieslurpers, maar echt vol was het nog niet. Geen wonder ook, want de dreiging van een fris buitje was alom aanwezig. Overal zag je al de voorbereidingen voor het Verrassend Winkelweekend, maar ik had daar weinig oog voor. Immers, ik had een missie! De bevrijding van een viertal Bossche Bollen in Oeteldonk, een operatie die met militaire precisie zou moeten worden uitgevoerd. Bij Leiden Centraal aangekomen moest er nog zeker een kwartier worden gewacht op de trein naar Utrecht Centraal.

Om mij voor te doen als een gewoon reiziger, die geen kwaads in de zin heeft, nam ik het boek De Pelgrim uit mijn paarse tasje van de Beverwijkse Bazaar. U ziet, mijn vermomming had een groteske gedaante aangenomen, maar ik vermoedde dat hiermee niemand mijn snode plannen zou opmerken. Overigens is De Pelgrim een hele til, dik 700 pagina’s telt aan.

Nadat de trein was komen aanrollen, verschanste ik mij boven aan de linkerkant, zodat ik een goed uitzicht had. Belangrijk om eventuele vijanden tijdig te kunnen opmerken. Na het schrille fluitsignaal zette de trein zich in beweging en was de operatie gestart. Langzaam rolde de trein Leiden uit, versnellend richting Utrecht. Onderweg had ik een mooi uitzicht op de groene weilanden, waarin het zwart-bonte vee mooi afstak. Bij Bernardus, mijn oude voetbalclubje in Hazerswoude-Rijndijk, werd wat getraind. Echt druk was het niet, maar de competitie was dan ook nog niet begonnen.

Na wat stops in Alphen, Bodegraven en Woerden naderde de trein Utrecht. Het immense station is daar nog steeds in aanbouw of beter gezegd verbouw. Het is nog steeds een rommeltje, maar na wat dringen voor de roltrap kon ik redelijk snel naar perron 14/15 verkassen voor mijn aansluitende trein richting Maastricht. Opnieuw was het niet druk in de trein, kennelijk hadden niet veel Randstedelingen zin in het Preuvenement dat daar plaats vond en waar koning en koningin 200 jaar Koninkrijk vierden.

Jan de Groot_logoTussen Utrecht en Den Bosch is het altijd leuk om de bruggen te tellen. Over de Lek, de Linge, de Waal en de Maas. En niet te vergeten het Amsterdam-Rijnkanaal. Langs Houten, Culemborg,  Geldermalsen, de stompe toren van Zaltbommel kedengde de trein naar Den Bosch. Of ‘s-Hertogenbosch zoals het officieel heet. De bisschopsstad met de prachtige Sint-Janskathedraal. Maar die mooie stad was niet mijn doel. Dat was het etablissement van Jan de Groot, een paar minuten lopen van het station.

Daar, achter die gevel met dat oude balkonnetje, dat hoge pand aan de Stationsweg, met die gemoedelijke lunchroom, daar bevonden zich de objecten van interesse. Grote bollen, bedekt met een exquise chocoladelaagje en gevuld met een heerlijke soezerige geklopte room. Bollen die je niet zo maar kunt eten, maar waarvoor je een scherp mesje en een vorkje nodig hebt. Bollen, die als je ze aansnijdt, niet in elkaar ploffen, maar trots rechtop blijven staan. Stevig, onvervaard, wachtend op een ferme hap.

Schichtig om heen kijkend of ik niet gevolgd was door onguur volk, begaf ik mij met de stationstrap omlaag en kruiste het voor het station gelegen plein. De regen druppelde gestaag omlaag, waardoor de overige wandelaars weggedoken zaten in hun kraag of onder een paraplu. Ik merkte dat ik niet werd gevolgd en sloot mij schielijk aan bij de wachtende rij voor de winkel. Uit alle delen van Nederland waren de bevrijders gekomen, dat hoorde ik aan de diverse dialecten die werden gesproken.

Jan de Groot_winkelLangzaam verplaatsten de mensen in de rij zich, richting toonbank. Toen ik daar was aangekomen merkte ik dat mijn mond droog was geworden van de spanning. Zou het lukken? Met een haast onhoorbare zucht slaagde ik erin om “vier bollen” te stamelen. De jonge vrouw achter de toonbank keek mij met een vorsende blik aan. Ik zag haar denken, “weer zo’n mannetje dat zo nodig onze Bossche Bollen wil bevrijden”. Maar ik week niet en dwong haar met mijn standvastige blik tot het vullen van een kleine kartonnen doos. Na met mijn geheime bankpas te hebben afgerekend, verliet ik schielijk het pand in de hoop dat het allemaal goed zou komen.

Ik was inmiddels ruim tien minuten op vijandelijk gebied en wilde zo snel mogelijk de Bossche fortificaties verlaten. Met een grote tas in mijn handen rende ik weer richting station, slechts een paar honderd meter scheidde mij van het veilige station en de daar gereedstaande trein. Snel beklom ik de trap omhoog, spoedde mij door de hoge stationsgang boven de perrons en daalde bij perron 4 weer naar beneden. Ik zag dat de trein op punt van vertrek stond en rende naar de nog openstaande achterste deur, daarbij gehinderd door de grote tas waarin de bollen zaten.

De conductrice bracht de fluit aan haar welgevormde lippen en met een laatste krachtsinspanning slaagde ik erin om naar binnen te springen. Achter mij sloten de deuren zich met een venijnig gesis. Ik keek om me heen en zag dat de trein helemaal vol zat. Ik worstelde mij door het smalle gangpad naar voren, maar telkens weer bleken de wagons tot de laatste plaats vol te zitten.

Er restte mij dus niets anders dan bij een trapje te blijven staan. Twee jonge meisjes, een jaar of achttien, vroegen of ze op het trapje mochten zitten. Ik schoof mijn tas met de doos Bollen wat naar achteren, want ik wilde voorkomen dat een onverlaat ineens met de schat aan de haal zou gaan. Bij wijze van begrenzing legde ik de paarse tas van de Beverwijkse Bazaar met daarin het dikke boek er bovenop. Schommelend snelde de trein door het regenachtige landschap, terug richting Utrecht.

Niet veel later kwam ik aan in de oude hoofdstad van het aartsbisdom Utrecht. Ik had inmiddels een lichte trek gekregen, maar besloot om de Burger King te laten voor wat die was. Ik wilde niet het risico nemen dat het volk ineens zou merken dat ik met een doos Bossche Bollen rondliep, want dat zou ongetwijfeld voor enig rumoer zorgen. Ik liep dus snel door naar het perron waar vandaan de trein richting Leiden zou vertrekken.

Het perron was nog leeg, want de vorige trein was slechts enkele minuten eerder vertrokken. Dat gaf mij de gelegenheid om een vriendelijk plaatsje uit te zoeken op een bank. Daar kon ik mij weer voordoen als een alledaagse reiziger, die met een dik boek op stap was. Gelukkig keek niemand naar de grote witte tas aan mijn voeteneind.

Twintig minuten later reed de trein het station binnen. Nadat alle passagiers de trein hadden verlaten, spoedde ik mij naar de voorste wagon om daar plaats te nemen. Ik vermoedde dat deze wagon redelijk stil zou blijven omdat het toch een aardige loop was vanaf de stationstrappen. En ik kreeg gelijk, want weliswaar kwamen er een paar medereizigers mij gezelschap houden, maar al met al geen gevaar.

Nadat de trein het Utrechtse station had verlaten, nam ik De Pelgrim weer ter hand. Een boek in de hand geeft een goede gelegenheid om steels rond te spieden, zonder dat dit al te zeer opvalt. Daardoor kon ik zien dat er geen gevaar uit de directe omgeving viel te duchten. Pas in Alphen aan den Rijn kwam er een enigszins onguur type tegenover mij zitten. Ik schoof de doos met bollen wat dichter naar mij toe en hield mij gereed om, indien nodig, onbarmhartig toe te slaan. Maar het bleek niet nodig en zo kwam ik ongeschonden aan op die kleine Leidse halte Lammenschans, waar ooit de jonge Cornelis Joppenszoon als eerste ontdekte dat de Spanjaarden, die Leiden belegerden, waren vertrokken.

Na het afdalen van de hoge trap was het nog maar een goede vijftien minuten lopen naar het eindpunt, veste Scholten. Ik keek om me heen maar merkte dat niemand enige aandacht aan mij schonk. Zo kon ik ongehinderd langs de Lammenschansweg lopen, waarna ik besloot om bij de Zeemanlaan ineens rechtsaf te slaan. Noem het een ingeving, maar op deze manier hoopte ik eventuele achtervolgers op een dwaalspoor te brengen. Langs de Cronesteinkade stak ik het bruggetje over om het laatste stukje ongezien achter het dikke gebladerte richting singel te kunnen lopen. Snel stak ik de singel over en stak het Plantsoen in, een van de mooiste plekjes van Leiden. Voor me zag ik jongens, maar dichterbij gekomen zag ik dat het onschuldige tieners waren, die vermoedelijk een blowtje wilden maken. Tussen de bomen door schoot ik het laatste straatje in, waarna ik opgelucht de sleutel in het slot van de voordeur stak.

Missie geslaagd, de Bossche Bollen waren bevrijd uit hun keurslijf. Het smikkelen kon beginnen!

Bossche_bollen

Net gelezen: “De Cirkel” van Dave Eggers

De Cirkel EggersJe heet Mae Holland, je bent jong en je wilt eigenlijk wel wat bereiken in de wereld. Je baantje bij het nutsbedrijf heeft geen enkele uitdaging meer en dan wordt je ineens benadert door je oude studiemaatje Annie. Zij vraagt je te solliciteren bij de Cirkel, het machtigste en meest bewonderde bedrijf ter wereld. Met een campus waar meer dan tienduizend mensen werken.

Dave Eggers, bekend van onder meer Zeitoun, neemt ons mee op de avontuurlijke tocht van de naïeve Mae door het immense rijk van de Cirkel. Beginnend bij Customer Experience komt Mae stapje voor stapje iets hoger op de ladder van dit bedrijf.

De Cirkel is een soort samensmelting van Facebook en Google. Het bedrijf beheerst eigenlijk het totale internet. Eggers beschrijft een wereld, waarin de Cirkel langzaam alle gegevens van de burgers gaat beheersen.

Stel je een wereld voor waarin totale transparantie het ultieme streven is. Iedereen draagt een kleine camera, zodat iedereen kan zien wat je doet. Inclusief politici, zodat achterkamertjespolitiek tot het verleden behoort. Door de immense hoeveelheid camera’s zal de misdaad langzaam verdwijnen. Immers, er is geen duister meer waar je je nog kunt verbergen.

Alle lichaamsgegevens worden gemeten en ‘in the cloud’ (bij de Cirkel dus) vastgelegd en bewaard. Ook dat is transparant en eigenlijk dus heel goed voor je. Minder sterfgevallen omdat aandoeningen tijdig worden gesignaleerd en kunnen worden behandeld.

Kortom, een waarlijk ideale wereld. Of toch niet…. Eggers beschrijft alleen maar, neemt niet echt een standpunt in. Hij laat je feitelijk zelf nadenken over wat privacy betekent in een dergelijke wereld, of liever gezegd, niet meer betekent. Want privacy bestaat niet meer, immers “privacy is diefstal” (dat is een van de credo’s van de Cirkel). Iedereen heeft recht op jouw ervaringen en als jij dat niet vindt, dan ontzeg je de ander die ervaring mee te beleven en ben je dus eigenlijk misdadig.

Een enge wereld, denk je. Maar het is verbijsterend hoeveel mensen hierin meegaan. Denk maar aan het “ik heb niets te verbergen, dus Opstelten, ga je gang”.

De Cirkel zet je aan het denken over de ‘vooruitgang’. Over Facebook, Google en wat dies niet meer zij. Als je goed oplet, zie je wat er om je heen gebeurt. Sokjes met sensoren voor baby’s is nog maar een begin.

Al met al een boeiend boek, geschreven zoals Eggers dat kan. Snel, veel dialoog, gemakkelijk leesbaar. Een aanrader als je over dit soort vraagstukken wilt nadenken. Overigens, ook goed leesbaar voor de niet-denkers.

cirkel

Net gelezen: “Wat de hond zag en andere avonturen” van Malcolm Gladwell

Wat de hond zagMalcolm Gladwell (1963) is een Canadese schrijver, die bekend werd door zijn schrijfwerk voor The New Yorker. Voor dat tijdschrift schreef hij heel columns over allerlei onderwerpen. Een aantal van deze artikelen zijn gebundeld in dit boek. 22 korte verhalen over heel verschillende onderwerpen en vaak met een heel verrassende insteek.

De verhalen zijn ingedeeld in drie delen, “Enthousiastelingen, pioniers en andere varianten van bescheiden genialiteit”, “Theorieën, voorspellingen en diagnoses” en “Persoonlijkheid, karakter en intelligentie”.

In deel 1 staat o.a. het verhaal “Het raadsel van de ketchup”. Daarin staat de vraag centraal waarom ketchup altijd hetzelfde is gebleven, terwijl er wel tientallen varianten van mosterd zijn. Vroeger was er immers maar één soort mosterd, van mosterdzaad met kurkuma en azijn. Maar erg goed verstopt stond ook ergens Grey Poupon, een soort Dijonachtige mosterd. En toen kwam er een reclame waarin een man achterin een Rolls Royce zit, op een landweg. Hij heeft een portie rundvlees op een zilveren bord op schoot. De chauffeur doet dan het handschoenenkastje open en geeft hem een pot Grey Poupon. Vervolgens komt er nog een Rolls Royce naast hen rijden, waar een man zijn hoofd uit het raam steekt en vraagt: “Neem me niet kwalijk, maar heeft u soms wat Grey Poupon?” De verkoop steeg pardoes met veertig, vijftig procent. Lees verder Net gelezen: “Wat de hond zag en andere avonturen” van Malcolm Gladwell

Vakantiedag 8: Een Zwoele Zomeravond

Zaterdag 28 juli was vakantiedag 8. Een dag met mooi weer, Tijd voor een bezoek aan het Nationaal Park de Hoge Veluwe. Niet alleen voor het mooie park, maar ook voor de Zwoele Zomeravond van het Kröller-Müller Museum, midden in het park. De ondertitel van de Zwoele Zomeravonden is dit jaar “Een museum vol Verhalen”.

Na een klein uurtje rondfietsen door het park, op zo’n wit fietsje, genieten van de natuur en het lekkere weer, kwamen we bij het museum aan. Daar hebben we eerst even gekeken naar de tijdelijke tentoonstelling “Verlangen naar volmaaktheid”. Daar hing o.a. dit mooie werk van Gilbert & George, Metal Jack.  Lees verder Vakantiedag 8: Een Zwoele Zomeravond

2011 herzien

The WordPress.com stats helper monkeys prepared a 2011 annual report for this blog.

Here’s an excerpt:

The concert hall at the Sydney Opera House holds 2,700 people. This blog was viewed about 14.000 times in 2011. If it were a concert at Sydney Opera House, it would take about 5 sold-out performances for that many people to see it.

Click here to see the complete report.

Net uitgelezen: “De Noodkreet in de Fles” van Jussi Adler-Olsen

Het derde deel alweer in de Serie Q van de Deense thrillerauteur Jussi Adler-Olsen. En het moet gezegd, onze Deense vriend wordt steeds beter. Zijn verhalen worden meer en meer ingebed in een maatschappelijke context, die steeds realistischer aandoet.

En dat alles onder de inspirerende leiding van de onverbeterlijke inspecteur Carl Mørck, nog steeds geplaagd door een schuldgevoel vanwege een eerdere zaak waarbij één collega omkwam en zijn beste vriend/collega verlamd raakte. Uiteraard bijgestaan door zijn mysterieuze assistent Assad, wiens achtergrond volstrekt onduidelijk is, en Rose (of toch haar zuster Yrsa).

Vanaf de eerste bladzijde worden we ingeleid in het verhaal. Twee jongens zitten opgesloten in een oude houten loods aan zee, vastgeketend en geboeid. De oudste weet een fles te ontkurken en daar een papieren ‘noodkreet’ in te proppen, geschreven met het bloed van zijn vingertop. Dan gooit hij de fles in het water onder de loods.  Lees verder Net uitgelezen: “De Noodkreet in de Fles” van Jussi Adler-Olsen

Net uitgelezen: “De Fazantenmoordenaars” van Jussi Adler-Olsen

De Fazantenmoordenaars is het tweede boek van de Deense schrijver Jussi Adler-Olsen in zijn Serie Q. Deze serie begon met De vrouw in de kooi. Q is de afdeling Onopgeloste Zaken van de Kopenhaagse politie en wordt geleid door brigadier Mørck, een eigengereid heerschap die met zijn afdeling naar de kelder is gedirigeerd. Hij wordt geholpen door Assad, die ergens uit het Midden Oosten komt, maar waarvan niemand de achtergrond kent. En dan is er ook nog Rose, een assistente die zich punkzwart uitdost.

De Fazantenmoordenaars gaat over een groep, die voor het plezier mensen half of helemaal dood slaat. Zo maar, voor de kick. Deze groep is daar tijdens de kostschooltijd mee begonnen en de groepsleden behoren nu tot de maatschappelijke top van Denemarken. Toch gaan ze nog gewoon door met hun misdaden, maar door hun maatschappelijke status blijven ze buiten schot. Totdat Mørck hen op het spoor komt als hij een onopgeloste zaak van twee kapot geslagen tieners uit de jaren 80 onder ogen krijgt. Lees verder Net uitgelezen: “De Fazantenmoordenaars” van Jussi Adler-Olsen

Net uitgelezen: “Het Dertiende Sterrenbeeld” van Unni Lindell

Ik ben een liefhebber van detectives en misdaadboeken. De laatste tijd lees ik vooral veel werk van Scandinavische schrijvers, die kunnen me erg boeien. Het gaat vaak niet alleen om de actie, de plot, maar ook om de uitwerking van de karakters. Vanaf nu wil ik jullie verblijden met een kort verhaal over de boeken, die ik net uit heb. Vandaar de titel ‘Net uitgelezen’. Vandaag de eerste aflevering.

Het Dertiende Sterrenbeeld is de eerste misdaadroman van Unni Lindell uit 1996. Lindell is een Noorse, geboren in Oslo. Ze schrijft al sinds jaar en dag, kinderboeken, kookboeken, gedichten, romans, van alles eigenlijk. Het Dertiende Sterrenbeeld is de eerste van een serie misdaadromans met inspecteur Cato Isaksen in de hoofdrol.

Lees verder Net uitgelezen: “Het Dertiende Sterrenbeeld” van Unni Lindell

Druk, drukker, drukst: Part 4: A’dam – E.V.A.

Ondanks alle drukte lukte het HW om de afgelopen zondagen toch een blik te werpen op de nieuwe Nederlandse tv-serie “A’dam – E.V.A.“. Een komische dramaserie heet dat, om het maar weer eens naar goed Nederlands gebruik in een hokje te duwen.

Lees verder Druk, drukker, drukst: Part 4: A’dam – E.V.A.